dinsdag 10 maart 2009

Van Laos naar Cambodia

1 Maart 2009... 's Morgens stond ik vroeg op zodat ik nog kon ontbijten voordat ik met de boot terug naar de oever van de Mekong ging. Telkens je iets bestelde om te eten of een drankje nam, moest je het opschrijven in een schriftje met je bungalownummer. Voordat je vertrok werd de rekening dan gemaakt en moest je alles in een keer betalen. Ik vond dat wel een gemakkelijk systeem. Maar toen ik het controleerde, had hij bijna vier euro te veel gerekend. Hij had vier nachten in plaats van drie aangerekend en dan nog naar boven afgerond. Op zich zou ik die prijs wel nog fair gevonden hebben, want het eten was heel goedkoop en hoewel het geen restaurant was, stonden ze wel altijd klaar om te koken voor de gasten. Maar juist is juist, dacht ik, dus liet ik het maar verbeteren. Bovendien had ik het al voordien wat uitgerekend zodat ik net toekwam met mijn Laotiaans geld. Ik wou immers van mijn laatste Laotiaanse kip af geraken.

Een keer overgezet, kocht ik nog een drankje met mijn allerlaatste kips en dan zat ik een vijftiental km achteraan op een trage motorfiets richting Voenkham ofte grens met Cambodia, met mijn grote rugzak horizontaal gelegd op de motorfiets, voor de benen van de bestuurder. Ik maakte dus meteen kennis met het meest typische vervoersmiddel in Cambodia! Overal zou ik er immers motorfietsen zien met drie, vier en een enkele keer zelfs vijf mensen (2 volwassen en drie kindjes) erop. Grappend zeggen ze wel dat je er met zes op kan, nl. drie zwangere vrouwen achter elkaar ;-) De motorfiets was redelijk oud, zonder werkende kilometerteller, maar de kerel was wel cool met zijn doek rond zijn hoofd gespannen en zijn donkere zonnebril. Zo was ook zijn motorfiets, met een grote sticker van Obama, de Amerikaanse president, vooraan erop gekleefd. Hij dropte me af aan de Laotiaanse grens en betaalde een kerel met een pickup om mij naar Stung Treng in het noorden van Cambodia te brengen.

Ik moest de douanier aan de grens 2 dollar (het was weekendtarief dus 2 ipv 1) betalen voor de stempel. Geld voor in de pocket! Ik betaalde maar maakte er wel een opmerking over en dan keek hij weg uit schaamte. Ze verdienen wel te weinig die mannen, maar principieel ben ik ertegen. Maar tja, ik wilde geen last hebben en het was maar 2 dollar en geen 15 of zo... Toen moesten we een uurtje wachten totdat er wat meer volk voor in de pickup was opgedaagd en dan zei een kerel al grappend dat ik 10 dollar meer moest betalen. Ik liet me wat gaan en werd wat boos en vroeg of dat de Aziatische trots was... Welkom in (S)cambodia, dacht ik... Maar het was wellicht grappend bedoeld (tenzij je zo stom bent om "OK" te zeggen) en dus maakte ik me wellicht belachelijk door mijn stem te verheffen... Maar who cares? Met hun idiote "gezichtsverlies" ;-) Als westerling moet ik me er immers niets van aantrekken... Heb ik trouwens wel een gezicht? Tja, volgens mij zijn het in de westerse cultuur immers de mensen die zich niets aantrekken van wat anderen denken die de sterksten zijn en dat idee spreekt me wel meer aan... Voor het visa moest ik uiteindelijk 21 dollar ophoesten ipv de officiele 20 dollar, maar dat was nog minder dan de 35 dollar die het me zou gekost hebben als ik het via een reisagentschap voordien had geregeld. Daarna was het nog 1 dollar voor de stempel aan de Cambodiaanse grens en ik was het land binnen, in een pickup op weg naar Stung Treng. Dat was immers de dichtstbijzijnde stad over de grens en had nog geen enkel idee waar ik nadien naartoe wilde gaan. Wilde alleen niet de fout maken om direct ver het land in te gaan en dan iets aan me voorbij laten gaan wat ik nog wilde zien.

De bus in Stung Treng dropte ons vlak voor een plaatsje naast de Mekong waar al een aantal backpackers zaten te eten. De meesten gingen een paar uur later naar Kratie met de bus. Ik bladerde wat in een tweedehands Lonely Planet Cambodia die er lag en uiteindelijk besloot ik om verder te reizen naar Noord-Oost-Cambodia, naar Ban Lung, de hoofdstad (al is dat in dit geval een heel zware uitdrukking) van de provincie Ratanakiri. Het bleek dat de bus niet daar vertrok, maar een tiental km daarvandaan en dus had ik geen andere keus dan het ticket via een ticketbureau naast het restaurant te kopen. Ze vroegen 10 dollar eerst, maar ik wist hoeveel een Amerikaanse had betaald om van Don Det naar daar te geraken en toen ik dat zei (verminderd met twee dollar), dan kreeg ik het ticket voor 8 dollar ;-) Later hoorde ik nog van iemand anders dat hij het voor 7 dollar gekregen had.

Na een paar uur vlammen over stoffige steengruisweg kwamen we in Ban Lung aan. Ik zou de eerste twee nachten een kamer delen met een amerikaanse voor 10 dollar in het Tribal hotel, een groot complex. Achteraf gezien is het wel een dure kamer geweest, maar twas wel een deftige kamer en met westers toilet en twas maar vijf dollar voor elk van ons. Enfin, ik sliep er wel nog redelijk goed want we hadden elk aparte bedden ;-)

De 4000 eilanden

De eerste dag op het eiland Don Det huurde ik een fiets voor 8000 kip en stak ik de brug over, die destijds nog door de Fransen gebouwd was, naar het andere eiland Don Khon. Normaal gezien moest je overdag een ticket van 9000 kip betalen als je die brug overstak, maar ik had dat de vorige dag 's avonds laat gezien op een bordje toen ik al wandelend overstak en besloot maar eens heel snel te fietsen en te gebaren dat ik doof was ;-) Tvervelende was wel dat het "wegdek" op die brug er heel hobbelig bijlag en vol met stenen. Maar twas toch gelukt;-) De brug was er destijds gebouwd door de Fransen tijdens de periode van Indochina. Hun bedoeling was om van de Mekong rivier een soort snelweg voor cargo tussen Zuid-Oost-Azie en China te maken, maar dat is er nooit echt van gekomen. Ter hoogte van deze eilanden, ging het dan over land. Zowel op Don Khon als op Don Det lag er een spoorweg van een aantal km van de ene kant van het eiland tot de andere kant en de brug verbond dan de twee eilanden. Tegenwoordig tref je op Don Khon nog twee overblijfselen van locomotieven aan. Ik fietste wat verder naar een strand waar je een boot naar de Mekong dolfijnen kon nemen en liet mijn fiets er staan en wandelde wat langs de rotsen naast een rivier. Zo maakte ik een lus en kwam ik weer bij mijn fiets terecht. Hierna fietste ik dan naar het zuiden van het eiland via de rotsige weg van de voormalige spoorweg en kwam ik zo aan bij het dorpje waar het goedkoopst was om de boten naar de dolfijnen te nemen. Ik dronk er iets en babbelde een beetje en blijkbaar stond mijn voorband plat ;-) Misschien daarmee dat ik maar 8000 ipv 10000 kip betaald had. Heb daar dan maar een pomp gevraagd en hem weer opgepompd. Blijkbaar was het een klein gaatje. Ik ben dan langs de oostkant van het eiland teruggefietst om de rotsige weg van de voormalige spoorweg te vermijden en heb dan nog een zijsprongetje gemaakt via een brugje naar het kleine eilandje Don Som, waar ik nog wat watervallen gezien heb en mensen die in het water bezig waren en wat kinderen die met een soort van harpoentje rondliepen om vissen te vangen. Er lagen enorm grote fuiken in het water om vis te vangen. Een beetje verder was mijn band weer plat en heb ik hem opnieuw laten oppompen en dan ging ik iets eten en was hij opnieuw plat en dan ben ik maar over de brug gewandeld en heb ik de band nog een laatste keer opnieuw opgepompt net voordat ik de fiets terug bezorgde ;-) 's Avonds ben ik dan nog eens naar de drukkere noordtip met meer winkeltjes gewandeld om de zonsondergang te zien en dan heb ik het avondeten naast mijn bungalow genuttigd. Praktisch voor mij, goedkoop en om de mensen waar ik verbleef ook iets te jeunen. Mr. Wankham was wel wat opdringerig om zijn diensten en kookkunsten aan te bieden en ik voelde me toch wat verplicht om er toch tenminste een keer per dag te eten, maar het eten was best wel ok en goedkoop tov de andere plekjes. Nog een wetenswaardigheidje is dat er enkel 's avonds elektriciteit beschikbaar was, waar ik verbleef. Ze hadden een kleine maar luide generator, zoals in de meeste gezinnen en zo laadde ik mijn camera en gsm dan maar 's avonds eens op, voordat ze het weer uitschakelden. Ze hadden ook een lampje aan een stok boven het water hangen en al de insekten cirkelden daar dan rond en de vissen hapten dan naar de insekten en ze hadden daar ook nog een of andere fuik liggen, dus dat was slim bedacht...

