dinsdag 10 maart 2009

Phnom Penh

In de bus van Kratie naar Phnom Penh leerde ik Paul en Chanta kennen. We stopten onderweg om iets te eten of te drinken en ik had zin in een ananas en ze hielp mij om die tegen de normale prijs te krijgen (Die Australier Luke had dezelfde ananas daar voor 4000 riel gekocht, terwijl ik er 2000 riel of een halve dollar voor betaalde). Zo ben ik aan de praat geraakt met hen. Ik dacht daarbij dat ik Paul al eens in Laos gezien had, maar dat was blijkbaar toch iemand anders. Paul en Chanta waren beiden vijftigers. Ze waren getrouwd en hij was van Canada en zij van Cambodia, maar ze woonden beiden in Canada al lang voor ze getrouwd waren. Zij had de Rode Khmer overleefd en ging niet met zich laten sollen. Paul was eerder geneigd iets te kopen als de kinderen naar hem toe kwamen om iets te verkopen. Zij was oorspronkelijk van Phnom Penh, maar wanneer de Rode Kmer indertijd de stad binnenviel en de twee miljoen inwoners dwong om meteen op te krassen naar het platteland, was zij toevallig ergens in het noorden van Cambodia op vakantie. Toen de Rode Khmer later daar passeerde om de mensen op te pikken, had ze geluk dat een oude vrouw haar opplukte en volhield dat het haar dochter was. De Rode Khmer voorzag immers in een ongelijke behandeling naargelang de familie waarvan je afkomstig was en je oorspronkelijke woonplaats. Hooggeplaatsten en intellectuelen moesten er allemaal aan. Haar vader was een rechter die niet helemaal zuiver qua corruptie was en bovendien was ze van Phnom Penh. Hadden ze dat geweten, dan waren haar overlevingskansen dus veel kleiner. Tijdens de Rode Khmer werden kinderen, mannen en vrouwen van elkaar gescheiden in aparte werkkampen en moesten ze ofwel op de rijstvelden, ofwel in de fabriek, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat werken. Families werden totaal uit elkaar gerukt. Een man vertelde me dat hij tijdens die volle vier jaar maar één paar kleren had gedragen! Er was veel honger, want de doelstellingen qua rijstproductie vooropgesteld in de jaarplannen werden niet gehaald. Er werd namelijk niet bespaard op de hoeveelheid rijst vooropgesteld in die jaarplannen om wapens te kopen van China, waardoor er bijna niets meer overbleef om de mensen te voeden. Ze probeerden zich dan ook via andere manieren levend te houden, onder meer door ratten te vangen om te eten. Chanta had van 's morgens vroeg tot savonds laat op de rijstvelden gewerkt en ze is bijna zeker dat al haar familie dood is. Ze heeft eens boodschappen via de radio laten uitzenden, maar niemand heeft toen gereageerd en ze denkt dat haar broers en zussen nooit zo sterk kunnen geweest zijn om te overleven wat zijzelf doormaakt heeft, vertelde Paul. Daarnaast zei ze dat al degenen in Canada met familie in Cambodia voortdurend opgebeld worden om geld op te sturen en dat ze het eigenlijk na al die jaren niet meer hoeft te weten... Paul was een goedlachse kerel die veel te vertellen had en ook heel graag vertelde. Hij was in zijn jonge jaren naar Azië gereisd via de hippieroute. Hij was langs Turkije en het Midden-Oosten gepasseerd en was zelfs via Afhanistan naar India gegaan. Hij was altijd enthousiast en vrij nieuwsgierig en dus goed reisgezelschap. Bovendien was hij een fotograaf en kon ik later in Siem Reap het een en ander van hem leren toen we de tempels gingen fotograferen. Eenmaal in Phnom Penh gingen we samen een hotel zoeken en we zijn uiteindelijk op een vijfhonderd meter van de rivier beland, twee straten verder van een guesthouse die ik oorspronkelijk via mijn reisgids op het oog had.

De volgende dag ben ik eens het Koninklijk Paleis in Phnom Penh gaan bezoeken, wat echt wel mooi was om te zien en te fotograferen. Ik kon ook weer genieten van zo'n mooie zachte blauwe hemel met hier en daar wat vrolijke wolkjes. Die exotische gebouwen, waren beslist eens de moeite om te zien. Wat wel niet echt in het decor paste en niet echt op het Cambodjaanse klimaat afgestemd, was een roestig ijzeren huis dat lang geleden eens geschonken was door Napoleon vanwege Frankrijk.