De tweede dag huurde ik dan maar elders een fiets aan het normale tarief ;-) Ik stak de brug weer over, maar ditmaal betaalde ik. Eigenlijk vond ik het geen probleem om eens te betalen, maar had geen zin om iedere dag opnieuw te moeten betalen. Het ticket was zogezegd bedoeld voor de toegang tot de waterval en aangezien ik die de vorige dag niet gezien had, was dat eigenlijk wel fair. Het was geen traditioneel hoge en steile waterval, maar eerder een uit de hand gelopen schuimbekkende rivier waarvan het water met volle kracht over verschillende trappen naar beneden gutste. Zeg maar een kruising tussen een krachtige stroomversnelling en een steile waterval. Hierna ging ik terug naar mijn hutje en hing ik wat in de hangmat en schreef ik wat in een schriftje om later op mijn blog over te zetten. Om 4u30 fietste ik dan opnieuw de brug over, met mijn ticketje uiteraard, en nam ik de rotsige route van de voormalige spoorweg om tot het plaatsje te komen om de dolfijnen te zien. Ik had geluk dat ik nog met een ander koppel in dezelfde boot kon, zodat we de 60000 kip met zijn drieen konden delen. De boot voer ons een eindje verder naar een klein eilandje op de Mekong net op de grens tussen Laos en Cambodia. Twas wel eens mooi, maar veel dolfijnen kregen we niet te zien en twas vanop een ruime afstand van honderd meter of zo. Er stak plotseling een stevige wind op, waarbij we elk een schep zand in ons gezicht kregen en dat was dan het signaal om met de boot terug te keren. Het was het eigenlijk niet waard geweest, maar ik had er toch niet veel aan uitgegeven. 's Avonds nam ik opnieuw het avondeten bij Mr. Wankham en ik kocht bij hem een ticket voor Stung Treng, Cambodia, voor 11 dollar ipv de 12 dollar die geafficheerd stond. Overal behalve op een plaats vroegen ze immers 12 dollar en ik had hem verteld dat ik het anders daar ging kopen ;-) In elk geval, twee daagjes op de 4000 eilanden was mooi maar genoeg geweest...

Pakse en "The Southern Swing"

Toen we aankwamen in Pakse (natuurlijk weer een klein beetje te ver van de guesthouses zodat we een tuktuk moesten nemen ehum...) nam ik een tuktuk samen met Ben, Lea en Emilia. Ben was een Amerikaanse kerel en een van de drie andere mannen waarmee ik op en rij had gelegen achteraan in de bus. Lea en Emilia waren twee Duitse meisjes van rond de twintig en ik had even kort gebabbeld met hen vooraleer we de bus namen omdat ze in hetzelfde pension waren verbleven als ik in Vientiane en we de tuktuk naar de bus deelden. Uiteindelijk vonden we nog vrije hotelkamers in Sedone Riverside Guesthouse. Ik deelde een kamer met Ben voor 60000 kip. We gingen iets eten en kwamen zo Karen, een uit de kluiten gewassen Hollandse tegen. Daarna besloten we om motorfietsen te huren en naar een waterval te gaan. Emilia had niet te veel zin, dus gingen we maar met zijn vier. We wilden vier motorfietsen huren omdat ik er eentje voor mezelf wilde. Uiteindelijk huurden we bij Lankham hotel voor 70000 kip per dag. Het rotte was wel dat ze nog niet eens wilden praten over een korting omdat we met zijn vieren waren. Achteraf begrijp ik wel dat het is omdat er genoeg vraag naar hun motorfietsen is, maar dan moeten ze dat maar uitleggen en dan aanvaard je dat. Maar nee, geen korting is geen korting en punt uit! Van commercie en klanten tevreden houden hebben ze daar duidelijk geen kaas gegeten... Maar de Honda 100cc motorfietsen waren wel goede kwaliteit. Geen enkel probleem mee gehad. Maar "Made in Japan" zegt uiteraard veel... We kwamen uiteindelijk uit bij de waterval Tax Paxuam, waar er blijkbaar ook een soort lodge en restaurant was gericht op eco toerisme. Een klein beetje verderop heb ik genoten van een zwempartij en dan hebben we daar nog iets gedronken en zijn we teruggekeerd. Later die avond gingen we nog iets drinken en ik had wel zin om te poolen en we zagen een plaats met een lege pooltafel dus besloten we daar te gaan. We hadden ons nog niet lang gezet of er waren al een stuk of zes Laotianen aan het poolen. Ik ging hen vragen of we konden spelen tegen hen, maar "ze waren vandaag met veel vrienden en wilden liever alleen spelen". Qua poolen betreft het natuurlijk enkel dit geval, maar het is weer zo typisch dat dit me voorvalt in Laos. Ik beweer niet dat je in China niet hetzelfde antwoord zou kunnen krijgen, maar schat de kans wel veel kleiner in. Van de Chinezen heb ik toch vrij veel "Welcome to China!" gehoord en die zijn meestal trots dat je hun land komt bezoeken en bijna altijd enthousiast om met een westerling te babbelen
en het grappige is dat ze ook allemaal meteen je telefoonnummer willen daar.

De volgende dag had ik besloten om opnieuw mijn eigen weg te gaan. Ik had in de Lonely Planet gelezen over een meerdaagse tocht per motorfiets waarbij je grote watervallen te zien kon krijgen die dikwijls niet aangeduid stonden en weg van het algemene toeristencircuit dus ik had er wel zin in. Ik stak het minimum dat ik nodig had in mijn dagrugzak en liet de grote rugzak achter in mijn guesthouse. Daarna nam ik afscheid van de anderen waarmee ik de vorige dag opgetrokken had en ging ik een motorfiets huren voor een aantal dagen (met mijn paspoort als waarborg). De eerste etappe in "The Southern Swing" ging naar de watervallen van Tad Lo ten noorden van het Bolavenplateau, waar er volgens LP een klein backpackersdorpje was maar "zonder de backpackers". Bij aankomst moest ik afslaan naar rechts op een steengruisweg en na een paar honderd meter liep het meteen mis. Ik ging een beetje te snel over een lichte heuvel toen ik opeens zag dat er grotere steenbrokken en putten van het midden tot de rechterkant van de baan lagen en ik moest remmen. Tprobleem is natuurlijk dat als je niet gewoon bent van met een motorfiets te rijden dat je sneller de handrem vindt dan de voetrem, in het bijzonder bij deze motorfietsen die afgestemd zijn op de kleinere Aziaten. De voetrem staat namelijk op een hoger of gelijk niveau dan de pedaal waar je je voet continu zet, in plaats van een klein beetje lager, zodat je je voet eigenlijk constant in een hoek naar boven zou moeten krullen om tijdens het rijden niet op de rem te duwen... Enfin, ik had een paar schrammen en de motorfiets had ook niet te veel, dus het was een goedkope les voor het vervolg. Voor een halve euro plooiden ze de rempedaal en de steunpedaal weer recht en later heb ik nog drie euro betaald om een lichtje vooraan te vervangen. Na de reparatie ging ik naar het backpackersdorpje en ik stopte bij Tim Guesthouse omdat het in de Lonely Planet vermeld stond en ze zeiden goed voor informatie, maar ik vond ze toch niet al te vriendelijk daar. Ze spraken ook niet zo goed Engels, maar ze noemden het Tim Guesthouse waarschijnlijk als een soort van trucje zodat je zou denken dat het een buitenlander is die opent of dat ze op zijn minst goed Engels kunnen. Enfin, ik was net gevallen met die motorfiets en vuil en had geen goesting om rond te kijken, dus stelde ik me tevreden met die bamboehut voor vier euro. Ik dacht van mezelf ook eens te verwennen met een steak met frieten, maar het duurde een half uur voordat ze eraan begonnen en bleek dan nog dat ze hem een ander half uur lang gebakken hadden. Veel bacterien gingen dat niet overleven... 's Avonds en de volgende morgen ging ik elders eten, waar het goedkoper was en de mensen me vriendelijker bedienden. Tad Lo was anders wel een leuk backpackersdorpje waar iedereen met iedereen praatte en met nog niet al te veel backpackers en in het bijzonder niet degene die enkel komen om te feesten. Je kon er ook op een olifant rijden, maar dat heb ik niet gedaan. De avond dat ik er toekwam, heb ik me gebaad in een van de watervallen en 's anderendaags ben ik weer vertrokken.

De dag daarop ging het dan richting Attapeu via Sekong, langs asfaltweg. Ik herinner me nog dat ik bijna zonder nafte zat en het telkens uitstelde en dan voor de eerste keer bij de dorpspomp ging tanken. Ze gaven me de brandstof met de rode kleur. Onderweg sloeg ik nog ergens af in een erbarmelijk slagje om een waterval te gaan bekijken en er waren heel veel mensen en kinderen daar aan het zwemmen, maar had er niet zoveel zin in. Ik ging terug en een ander slagje in tot aan de rivier en zette me een half uurtje met de lokalen en kwam nog een Zweed tegen. Ze waren stenen uit de rivier aan het halen met een kraan en besproeiden dat dan met water, maar wat de exacte bedoeling was, kwam ik niet echt te weten want niemand sprak Engels. In Attapeu aangekomen, ging ik wat rond bij verschillende hotels om te vergelijken, want ik had de motorfiets en moest geen zware rugzak sleuren... zo handig! Uiteindelijk nam ik iets van 4 euro. Ik herinner me nog dat ik een ananas en een mango kocht op de markt, aan een faire prijs maar onrijp... en dan ging ik nog goedkoop eten in een klein lokaal restaurantje met vriendelijke mensen en ik liep 's avonds nog eens uit verveling door de stad en speelde een tijdje volleybal met drie Laotiaanse meisjes op straat, kwam twee Finse meisjes tegen en liep nog ergens voorbij waar een meisje uit een groepje op een terras me vroeg "Do you want to make love with me?" Ik zei "No thank you" en ging uiteindelijk maar naar mijn hotel want er was daar toch niets te doen. Op zich was het wel leuk om eens uit de toeristenbuurt te zijn. Er was voor zover ik weet zelfs geen reisbureau daar. Twas gewoon een rustige provinciale stad naast de Sekong rivier.

De volgende morgen ben ik dan maar weer vertrokken, een eindje terug naar vanwaar ik kwam, om dan van oost naar west langs een rode stofbaan het Bolavenplateau op te rijden. Vanaf die afslag was het volgens de reisgids 16km tot een eerste waterval en 18km tot een tweede, niet aangeduide waterval, maar het kwam niet overeen met de kilometerteller van mijn motorfiets :-( Ik was er dus eerst gepasseerd, maar ben dan een eind teruggekeerd tot de drie bruggen en heb dan uiteindelijk in ware verkennerstijl elk klein paadje dat in het bos liep langs beide zijden van de weg uitgespit. Meestal stopten die paadjes, maar hoorde ik dan het lawaai van water en ging ik verder door het bos en kwam ik bij de rivier met wat kleinere watervallen. Enfin, na bijna twee uur in de hitte zag ik opeens de eerste grote waterval van ver aan de rechterkant van de weg. Er bleek nog een redelijk breed pad naartoe te zijn en waarschijnlijk zal dit binnen een aantal jaar ook gecommercialiseerd zijn. Een kleine 2 km verderop zag ik dan een tweede pad dat redelijk breed was aan de linkerkant en wandelde ik dan totdat ik Nam Tak Katamtok kon zien, een van de grootste watervallen van Laos en zeker de grootste niet aangeduide waterval! Hier kon je in tegenstelling tot de vorige waterval er niet vlakbij komen. Uiteindelijk leverde het wel een voldoening op toen ik de watervallen vond. Toen ik aankwam op het Bolavenplateau in Paksong, na de laatste tien km al zigzaggend een asfaltweg vol met potgaten getrotseerd te hebben, at ik er iets en keek ik nog eens in mijn reisgids en het bleek dat er een klein dorpje nog een tiental km verder lag langs een afslagje via een steenbrokkenweg, waar je ook homestay kon doen, dus ik dacht om dat eens te proberen. Ik kwam er aan toen het net donker was en vroeg voor homestay en kon er blijven. Twas wel veel duurder (25000 kip en 25000 kip voor elke maaltijd) dan de spotgoedkope prijzen die ik van sommige andere mensen gehoord heb en waarschijnlijk omdat het in de reisgids stond en er al anderen voor mij geweest zijn en ze vaste en dus hogere prijzen geintroduceerd hebben in dat dorpje. Op zich steun je er de mensen wel mee en is het een unieke ervaring om er eens bij een familie te verblijven, maar twas wel niet zo dat ik daar de eerste westerling ooit bij die familie was of zo. Het leuke was ook dat ik van de hele dag geen enkele westerling gezien had. Die mensen bakten ratten voor zichzelf, maar mij gaven ze iets anders. Toen ik er aankwam dronk ik eerst iets met hen en dan ging ik me wassen in mijn onderbroek met water van een kuip buiten in het donker. Gelukkig had ik nog het zaklampje van Japan. Ze boden me een bakje aan met een tandenborstel, tandpasta en zeep, maar ik gebruikte toch liever mijn eigen spullen ;-) Het was een grote familie met veel kinderen en nadat ik dan eten kreeg, wat neerkwam op een omelet, wat broccoli en wat sticky rijst voor zover ik me herinner, babbelde ik nog wat met hen voor zover mogelijk, maar ze kenden "Belgium" natuurlijk niet... De meisjes waren met bladeren een soort mijters aan het maken die ze dan de dag nadien naast de buddha beelden zetten voor goed geluk of zo. 's Nachts kroop ik dan in een iglotentje in de kamer waar ik gegeten gehad binnen in hun huis. Zij sliepen allemaal in een andere kamer.

De volgende dag besloot ik om westwaarts te rijden, terug naar Pakse, mijn bottines op te halen en dan naar Kiet Ngong verder te rijden om de dag daarop een tweedaagse trekking in Se Pian National Park te doen. Maar 's morgens deed ik nog een kleine wandeling. Spijtig genoeg had ik mijn camera niet mee, omdat ik mijn batterij aan het opladen was, want er waren toch een paar mooie kiekjes te maken. Het was ook zo dat ik origineel maar van plan was om een klein beetje te wandelen, maar dan verder en verder ging tot het einde van het dorpje waar de mensen kwamen om te bidden en die mijters daar te zetten naast de Buddha en vanaf waar je naar boven kon gaan op een rotsplateau en zo in een twintigtal minuutje bij een waterval terecht kwam. Enfin, na die wandeling ging ik terug naar mijn homestay, nam ik het ontbijt en sprong ik terug op mijn motorfiets. De koffiebonen aan de bomen en al drogend langs de kant van de weg gepasseerd zijnd, kwam ik terug aan in Paksong, waar ik hoogstwaarschijnlijk voor een euro of zo afgezet ben door het mannetje dat me benzine leverde met het manuele pompje (ik heb een fotootje gemaakt), was de weg naar Pakse terug een goeie maar saaiere asfaltbaan. In Pakse haalde ik mijn bottines op en at ik iets en dan sprong ik nog voor een 45tal km op mijn motorfiets. Ik voelde al die ritten wel al een beetje in mijn rug en mijn gezicht was ook wel rood van al die zon. In Kiet Ngong aangekomen ging ik informeren bij de Kingfisher Eco Lodge voor de tweedaagse trekking waarvan sprake in de Lonely Planet. Hij zei dat het normaal alleen voor gasten was, maar dat ik kon meegaan omdat er de volgende dag drie anderen gingen. Twas wel vrij duur, maar ik was er voor gekomen en wilde ook wel nog eens een trek doen, dus ik schreef me in. Daarna reed ik nog een eindje terug en ik vond al redelijk snel een homestay, ook weer met gelijkaardige prijzen. Deze plek was wel veel meer toeristisch dan de vorige plek. Ik had zelfs ook een ticketje moeten kopen om een paar dagen in dat park te verblijven. Na me dan 's avonds gewast te hebben, hadden ze weer gelijkaardig eten klaargemaakt, maar ditmaal geen broccoli maar andere groenten. Nadien aten ze nog met de familie en aten ze kleine visjes en vissaus en zo en ze nodigden me uit om er ook van te eten en ik ging er op in en dat vond ik wel leuk. Twas wel een kleinere familie. De twee meisjes, rond 7-10 jaar geloof ik, waren wel speels en lachs. Had ik er ietsje langer gebleven, dan waren ze ongetwijfeld nog allemaal meer opengebloeid en ging ik nog meer met de kinderen kunnen spelen, want over het algemeen zijn de mensen in het begin toch een beetje verlegen. De vrouw, een dochter die er inwoonde met haar man en moeder van die twee meisjes, vond ik ook wel vriendelijk, omdat ze meer dingen ook ging tonen en zo. 's Avonds probeerden we via mijn klein "Point it" boekje nog een beetje te communiceren en probeerde ik hen duidelijk te maken via de kaartjes waar Belgie lag (wat waarschijnlijk niet echt gelukt is) en dan sliep ik op een matras onder een muskiettennet in de hoek van de ruimte waar die mensen ook sliepen. Wel een beetje weg van hen, want de ruimte was een L-vorm en sliep aan het uiteinde van het korte been van de L. Het enige dat ik had voor de privacy was een doek aan een touw en het donker... Maar dat vind ik dan wel eens goed, want het is meer zoals zij ook leven.