De dag daarop gingen Paul en Chanta, met geld dat ze verzameld hadden in Canada, rijst en vispasta en sarongs (doeken gebruikt als kledij, niet hetzelfde als krama, de multifunctionele "sjaal" met ruitjes) en andere benodigdheden kopen en dan met een bestelwagen naar het platteland een veertigtal pakketten uitdelen aan arme families. Paul vroeg of ik zin had om mee te gaan en ik besloot om erop in te gaan en ook een bijdrage te leveren, want ik ging eens ergens anders terechtkomen dan de andere reizigers en 't was voor een goed doel en in leuk gezelschap. 's Morgens toen we stonden te wachten op de bestelwagen, zagen we een stoet van mensen passeren voor een trouw. Toen die er uiteindelijk was, gingen we ergens waar we meest waar voor ons geld kregen het gerief kopen en verdelen over een veertigtal zakken. Er bleken nog een aantal Cambodianen, kennissen van de ex-man van Chanta, mee te gaan met het busje en dat was niet helemaal naar onze zin, maar ja, we konden moeilijk nee zeggen. De chauffeur bracht ons ergens naar een dorpje een dik uur buiten Phnom Penh, waarbij we eens gestopt gingen worden door de politie totdat onze chauffeur de agent een briefje van 500 riel toestopte... Als je weet dat die mannen iets in de orde van 25 à 50 dollar per maand verdienen, is het eigenlijk niet moeilijk in te zien waarom ze altijd op zoek zijn naar een bijverdienste. In het dorpje gingen we dan op zoek naar simpele hutjes met een strooien dakje, zonder koeien, zonder bromfietsen. Daarop trachtten we af te gaan om vast te stellen of ze echt arm waren, wat niet altijd eenvoudig was. De armste families bleken wel aan de rand van het dorpje te leven. Een deel van het geld was ook gebruikt om een reservoir te maken naast de tempel, waar de dorpelingen dan water konden uit halen om kleren te wassen, om te koken, om na zuivering te drinken,... We zijn dan een beetje verder rondgereden in de streek om genoeg zakken te kunnen uitdelen en we zijn zelfs ergens terechtgekomen waar er een jongen aan een baxter lag. Hij had malaria gehad... Via Chanta konden we veel te weten komen. Als je de taal niet spreekt, is dat anders onmogelijk. Paul trok ook iedere keer een foto van de familie omdat hij dan in Canada een presentatie gaat geven voor de mensen die iets gegeven hebben, zodat ze zien wat er met het geld gebeurd is. We legden dat dan ook uit aan de mensen, zodat ze niet zouden denken dat we gewoon foto's van hun wilden trekken om er thuis mee uit te pakken of om te verkopen of zo. Scheel van de honger en moe van de hitte en de zon keerden we in de late namiddag terug naar Phnom Penh, waarbij we onderweg nog stopten om eens te eten. Ik moest toen al eens naar het toilet gaan. Later, toen we in het hotel terug waren, voelde ik me heel moe en een beetje slap op mijn benen. Ik nam 's avonds eens mijn temperatuur en had rond de 38 graden onder de oksel. Ook had ik diarree en moest ik geregeld naar het toilet en zag het er toch wat ongewoon uit in de pot. Ik was toch wat bezorgd met al die tropische ziektes in een tropisch land...

De volgende morgen was de koorts wat geweken, maar de duizeligheid was gebleven en ik was heel moe en was die nacht mss vijftien keer naar het toilet gegaan. Ik ben dan maar naar een kliniek gegaan die in mijn reisgids vermeld stond. Dan hebben ze me twee baxters toegediend en mijn pols en suiker gecontroleerd, werd er bloed afgenomen en moest ik mijn stoelgang in een potje mikken voor het labo. Ik kreeg ook al wat pillen en wat zakjes en ik moest veel drinken, maar tegen de middag voelde ik me wel al wat beter na die baxters en ging ik terug naar het hotel. De rekening was niet mals: meteen 160 dollar en ik ging de volgende dag weer naar de ATM mogen lopen. Nu ja, ik ga wel een deel terugkrijgen via de verzekering en gezondheid is belangrijker dan geld. 's Avonds moest ik dan terug voor het resultaat en het bleek amoebe dysenterie te zijn en ik moest tien dagen pillen nemen en na zeven dagen voor tien dagen andere pillen, dus zeventien dagen pillen slikken in totaal! Alcohol nemen was hierbij meteen verboden voor een tijdje...