De volgende morgen ging ik vroeg naar de Kingfisher (een soort vogel) Eco Lodge en kwam ik onderweg nog een aantal olifanten langs het wegelingetje tegen, wat wel spectaculair was om langs te passeren. We hadden een Laotiaanse gids en dan was er nog een Nederlands koppel van in de dertig die in Australie woonden die meegingen. Geen onvriendelijke mensen en vrij sportief en avontuurlijk, maar niet zo warm en sociaal en een beetje te serieus voor mij. De andere kerel die meeging was een Fransman die in Canada woonde en hij had ergens een hoge positie bij een internationale bank en had een half jaar vrij genomen tussen twee functies om te reizen. Hij had het lang op voorhand aangevraagd, maar het tijdstip kwam voor hem ideaal uit met de crisis in de bankwereld. Hij was eigenlijk ook meer op zichzelf en ik had geen zeven dagen met hem willen spenderen. Ik vond hem een beetje een dunk van zichzelf hebben. Ik apprecieerde het ook niet zo dat we later op de dag in een dorpje arriveerden en dat hij grappig wilde doen door zichzelf en de dorpelingen Laotianen te noemen en ons "Falang" of vreemdelingen. Voor hem is het natuurlijk een handige truuk om populair te zijn en makkelijker contact te leggen bij de locals, maar het gaat ten koste van de anderen in de groep. Ik heb er geen opmerking over gemaakt, hij zal het waarschijnlijk zelf niet beseft hebben... Ik was ook de enige die een foto van de groep gemaakt heeft tijdens een van de maaltijden, wat eigenlijk op zich bewijst dat de anderen toch niet al te sociaal waren. Maar beter dat dan ruzie in elk geval. Het eerste uur zaten we achteraan op een kleine vrachtwagen langs een hobbelige weg, totdat we in een klein dorpje aankwamen waar de trekking begon. We moesten er onze naam in een register schrijven en er moest een lokale gids van dat dorpje mee (iedereen moet zijn broodje verdienen zeker). De wandeling ging eerst door (droge) rijstvelden en dan door de jungle. Tijdens de wandeling hebben we niet echt beesten gezien, maar de gids stopte nu en dan om te zeggen waarvoor de planten dienden. Zo waren er een soort takken die vanbinnen geel eruit zagen en de dorpelingen verzamelden die om aan de farmaceutische industrie te verkopen. Het was paracetamol gebruikt voor pijnstillers. Zo waren er nog andere planten goed voor het een of het ander en de bladeren van de bananenboom worden voor de typische hoofddeksels gebruikt. Zo was er ook nog een boom waar je een stuk tak van kon kappen als je dorst had en dan liepen er druppels water uit en kon je je dorst lessen. In het midden van de wandeling stopten we bij een opgedroogd riviertje om te lunchen. Ze hadden gebakken rijst met vlees voor ons meegenomen en wat fruit ook. Was wel lekker. In de namiddag kwamen we dan in het dorpje aan. Ik vond dat het er vrij arm uitzag. De mensen zagen er ook niet al te proper uit, met vuile kleren en de kinderen hun haar dikwijls in een nest en veelal zelfs zonder kleren. Veel dorpelingen hadden ook plekken op hun armen en benen van vroegere wondjes die geinfecteerd geraakt zijn. Sinds drie jaar waren ze begonnen met de villagestays. Er was een slaapbungalow voor de gasten en telkens als er iemand kwam, was het een andere familie die de hut proper maakte en de matrassen en muskietennetten erin legde en nadien weer weg bracht, naar een veiligere plaats tegen de ratten. Zo was er ook een beurtrol tussen een tiental families die om de beurt het eten voor de gasten klaarmaakten. Ze hadden die mensen daarin wat opgeleid en het was georganiseerd en het was volgens mij ook wel een mooie inkomstbron voor die mensen. Voor speciale gasten of als je met allemaal samen 15 euro bij elkaar bracht, dan konden ze nog een aantal speciale muziekinstrumenten boven halen en muziek spelen, maar dat was niet inbegrepen in de trekking en hebben we, eerlijk gezegd spijtig genoeg, niet gedaan. Ik had er anders gezegd niet om gegeven om een paar eurootjes meer uit te geven en een leukere avond te hebben. Enfin, we aten ergens in een huis, op het "balkon" eigenlijk en praatten wat via onze gids met een paar mensen en dat was best ook wel leuk.

De dag daarop deden we eerst een ochtendwandeling met de bedoeling van misschien een paar beestjes te zien, maar behalve een paar vogeltjes van ver hebben we niets gespot. Daarna hebben we weer op dezelfde plek in het dorpje ontbeten. Opnieuw kleverige rijst in een rieten mandje (zeer typisch Laotiaans, volgens de etiquette sluit je het potje af als je genoeg hebt gehad), een omelet en wat groenten en dan wat pikante vissaus om de balletjes rijst die je met de handen neemt in te doppen. De handen werden trouwens voor de maaltijd gewassen in een bakje met water en een paar stukjes limoen. Hierna maakten we een wandeling door de jungle, waarbij ik onderweg een aap in de boom heb zien kruipen en waarbij we ook een klein slangetje hebben zien kruipen. We kwamen aan in een ander klein en arm dorpje, ditmaal aan de rivier, waar we lunchten en een pepsi dronken en wat relaxten. Daarna gingen we de rivier op in drie verschillende boten, met drie lokale vrouwen, onze gids en een man die roeiden. Ze mochten wel twee uur roeien en wilden ook niet dat wij hielpen omdat ze waarschijnlijk dachten dat wij er niets van zouden bakken (en ze zouden wel eens gelijk kunnen gehad hebben haha). Het water stond ook vrij laag en we zigzagden traag maar zeker op de rivier tot aan de dam bij het dorpje waar we onze trektocht gestart waren. Het meisje achter mij had wel een paar blaren op haar hand na al dat roeien. En dan moesten ze nog heel de weg terug! Na een vijftal minuten kwamen we dan bij ons transport en reden we op dezelfde manier als we gekomen waren terug naar de Kingfisher Eco Lodge. Daar sprong ik op mijn bromfiets en ging ik nog eens terug naar de mensen waar ik in het dorpje verbleven had. Ik had er immers mijn fleece trui laten liggen. De meisjes waren blij om me terug te zien en eigenlijk had ik ergens nog willen blijven om een beetje met ze te spelen, maar ik betaalde ook 6.5 euro voor de bromfiets en had mijn gedachten er al op gezet om nog die avond terug naar Pakse te rijden en de bromfiets in te leveren. In Pakse ging ik met de bromfiets op zoek naar een andere slaapplaats en kon een kamer met eigen badkamer voor 40000 kip per nacht vinden in Noknoi guesthouse. Een Braziliaan die er verbleven had, had me de plek aangeraden voordat ik de bus naar Pakse nam en toen ik het bordje zag hangen, herinnerde ik me de naam. De mensen waren er vrij vriendelijk en ik was content met de plaats.

De volgende morgen bleef ik wat langer in bed liggen en ging ik dan wat dollars afhalen voor in Cambodia. Ik ging op mijn eigen naar Don Det, een van de "4000" eilanden in de Mekong in het zuiden van Laos en nam hiervoor eerst een tuktuk naar het zuidelijke busstation (na onderhandeling en wegloopmaneuvre voor 10000 kip), vanwaar ik dan een ander soort tuktuk nam voor een 150tal km naar de plek waar de bootoverzet naar Don Det en Don Khon was. Dat koste maar 30000 kip. Tzijn altijd de lokale tuktuks die in verhouding met de afstand veel geld kosten en tword ook altijd afgerond naar 10000 kip dat bijna een euro is... Enfin, die rit was wel eens een belevenis. Ik was de enige buitenlander en ze stopten eens langs de weg om rotan meubelen te kopen en dan stopten ze nog ergens anders en staken de mensen die eten verkochten vanalles, maar vooral gebakken stukken kip op stokken tussen onze hoofden door. Ik kocht ook wat voedsel en at het dan later op het eiland op. De boot naar het eiland kostte 15000 kip, maar toen ik net betaald had, vroeg er een Laotiaan, Mr. Wankham blijkbaar, of ik al een plaats had om te slapen en ik zei neen en hij zei "kom maar met mij mee" en ik sprong in zijn boot en hij bracht me naar zijn plek waar hij "bungalows" (of anders gezegd houten hutjes) voor 20000 kip verhuurde, die aan de zuidoostkant van Don Det gelegen was. Dat was wel een gemak en het was ook beter dan de drukke en duurdere noordelijke kant van het eiland, waar iedereen anders standaard afgedropt wordt na de overzetboot. Het was wel een klein half uur zelfs om naar daar te wandelen. Het was donker toen ik er aankwam en ik at het eten op dat ik onderweg gekocht had, maakte er een praatje met een Japanner die er verbleven had en maakte nog een wandelingetje met mijn zaklamp, maar er was eigenlijk niets te doen 's avonds, dus ging ik maar heel vroeg slapen.

dinsdag 3 maart 2009

Vientiane

Ik wist op voorhand dat accomodatie in Vientiane schaars is t.o.v. de vraag en dat was niet anders toen ik er een kamer zocht. In de meeste pensions die ik afging waren de goedkoopste kamers volzet en bij enkele dacht ik bij wijze van spreken "dan slaap ik nog liever op straat". Zo was er ergens een goedkope dormitory, maar die slaapzaal had zelfs geen deur. Ik nam de trap om een kamer te bekijken en passeerde onderweg een zaal met een paar bedden en ik herinner me o.a. een kerel die daar in zijn slip op zijn bed lag te rusten, zonder bedekking, zodat iedereen dat kon zien en ik dacht bij mezelf "Dit moet echt wel een marginaal oord zijn...". Ik twijfel zelfs of er bedovertrekken op die matrassen daar lagen... Uiteindelijk werd ik het rondvragen beu en het resterende aanbod ging er niet beter op worden integendeel, dus ging ik akkoord met een kleine oude kamer zonder badkamer voor 70000 kip. Ze waren er wel vrij vriendelijk, wat in Laos toch af en toe ook wel eens deugd doet, want qua service en klantvriendelijkheid moet je in Laos niet al te veel verwachten. Veel glimlachen kan er meestal niet van af en de meesten zijn redelijk koel en wat stug in de omgang. De keren dat je dan wel een vriendelijke service krijgt, ben je ze er dan ook extra dankbaar voor... Dat neemt niet weg dat mijn kamer maar vierderangs was en duur. Maar er zaten tenminste geen beesten! In de volgende dagen zou ik van een andere reiziger iets horen over lawaai van rattenvallen die af en toe dichtklappen en van een paar anderen en via de blog van twee Zwitsers die ik in China ontmoet heb, over rode plekken en jeuk van insectenbeten, vermoedelijk veroorzaakt door bedwantsen. Die rode plekken gingen ook niet direct na een paar dagen weg naar het schijnt... Zij waren verbleven op sommige van de goedkoopste plaatsen of op die slaapzaal. Dan was ik toch even blij dat ik een paar euro's meer betaald had voor een kamer voor mij (helemaal) alleen ;-)

Vientiane, de hoofdstad van Laos, bleek op zich wel charme te hebben, maar het was opvallend hoeveel blanke zielen je er in het centrum weer tegenkwam. Eetgelegenheden waren weer, op een paar plaatsjes voor noedelsoep na, uitsluitend op de toeristen of de expats of sommige rijkere Laotianen gericht. Wel een overvloed aan internationale keukens, zoals vermeld in Lonely Planet en ook logischerwijze goedkoper dan dat je het bij ons gaat eten, maar ik kom echt niet naar Laos om Indisch of Turks te gaan eten... Vientiane is gelegen aan de Mekong rivier en aan de overkant ligt Thailand. De nabijheid van Thailand kan je anders ook merken aan het aantal homo's en ladyboys die je tegenkomt. Als er iemand van hetzelfde geslacht je op straat aanspreekt en het is geen tuk tuk chauffeur, dan heb je veel kans dat zijn lievelingsfruit banaan is. Ik had al eens een anecdote hierover opgevangen van een andere reiziger en George had me in Vang Vieng grappend verteld dat het in Vientiane wellicht makkelijker was om een jongen op te pikken dan een meisje. Ik ontmoette ook weer dezelfde reizigers en de tweede avond ging ik met Marshall en Bevin iets eten in een van de openluchtrestaurants naast de rivier en van de vijf meisjes die er bedienden waren er drie die geboren waren met een voorwaarts staartje tussen de benen ;-) Ik heb niet gevraagd of het er nog steeds hing...

De volgende dag stond ik vroeg op (ik werd vroeg wakker) en ging ik naar het Thais consulaat om een Thais visum aan te vragen. Normaal gezien heb je voor Thailand geen visum nodig en als je vliegt krijg je 30 dagen, maar als je over land binnen komt, krijg je, sinds heel recent maar vijftien dagen meer. Dat vond ik toch wat te weinig om op mijn gemak daar te zijn. Het was twee of drie km naar het consulaat en die schurken van tuktuk chauffeurs durfden hiervoor 40000 kip te vragen dus ik besloot wijselijk te wandelen. Rond 7 uur 's morgens stond ik daar: ik heb geleerd dat je bij consulaten en ambassades beter twee uur voor openingstijd gaat zodat je dezelfde dag zeker nog aan de beurt komt. Op dat moment kon je het volk nog op de twee handen tellen. Maar blijkbaar hadden ze nog een kopie van mijn paspoort en visum nodig, dus moest ik die eerst nog zien te kunnen kopieren. In plaats van twee of drie euro en mijn paspoort aan een ventje op een motorfiets te geven, besloot ik dat zelf in orde te brengen en ik was niet de enige. Ik raakte aan de praat met Ly, een Laotiaan die dertig jaar in Frankrijk gewoond heeft en nu sinds een vijftal jaar in Thailand woonde. Hij moest ook nog die kopies maken en we wachtten samen voor een winkel totdat die openging. Uiteindelijk hadden we geluk want om 7u20 ging de winkel al open en konden we onze kopies maken. Ly betaalde voor mij. We schoven weer aan en op dat moment waren er al 35 voor ons. Aan de ambassade was er een man die probeerde applicatieformulieren aan de wachtenden te verkopen en plastic omhulsels voor rond het paspoort en hij sprak iedereen aan met een ernst alsof hij van de ambassade zelf was. Hij vroeg oa of je het formulier al had ingevuld. Blijkbaar zijn er genoeg stommeriken dat hij er zijn brood mee kon verdienen. Onderaan op die applicatieformulieren stond er zelfs nog eens gedrukt dat je ze niet mocht verkopen... Ly had nog een formulier over en ik mocht het gebruiken zodat ik niet meer moest wachten totdat ik binnen was om een formulier te bemachtigen en in te vullen en ik het op mijn gemak kon doen. Uiteindelijk werden we rond 9u30 binnen gelaten en kregen we elk een nummer en moesten we naar voren komen met de documenten wanneer het nummer (enkel in het Engels en niet in het Laotiaans!) afgeroepen werd. Het ging vrij vlot. Nadien moesten we in een ander zaaltje even wachten om te betalen en de volgende namiddag konden we dan het visum komen ophalen. Ly vroeg me wat ik van Laos en de Laotianen vond en ik wou niet al te negatief doen, maar toen zei hij zelf wat er in mijn gedachten zat en kon ik me er volledig in vinden en deed het deugd dat ik niet alleen met mijn ideeen stond. Hij zei zelf dat veel Laotianen niet weten wat een vriendelijke service is. Zo ga je in sommige plaatsen eten en komen ze nog niet naar je om te vragen wat je wilt eten en het onthaal is dikwijls maar koeltjes. Hij zei dat de Laotianen wat wantrouwig zijn t.o.v. de onbekende medemens. Hij zei dat er in Thailand veel meer toeristen nog waren, maar dat ze daar weten wat service is en er klaar voor zijn. In Laos zijn er veel toeristen, maar ze zijn er totaal niet klaar voor. Qua faciliteiten is er volgens mij voldoende, maar de mentaliteit van de Laotianen is er inderdaad niet klaar voor. Ze willen alleen het geld, maar niet de toeristen zelf, zo voelde ik en nog andere reizigers het aan. Ly vertelde dat de Laotianen geen goede zakenlui zijn en dat dat er ook mee te maken heeft. Laos is ook vrij lang afgesloten geweest en exporteert ook bijna niets, dus zoveel hebben ze idd niet kunnen oefenen.

Ly was van de Mong etniciteit, een van de basis bevolkingsgroepen in Laos. De drie grote groepen mensen in Laos zijn Lao, Mong en Khmu. De laatste hebben een donkerdere huid en er wordt door de andere twee groepen dan ook wat op neergekeken (Tis overal hetzelfde...). De Mong bevolken de hooglanden en hebben tijdens de oorlog meegevochten met de Amerikanen. Na de oorlog zijn er daardoor veel Mong gevlucht naar Amerika en Frankrijk. (Tot een aantal jaren geleden was er zelfs een klein aantal Mong rebellen die de strijd niet opgegeven had, maar die leefden in erg armtierige omstandigheden ergens ver weg in de jungle en werden bejaagd door het leger.) De Mong kunnen twee of drie vrouwen hebben als ze willen en zo moeilijk was dat ook niet door al de mannen die in de oorlog gestorven waren. De knapste Mong meisjes trouwen allemaal met Mong die nu in Amerika of in Frankrijk wonen en dus poen hebben, veelal jonge meisjes met veel oudere mannen. In elk geval, Ly heeft dus na de oorlog dertig jaar in Frankrijk gewoond en sprak beter Frans dan Engels. Zijn (enige) vrouw was een vijftal jaar geleden opeens overleden en zijn kinderen waren volwassen en dan is hij hertrouwd met een Thaise (Mong) vrouw en nu leeft hij in Thailand, in Changmai, een toeristische bergachtige provincie in het Noord-Westen tegen de grens met Birma. Voor zover ik weet is hij landbouwer en elke drie maand maakt hij de trip naar Laos om een nieuw Thais visum aan te vragen. Hij bracht me nog naar een Vietnamese eetgelegenheid naast de markt en we aten als lunch (eigenlijk ontbijt) spring rolls en noedelsoep en hij kocht nog een stokbrood gevuld met groenten en patee (iets typisch Vietnamees geloof ik) en gaf mij de helft. Hij wilde me per se trakteren. Twas een heel vriendelijke man en hij gaf me zijn telefoonnummer en als ik in Thailand was, mocht ik hem bellen en als hij tijd had, kon hij me daar dingen laten zien.