De dag daarop voelde ik me nog altijd niet zo goed en ook wegens de hitte heb ik dan niet te veel uitgespookt. Ik heb een beetje op internet gezeten en mijn foto's bekeken, wat gerust en ben 's avonds met Paul en Chanta een hapje gaan eten. Ze hadden weer een leuk verhaal te vertellen: Zij, Paul en nog twee vrouwen en een meisje, waren met een toektoek vertrokken om naar een tempel te gaan, waar ze al de namen van de mensen die iets gegeven hadden, zou laten "goed geluk" verkrijgen door ze te laten zegenen via een monnik daar. 't Schijnt wel dat die monnik geen Engels kon lezen ;-) dan hebben ze het waarschijnlijk moeten voorlezen of heeft hij het op basis van het beeld gezegend. Enfin, het grappige was dat ze de chauffeur van de toektoek hadden aangemaand iets sneller te rijden, maar nu moet je weten dat een Cambodjaanse toektoek niet veel meer is dan een brommer met achterop scharnierend en niet op al te stabiele wijze een koets met twee wielen eraan bevestigd. Dus ja, je kan al raden wat er gebeurde... Een van de wielen van de koets ging een klein beetje in de lucht en om de stabiliteit te herwinnen dreef de chauffeur de koets in de gracht! Een oudere vrouw was eruit gevlogen en had haar been bezeerd en de dochter had dat been vast en zat wat te janken en zo... allee ja, de manier waarop Paul het met veel gebaren beschreef was echt wel hilarisch ;-) En die arme stakker van een toektoek chauffeur probeerde de schuld wat op hen te schuiven omdat ze hadden gezegd dat ze rapper wilden, maar het pakte niet echt want ze gaven hem onder zijn voeten. Zijn toektoek was wat beschadigd en ze gaven hem de helft van het geld en namen een andere toektoek... naar de waarzegger. Naar 't schijnt betekende het ongeluk.

Ze zijn daar nog vrij bijgelovig, wat soms best wel grappig is omdat wij als westerlingen, vooral tegenwoordig, zoveel mogelijk logisch oorzaak-gevolg proberen te redeneren en zo'n dingen belachelijk vinden, maar zij dus vaak niet he... Zo had ik bvb. later gelezen in het Tuol Sleng museum dat er een vrouw die de Rode Kmer had overleefd zich voor 15 dollar door de waarzeggers had laten wijsmaken dat ze ergens in het westen van het land nog familie had die leefde. Ze was ernaartoe gegaan en had niemand gevonden en voelde zich bedrogen... Triestig eigenlijk... Een ander voorbeeld is dat, naar het schijnt, als je de eerste klant van de dag bent bij een marktkramer en je niets koopt, dat die marktkramer de hele dag ongeluk zou hebben en hij jou dan ook ongeluk zou toewensen omdat je zijn dag verpest had. Een ander voorbeeld is dat veel mensen niet met drie op de foto willen omdat dat ongeluk betekende, ik dacht zelfs dat het betekende dat er iemand ging sterven. Zo zijn er heel veel dingen en niet alleen in Cambodia, maar ook in Thailand of zelfs pakweg Zuid-Korea. In Thailand maar ook in Cambodia beschermen tattoos de drager ervan tegen alle soorten onheil. Allee ja, dat wordt toch traditioneel daar geloofd. Komen ze dan toch iets tegen en zijn ze erg gewond, dan leggen ze het wel zo uit dat zonder de tattoo ze dood gingen geweest zijn. In Thailand zie je dan overal talismannen om rond je nek te dragen voor bescherming tegen van alles en nog wat, waarvan een gekende een soort ferm buddhabeeldje is. Eigenlijk is het wat vergelijkbaar met christelijke beschermheiligen, zo is de heilige Sint-Christoffel onder andere de beschermer van de reizigers en heb ik van mijn grootouders ook nog een soort medaille met zijn beeltenis op de voorkant en een magneet aan de achterkant gekregen voor in de auto. Dus ja, als je aan zo'n dingen denkt, dan kun je die mensen hun bijgeloof ook wat begrijpen want wij hebben dat ook nog voor een stuk. Een heel opmerkelijk en sterk Zuid-Koreaans bijgeloof bijvoorbeeld is dat men denkt dat als men de ventilator in de slaapkamer 's nachts aanlaat en de ramen gesloten houdt (of is het open? alleszins één van de twee), dat men 's anderendaags dood zal zijn. Vraag ze zeker niet om het eens uit te proberen, want de meesten zullen niet durven...