Daarna ging ik terug naar waar ik verbleef, maar ik ging met mijn bagage naar een ander pension om de hoek, waar ik een betere kamer voor hetzelfde geld had. Ik had voordien wel nog eens rondgevraagd, maar de goedkopere kamers hadden ze niet meer. Daarna ging ik op zoek naar de National Shooting Range, de schietstand dus. Ik heb dan eens een paar pistolen uitgeprobeerd, wat ik voordien nog nooit had gedaan. Ik heb met een Russische Moloko of zoiets geschoten, met een Colt en met een Smith And Wesson. Veel kogels heb ik wel niet afgevuurd, want het was redelijk duur en twas meer om eens te weten hoe het aanvoelt. Daarna ben ik gaan zwemmen in het Nationaal zwembad. Nadat ik een paar rondjes had gezwommen en er even uit ging, kon ik mijn ogen haast niet meer openhouden. Ik heb ze dan proberen uit te spoelen met water uit een douche en met drinkwater, maar het had bijna geen effect. Ik heb een paar uur rondgelopen met wenende spleetogen. Ik weet nog altijd niet wat ze juist in dat zwembad deden. Trookt niet naar chloor en ik had geen zoute smaak in mijn mond, maar twas in elk geval een paardenmiddel. Marshall vertelde me later die avond dat hij er ook veel last van gehad heeft.

De volgende dag huurde ik dan een fiets en ging ik in de namiddag mijn Thais visum ophalen. Ik was wat later en kwam Ly nog eens tegen op straat toen hij al op weg was naar het busstation met zijn visum op zak en sloeg opnieuw een babbeltje. Ik moest opnieuw wachten, maar ditmaal omdat ik laat was en er veel voor waren. Daarna fietste ik naar een van de bezienswaardigheden in Vientiane, de tempel Wat Phu Luang, met een stupa bedekt met heel veel goudverf (wat ze in Laos trouwens in overvloed gebruiken in de tempelcomplexen). Toch zag het er naar uit dat ze het binnenkort nog eens zouden mogen herschilderen... Dan fietste ik nog eens naar de Cambodiaanse ambassade om te zien of er informatie uithing over een visum, maar er hing niets uit. Ik besloot dan maar om het visum aan de grens te krijgen, voor 20 dollar (+ 1 dollar voor de zakken van de douane bleek later) in plaats van de 35 dollar die de reisbureaus ervoor vroegen. 's Avonds heb ik dan nog eens een praatje gemaakt met een aantal mensen in het centrum van de stad, op een plein waar een soort Laotiaanse Arc de Triomphe met vier poorten stond (Patuxai genaamd), alvorens de fiets terug te brengen.

De volgende dag heb ik dan niet te veel meer gedaan. Ik heb een ticket gekocht via mijn pension voor een nachtbus naar het zuiden, naar Pakse, en het bleek een volkomen toeristenbus te zijn, nooit eerder totnutoe meegemaakt op mijn reis! Er waren langs weerszijden van het gangpad bedden voor twee personen in twee verdiepingen en achterin de bus, waar ik lag, lagen we met vier naast elkaar. De volgende morgen kwamen we dan aan in Pakse...

Tubing in Vang Vieng

In de namiddag kwam ik met de bus in Vang Vieng aan, of tis te zeggen, aan de busterminal 2km van het centrum. Ik negeerde de tuktuk chauffeurs en begon te wandelen met mijn rugzak. Een beetje training is goed voor de fysiek, dacht ik. Maar het was heet, mijn zak woog zwaar en een kerel op een motorfiets sprak me aan om me naar zijn nieuw pension te brengen, waar hij me een kamer kon geven voor 50000 kip. Ik besloot dan maar om van die gratis lift te profiteren. Nadat ik de kamer geinspecteerd had, besloot ik eerst nog een aantal andere plaatsen uit te checken om te vergelijken, maar de eerste optie was prijs/kwaliteit de beste. Ik had een heel grote kamer met twee bedden en een eigen badkamer en alles was splinternieuw. De verdieping erboven moest eigenlijk nog afgewerkt worden, maar dat gebeurde niet op het moment dat ik er verbleef dus geen lawaai en ik was echt wel content met zo'n grote propere kamer voor mij alleen :-)

Vang Vieng zelf bleek meer een "backpacker"oord vooral gevuld met Britse party people en in de bars kon je "happy" menus vragen, waarbij happy dan betekent dat er wat drugs in je drankje of je pizza zit, waardoor je je dan meer happy zou moeten voelen... Ook markant voor Vang Vieng waren de bars met kussens waarin je kon gaan liggen als een patattenzak om continu de Amerikaanse serie Friends te bekijken. Ideaal dus om je verstand op nul te krijgen of te houden, maar minder ideaal als je geinteresseerd bent in de plaatselijke cultuur...

Waarvoor ik dan naar Vang Vieng gekomen ben? Voor de karstlandschappen en omdat ik van water hou en wilde gaan tuben. Tubing betekent dat je je laat afglijden op de rivier op een oude tractor(binnen)band. In Vang Vieng is het enorm gecommercialiseerd en Vang Vieng is vrij bekend en berucht bij de backpackers in Zuid-Oost-Azie door de tubing en wat er bij komt kijken... Op zich is er niet zoveel speciaal aan dat tubing, maar je moet weten dat wanneer je in het water in die band hangt, je de ene bar met luide muziek na de andere passeert en aangezien je ofwel met vrienden gaat, ofwel met anderen in de praat gaat, blijf je sowieso in een aantal van die bars wel een tijdje plakken. Bovendien krijg je in elke bar ook een gratis borreltje whisky. Maar de drank is niet de enige reden waarom je zou stoppen bij de bars... Daarnaast zijn er ter hoogte van elke bar platforms vanwaar je aan een trapeze kunt slingeren en je dan in het water kunt laten plonsen. Sommigen zijn misschien wel bijna 10m hoog! In plaats van slingeren kun je ook met een katrol langs een kabel naar beneden zoeven. Als je tot het einde gaat, is het wel nog een redelijke klap wanneer de boel opeens stopt. Als je je lichaam dan met je benen achteruit krult, dan maak je sowieso een achterwaartse gestrekte salto door die plotse stop! Ik heb die slingers en katrollen talloze keren gedaan en ben ook meerdere keren van een 8tal meter of zo gewoon naar beneden gesprongen toen er een van die toestellen kapot was. Altijd fun! Er was zelfs nog een grote glijbaan. Voor mij persoonlijk was dit eigenlijk de enige reden om te gaan tuben, omdat ik graag zo'n waterdingen uitprobeer, want dat drinken interesseert me toch niet veel. Foto's heb ik er wel niet van, omdat ik mijn camera liever niet meenam in dat watergedoe. Verder kwam ik nog een Nederlander en een Vlaming tegen en we bleven samen wat plakken aan de bars en uiteindelijk was ik toch ook wat aangeschoten op het einde, maar het viel vrij goed mee in vergelijking met sommige anderen die ik gezien heb. Ik denk dat ik vier of vijf pinten achterover gekapt had in een uur of zeven (maar 1 Beerlao komt overeen met 2.5 jupiler) en dan nog een gratis borrel of vijf. Maar ik had van heel die dag enkel een belegd broodje 's morgens gegeten en bijna geen water gedronken en met dat warme weer was dat eigenlijk niet zo goed. Dus 's avonds was ik dan vrij moe en ben ik vroeg gaan slapen, maar ik sliep niet al te goed en de volgende dag besloot ik dan om nog een dagje langer te blijven om te recupereren.