De dag daarop ben ik dan rond de middag naar de voormalige geheime gevangenis van de Rode Khmer gewandeld, Tuol Sleng ofte S21. De gevangenis was enkel bij de top van het regime bekend en werd voor de rest van de bevolking geheim gehouden. Bedoeling van de gevangenis was om elke bedreiging voor het regime uit te roeien, door "schuldigen" aan verraad van de Organisatie (Angkar genaamd) erin op te sluiten en aan urenlange ondervragingen gecombineerd met folterpraktijken te onderwerpen. Hierbij werd het woord "schuldig" heel ruim geïnterpreteerd, vooral naar het einde van Democratic Kampuchea toe (Zo werd Cambodja genoemd tijdens de jaren van de Rode Khmer, van 1975 tot in 1979). Een van Pol Pots beroemde uitspraken is trouwens: "Beter tien onschuldigen in de cel dan één schuldige die vrij rondloopt". Vooral op het einde waren ze enorm paranoïde en waren het fracties binnen de Rode Khmer zelf die elkaar uitmoordden. In de gevangenis zijn op zijn minst 14000 mensen vermoord en misschien wel meer. Er werden heel uitgebreide verslagen van ondervragingen bijgehouden met al dan niet gedwongen of uitgevonden verklaringen en aan de hand hiervan kon men een schatting maken van het aantal slachtoffers. Verder werden de gevangenen ook gefotografeerd met een nummer. Via de stijl van het nummer konden ze afleiden van welk jaartal de foto dateerde. Duizenden mensen zijn er aan hun einde gekomen en het aantal overlevende gevangenen, kan op twee handen geteld worden (ik dacht dat het er zeven waren, die het overleefd hadden door klusjes te doen, onder andere een schilder). S21 was gevestigd in een voormalige school in een normale Cambodjaanse woonwijk in Phnom Penh. In de gevangenis was veel informatie terug te vinden niet alleen over de gevangenis zelf maar ook over heel de droevige geschiedenis van het schrikbewind van de Rode Khmer in het algemeen. Wat ook wel echt indruk op me maakte, waren een aantal schilderijen van alledaagse taferelen in S21, geschilderd door een van de overlevenden van de gevangenis, volgens hoe hij zich voorstelde hoe het was (bevestigd in een video fragment door iemand die er werkte). Een van de schilderijen stelde een gevangene voor waarvan de nagels uitgetrokken werden met een tang, waarna er alcohol op gegoten werd. Een ander beeldde een baby'tje uit dat vastgegrepen aan het voetje tegen een boom doodgeslagen werd terwijl de huilende en schreeuwende moeder met reikende armen vanaf de andere kant van het schilderij het onderging. Dit is trouwens onlangs door Duch, de baas van S21, waarvan momenteel het proces aan de gang is, bevestigd. Verder was er nog een schilderij met allemaal gevangenen in een grote ruimte die naast elkaar lagen aan handen en voeten geboeid en met een lange staaf die door een ring vastgemaakt aan hun boeien liep. Praten was trouwens ook verboden in de gevangenis. Verder waren een aantal van de portretfoto's tentoongesteld. Sommige van die personen werden later door familie herkend. Er waren mannen, vrouwen en kinderen op de foto's te vinden. In een ander gebouw waar de belangrijke gevangenen ondervraagd werden, stond in elke kamer een bed met veren maar zonder matras, met een foto aan de muur waar je een volledig gefolterd lichaam op dat bed ziet liggen. Dat waren foto's die de Vietnamezen genomen hadden, juist nadat ze die gevangenis binnengevallen waren, toen ze de Rode Khmer verdreven hadden. Op dat moment was het ook super smerig en lag er overal bloed daar op de vloer. Buiten op het grasplein van de gevangenis was er een soort systeem waar ze de gevangenen aan hun voeten vastbonden aan een touw en ze dan ondersteboven lieten zakken in een grote pot met iets dat je bij ons in de beerput aantreft dacht ik, totdat ze bewusteloos raakten. Nadien dompelden ze ze dan terug onder in koud water om ze weer bij bewustzijn te brengen. Leuk is anders! Er hing ook een informatiebord met de regels die gevolgd moesten worden in S21 amaai! Enfin, ik kan er eigenlijk blijven over vertellen omdat ik er zelf geweest ben, maar ook omdat ik uit interesse een deel van het boek "S21" van David Chandler gelezen heb. Een bezoek aan de gevangenis is een triestige ontdekking van tot wat het menselijke ras allemaal in staat is...