Ik dacht er dan aan om een fiets te huren en een paar grotten en de karstlandschappen in de omgeving te gaan bezichtigen. Maar toen ik rond ging vragen voor een fiets bleek het 10000 kip voor een gewone fiets te zijn en 30000 kip voor een mountainbike. Maar het was al 14u30 en om 18u moest ik die fiets al terug brengen, dus besloot ik maar om te proberen af te dingen en een mountainbike voor 10000 kip te vragen, met het argument dat het maar voor een aantal uurtjes was. Ik vroeg het in een aantal plaatsen, maar ze hadden er geen oren naar. 30000 kip was 30000 kip en verder geen uitleg. Ze staan daar nog liever tot het einde van de dag met 7 mountainbikes zonder iets aan mij te verdienen, dan dat ze akkoord gaan met iets minder. Typisch in Lao zo bleek in mijn algemene ervaringen. De meeste Laotianen hebben geen benul van zaken doen en ze beseffen niet dat als ze vriendelijk en klantgericht zijn, dat ze meer klanten zullen lokken door de mond-aan-mondreclame van de toeristen... Dus dacht ik bij mezelf, ze kunnen hun dertigduizend kiekens in hun hol draaien en ik zal wel wandelen ;-) Dus ik stak de rivier over en ging een beetje wandelen tot het laat werd en ik ging een grotje gaan bezoeken en liep wat tussen de rijstvelden en karstlandschappen en op zich was dat niets om "wow" te zeggen, maar het was wel mooi en rustig. Tijdens het regenseizoen vermoed ik dat het wel veel mooier moet zijn als de rijstvelden groen zijn en onder water staan. Ook was er een waas van mist te bespeuren rond de karstheuvels, die in het regenseizoen misschien vaker verdwijnt na een regenbui.

Bijna al de reizigers daar gaan naar toeristenbars om tussen de andere toeristen te zitten, dus besloot ik eens iets anders te proberen en ik ging naar een bar/club langs de hoofdweg. Ik stapte binnen, ging een pintje kopen en al vlug kwamen er wat lokale jongeren me wenken om bij hun te komen zitten en samen te drinken. De muziek was barslecht, maar het was wel eens een ervaring, want ik was de enige westerling in die bar. Toch wel opmerkelijk als je langs de straat soms het gevoel hebt dat er meer reizigers verblijven dan dat er lokale bevolking is. Aan een andere tafel stond er nog een groepje met een kerel wiens verjaardag het juist die dag was en hij was ook wel vriendelijk en gaf me een stukje van zijn taart! Ze apprecieren het waarschijnlijk dat je eens de moeite doet om tot bij hen te komen, terwijl al de anderen juist in hun eigen groepje van reizigers blijven. Ook denk ik dat ze soms rare dingen van de westerlingen moeten denken. Zo zag ik een paar keer zatte kerels in hun zwembroek op straat gaan liggen. Echt wel beschamend. Of toen ik er de eerste dag kwam, zag ik een dikke berta die net uit het water kwam met een wit tshirt en geen beha eronder. Liet weinig aan de verbeelding over ehum... Zelfs vrouwen die in bikini rondlopen of zo gaan zwemmen is niet de norm voor de laotianen (laotiaanse vrouwen dragen een sarong om te baden, een soort grote doek die onder en bovenlichaam bedekt en als je hun cultuur wil respecteren zou je eigenlijk op zijn minst een badpak of tshirt boven de bikini moeten dragen als vrouw) en als ze bepaalde reizigers elkaar in het openbaar zien kussen, dan denk ik dat de Laotianen ook wel eens hun ogen uitwrijven ;-)

Qua eten was Vang Vieng ook een toeristenval. Ik at er dikwijls een belegd broodje voor 10000 kip. Als ik naar een restaurant ging, dan kostte het me minimaal rond de 15000 kip, tenzij ik de noedelsoep at, en ik moest vaak twee keer bestellen of naar twee verschillende restaurants gaan om mijn honger te stillen, want de porties waren niet echt groot. Eigenlijk heb ik in Laos niet te veel traditioneel gegeten, maar eerder veel gewokte rijst met kip of rund, omdat dat haast het enige onder de 2 euro was en verder denk ik dat ze ook niet zo'n uitgebreide keuken hebben. Het zijn in het algemeen meer simpele mensen, die zelf hun eigen groenten kweken en dingen op de markt kopen en dan thuis eten. Er is geen cultuur om goedkoop uit te gaan eten, zoals in andere Aziatische landen zoals China of Korea of Japan bvb. Ik zou de keuken in Laos eigenlijk eerder een jager-visser-verzamelaar-keuken durven noemen.

In Vang Vieng kwam ik verder weer opnieuw dezelfde reizigers tegen en net op de dag dat ik ging vertrekken naar Vientiane, toen ik om 9u 's morgens, buiten op een tafeltje voor mijn pension, een belegd broodje aan het verorberen was, kwam ik George opnieuw tegen! Wat een toeval! De cirkel was rond ;-) We babbelden wat en deelden onze ervaringen en ik toonde mijn pension en we wensten elkaar een goede reis en rond tien uur stond ik op de hoofdweg met mijn rugzak, met mijn duim in de lucht. Ik was het toeristencircus wat beu en dacht om eens voor wat meer onvoorspelbaarheid te zorgen en te proberen te liften. Uiteindelijk stopte er na 15 minuten of zo een kleine vrachtwagen met wat mensen achterin (een lange afstandstuktuk zeg maar), een soort Laotiaans publiek transport en ik besloot dan maar hiermee mee te gaan. Het kostte maar 30000 kip om naar Vientiane te reizen en ik zat tussen de lokale bevolking, dus dat was wat ik wilde. Er waren ook nog twee andere reizigers die opstapten, maar zoveel heb ik niet met hen gebabbeld. We moesten nog een lokale tuktuk van 10000 kip per persoon nemen (de lokale tuktuks zijn duur in vergelijking met de langeafstandstuktuks. 10000 kip is veel geld als je bedenkt dat je er dikwijls met acht op zit voor mss maximaal 10km terwijl het van Vang Vieng naar Vientiane toch 150km voor 30000 kip was!) Enfin, in de namiddag stonden we in het centrum van Vientiane!

Phonsavan en "Plains of Jars"

Na Luang Prabang heb ik, samen met George, een bus genomen naar het oosten, naar Phonsavan, om de Plains of Jars (velden met kruiken) te gaan bezichtigen. Dit zijn een soort grote stenen urnen die op verschillende plaatsen in de regio te bezichtigen zijn, die honderden jaren oud zijn en waarvan men nog altijd niet weet waarvoor ze dienden. Een van de theorieƫn is dat ze er hun doden in begroeven. De busrit nam een uur of zeven in beslag en onderweg hebben we een uur stilgestaan omdat de bus beschoten werd door vijfig man met machinegeweren en granaten... euh grapje... omdat er een accidentje gebeurd was voor ons en ze aan het wachten waren op de politie om te zien wie er in de fout was. Gelukkig hadden we een ticket vooraan in de bus, want het was de ene bocht na de andere met telkens maar een buslengte ertussen had ik de indruk. Maar overal lag er wel asfalt, dankzij de Chinezen wellicht, die overal in Laos nieuwe asfaltbanen gelegd heben voor de handel met Zuid-Oost-Aziƫ.

In Phonsavan was, zoals in elke stad die ik hier al tegengekomen ben, het busstation enkele km's van het centrum gelegen, ideaal voor de stoere mannen met de tuktuk dus. Een tuktuk kostte 10000 kip per persoon (of rond de 1 euro dus), maar we konden ook meegaan voor niets met een aantal mannen in een minibusje en een ervan zou ons dan enkele hotels voorstellen en ze speculeerden er dan op dat ze ons misschien een tour konden verkopen. We zijn dan maar gratis meegegaan en na een aantal hotels gecheckt te hebben, kwamen we weer bij het eerste terecht. Propere kamers, twee bedden, eigen badkamer, voor 80000 kip dus elk 40000. Ze wilden niets van hun prijs afdoen en tegen de avond zat het hotel volgens mij ook wel vol. Er was een Duitse vrouwen een Koreaanse (verwijfde) kerel die ook op onze bus zaten en die gingen een tour regelen voor de Plains of Jars voor de volgende dag. Wij dachten eraan om een motorfiets te huren, maar ze hadden alleen maar Chinese 100cc scooter type motorfietsen en het ging duurder uitkomen dan met de tour. Ook met de lokale bus was geen optie, want die ging te traag en stopte niet bij alle drie de sites en om alle drie met de fiets te bezichtigen was het te ver. Dus de volgende morgen zei ik aan die kerel dat we misschien ook daarnaartoe gingen en hij zei dat we voor elk 100000 meemochten, maar dat we dan niets aan de anderen mochten zeggen hoeveel we betaald hadden. De Duitse had me de dag voordien gezegd 120000, maar op zijn foldertje stond er 150000 en hij zei dat sommigen zoveel betaald hadden. Of wij echt minder betaald hebben dan de anderen, zullen we nooit weten. In de tour was transport, een fles water, lunch, entree voor de drie sites (3 x 10000) en bezoek aan een dorpje waar ze Whisky maakten, inbegrepen, de Laotiaanse whisky Lao-Lao, eigenlijk gewoon een soort zelfgestookte sterkedrank. Er was ook wel genoeg tijd om op het gemak rond te lopen op de sites, wat ik wel heel belangrijk vind als je ergens met een tour meegaat. De eerste site vond ik meest de moeite en de derde was er eigenlijk wat te veel aan. Al bij al was het wel eens de moeite om te zien en een paar fotootjes te maken, maar de volgende dag was ik al opnieuw onderweg, ditmaal naar Vang Vieng en George ging met een bus naar het zuiden, bestemming Paksan.

maandag 2 maart 2009

Luang Prabang

Luang Prabang bleek al snel warm, te warm, te zijn, zodat het moeilijk was om niet lui, te lui, te worden. Uiteindelijk ben ik er een week gebleven, wat achteraf gezien wat tijdverspilling geweest is, maar het is er zo warm en je bent moe en slaapt niet zo goed en je blijft nog een nacht en nog een nacht en ... tot je opeens zegt: Ik moet verder! Ik deelde telkens de kamer met George, maar vanaf de derde dag schakelden we over op een kamer van 60000 kip. Nadeel was wel dat ik telkens wakker werd smorgens vroeg van anderen die luid babbelend aan het ontbijten waren. Zelf was ik immers nog niet gewoon aan de Laotiaanse gewoonte om vroeg op te staan... De eerste dag ging ik op zoek naar een gekopieerde reisgids, mar toen ik na een tijdje rondvragen alleen maar op originele en dus veel duurdere versies stootte, kocht ik uiteindelijk een originele gids, om 's avonds van George te horen dat hij een gekopieerde, goedkopere versie had zien staan in een of andere kunstgalerij!

Luang Prabang was de oude koloniale hoofdstad van Laos, met heel veel gebouwen uit het Franse verleden en heel veel tempels ook (de laatste ben ik wel al wat beu gezien, ook al zijn ze nders dan die in de landen waar ik totnutoe geweest ben). Luang Prabang is Unesco Werelderfgoed en enorm toeristisch. Vaak heb je de indruk dat er meer toeristen dan Laotianen zijn! Het is er vol met pensions, restaurants, winkels ... Maar op de een of andere manier toch nog relaxerend. 's Avonds ging ik er meestal iets eten op de avondmarkt, waar er een aantal kraampjes met eten waren. Zo maakte ik kennis met oa een gebarbecuede lokale vis, spring rolls, en koekjes gemaakt van rijst en kokosmelk. Er waren ook tal van kramen met allerhande souvenirs en traditionele kleding, maar het enige kraampje waar ik iets gekocht heb, was waar ze een soort rijstwijn verkochten ;-) en Lao Lao, de zelfgestookte typische Laotiaanse sterkedrank van rond de 45 graden alcohol. In sommige flessen stak er ook een slang, maar daar moet ik niet te veel van weten, want als iedereen dat koopt, zijn er binnenkort geen slangen meer... Verder waren er tal van kraampjes waar ze fruit shakes verkochten. Er stonden tal van plastic bekertjes naast elkaar uitgestald, met de stukjes gesneden fruit erin en voor 5000 kip mixten ze dat dn voor jou en ze deden er wat kokosmelk en water bij. Die fruit shakes vond ik echt wel heerlijk en beter en voordeliger dan al de andere fruit shakes die ik verder in Laos zou tegenkomen. In het algemeen vond ik dat ze er elders veel te veel ijs in deden. Ik heb liever fruit dan ijs... Verder kocht ik er ook dikwijls een sandwich met groenten en kip voor 10000 kip, wat ook best smakelijk en vullend was. Het brood is niet slecht, toch iets van goed dat de Fransen hier gedaan hebben ;-) In Frankrijk vind ik de baguette toch eerlijk gezegd nog stukken van mensen beter... Goede koffie kennen ze in ieder geval hier wel en ze produceren die ook zelf in Laos. Vaak heb ik koffie met melk gedronken, al dan niet heet of met ijsblokjes koud gemaakt. De melk die je krijgt is dan wel gecondenseerde melk, dikker dan gewone melk en enorm zoet, van hetgeen je bij ons in tubes kunt kopen in de supermarkt en dan op je boterham kunt smeren. Een ander typisch gerecht hier is noedelsoep met stukjes kip, rund, varken of wat er beschikbaar is. Je krijgt er dan meestal een bord met wat blaadjes sla, wat munttakjes, wat stukjes limoen en eventueel andere bladgroenten bij. Ook Papaya salade is iets typisch hier. Ze kloppen dunne splinters van de papaya met een mes en doen er dan wat olie, limoensap en een paar pepers bij en stampen dat dan wat door elkaar in een kom. Ze doen er dikwijls ook wat vispatee of zoiets bij, een soort pasta gemaakt van visafval denk ik. Het stinkt alleszins.

Er zaten redelijk veel Japanners in het pension waar ik was, omdat het in een reisgids voor Japanse backpackers stond. Het heette Cold River Guesthouse en dat was geen slechte naam, want ik vond de mensen die het open hieldenniet al te warm of bijzonder vriendelijk.

Een van de eerste dagen zijn we met een aantal mensen van het pension met een tuktuk naar de Kuang Si waterval geweest. In de weg ernaartoe werden we een half uur vergiftigd door de uitlaatgassen van detuktuk... Ik heb me dan op de terugweg meer voorin geplaatst. De waterval was heel mooi en exotisch. Het water had een exotische lichtblauwe kleur en in de poelen onderaan kon je zwemmen en van een boom met een touw in het water slingeren. Of van een kleinere waterval een drietal meter naar beneden springen. Ik ben er een andere dag nog eens opnieuw naartoe geweest, ditmaal met Jorg en Harry, twee Duitsers die ik de dag ervoren tijdens het poolen had ontmoet. Ik kwam ze terug tegen op hun Honda 250cc cross motos toen ze op zoek waren naar een pension en ik sprong achterop en leidde ze tot mijn pension. Een heel kleine rit, alleen klote dat de politie ons stopte omdat we in de verkeerde richting reden. Jammer dat er geen bordje stond... Het begon bij 150000 kip per motorfiets en 30000 kip omdat ik geen helm droeg, maar uiteindelijk werd het 70000 kip per motorfiets en was de helm ok omdat ik zei dat ze de anderen die passeerden zonder helm dan ook maar moesten doen stoppen.

Voor de motorfietsen hadden ze 25 dollar per dag betaald, in Vientiane. Ze hadden ze voor een week gehuurd en er geen problemen mee gehad. In Luang Prabang vroegen ze echte schurkenprijzen voor de huur van een 100cc bromfiets: 20 dollar per dag! En dan hebben ze nog geen licentie om te verhuren en zit er geen enkele verzekering of niets bij. Het beste wat ik in Luang Prabang kon vinden waren Russische Minsk 125cc motorfietsen voor 20 dollar bij een Duitser, die een licentie ervoor had en dan was je ook verzekerd, maar dat is nog altijd veel voor zo'n oude bakken. Ik kwam daar op een middag toevallig terecht omdat ik de kleinere rivier al zwemmend was overgestoken. Ik heb er wel maar een keer in gezwommen, want de dag nadien zag mijn shit er geel uit. Enfin, ik ben dan achterop bij Harry op de motorfiets geklommen en we zijn een grot gaan bezoeken en opnieuw dezelfde waterval. Dit keer zijn we eerst tot boven de waterval gewandeld en hebben we nadien gezwommen, wanneer bijna alle toeristen al vertrokken waren. Het werd een leuke dag.

In Luang Prabang bleek er nog veel meer aan de hand te zijn, dan wat het oog ziet. 's Avonds waren er jongere kerels die je aanspraken of je geen marihuana, opium of heroine wilde kopen en als de tuktuk rijders je niet aanspraken met psstt... marihuana, dan was het met psstt...ladies of psstt...wanna fuck. Nu moet je weten dat het verboden is voor een buitenlander om seks te hebben met een Laotiaanse waar je niet getrouwd mee bent en Luang Prabang is een erg toeristisch trekpaardje en werelderfgoed, dus moet het allemaal nog veel verdokener gebeuren. Blijkbaar zijn er ergens buiten de stad bordelen, waar de tuktuk rijders je dan 's avonds naar toe kunnen brengen en waar je dan er een meisje (of wie weet een jongen...) kunt uitpikken. Als je dan 's avonds een dikke Duitser met een moustache alleen in zo''n tuktuk ziet kruipen, dan weet je al hoe laat het is... Aan de andere kant zul je hem niet handje in handje zien over straat lopen met een jonge lokale schoonheid zoals in Thailand. Toch allemaal duistere zaakjes daar in Luang Prabang, vooral als je weet dat het meisje waar je een souvenir aan koopt, enkele uren later misschien in zo'n bar op een andere manier geld verdient... Zo herinner ik me dat ik met George over de avondmarkt liep en dat we het verdacht vonden dat er een jong meisje zich aan het opmaken en schminken was net voordat ze haar boel ging inpakken...

In Luang Prabang ben ik verder nogeen aantal andere reizigers terug tegen het lijf gelopen, oa Anthony en Alicia, en Marchal, die ik in Kunming ontmoet had en zelfs een kerel die vier maand geleden in Korea, in Busan, in hetzelfde jeugdherberg-appartement als ik verbleef.