De twee volgende dagen heb ik niet te veel uitgespookt. Ik wilde eigenlijk nog naar de killing fields en eens met de kalashnikov gaan schieten, maar ik vond telkens een excuus door de drukkende hitte (echt niet te onderschatten hoor!) en mijn zieke toestand om het uit te stellen tot een andere dag.

De dag daarna had ik eindelijk de stap gezet... of tis te zeggen ik was voor een paar dollar achteraan een brommertje gekropen, op naar de schietstand en The Killing Fields (een terrein met massagraven waar de slachtoffers van S21 in verdwenen), en wel in die volgorde (tenminste, dat was de bedoeling, want tis beter eerst te schieten vooraleer je de "putjes" miserie ziet... Klein detail was dat de kerel die me er bracht het eigenlijk zelf niet echt wist zijn! Hij vroeg het aan een andere chauffeur en zo raakten we met het brommertje aan de vroegere schietstand, naast The Killing Fields, die echter al een paar jaar door de overheid gesloten was. Bij hen kon je wel nog voor 25O dollar terecht als je eens wilde schieten met een raketlanceerder, maar zoveel geld had ik jammer genoeg niet op zak... Enfin, om de schietstand waar je wel nog eens met een AK-47 kon schieten te bereiken, moesten we een eind terug keren tot aan een T waar we dan het rechtse been in plaats van het linkse been moesten nemen, in de richting van de luchthaven. Dat betekende ook dat we dan nog eens opnieuw moesten terugrijden naar The Killing Fields als ik eerst wilde schieten, maar de chauffeur maakte daar geen enkel probleem van. Op de schietstand gekomen, waren ze eigenlijk niet al te vriendelijk en het moest allemaal wat rap gaan. Op de lijst stonden een aantal wapens met prijzen en het goedkoopste was 40 dollar omdat je een volledig magazijn moest nemen, dus niet per kogel of zo zoals in Laos kon. Ik koos voor de AK-47 ofte Kalashnikov met een magazijn van dertig kogels. Vooraleer ik kon schieten, olieden ze het wapen nog eens in en dan schieten maar, eerst een aantal schoten op halfautomatisch en dan op volledig automatisch! Lang duurde de pret niet, maar 't was toch wel eens de moeite om te weten hoe dat voelt. Redelijk heavy zeg maar, al die voortdurende terugslagen wanneer je op volautomatisch vuurt! En met dat je in ons landje van allerhande regeltjes telkens minder en minder mag, kun je wel niet anders dan het in zo'n land doen, als je daar eens van wil proeven. Nadeel is wel dat het geld zeker niet gaat naar waar het nodig is... Op de schietstand waren op dat moment ook een aantal westerse beren van venten aan het oefenen met alle soorten wapens. Toen ik geschoten had, waren ze aan het inpakken en toen ik een tweede foto wilde nemen van hun koffer met al de wapens erin, zei er één "No pictures", dus ik riskeerde het dan niet meer. Ze waren met een stuk of zes en stapten dan een witte bestelwagen in en waren weg: Bodyguards, waarschijnlijk werkend voor een of andere westerse ambassade, want Aziaten zullen naar mijn gedacht ook wel Aziatische bodyguards hebben. Ik zag ook dat ze aan elke kant van hun gordel een pistool droegen, terwijl wapendracht anders voor westerlingen in Cambodja verboden is (anders zou de schietstand minder populair zijn bij toeristen want voor honderd dollar heb je al zelf een Kalashnikov op de markt en dan zou je nog wat kogels kunnen kopen en met een groepje eens op het platteland gaan schieten voor de lol). Na het schieten bracht hij me naar The Killing Fields (Velden des Doods, de film is een echte aanrader). Het was een terrein met allemaal putten, massagraven waar ze de mensen komende van de geheime gevangenis S21 dood of stervende in gooiden. Er waren tijdens het bewind van de Rode Khmer trouwens over heel Cambodja zo'n plekken met massagraven. Triestig dat de mens tot zoiets in staat is... Om kogels te sparen, werd er bijvoorbeeld gebruik gemaakt van een hamer om de schedel in te slaan of een schop waarmee op de nek geslagen werd. Babytjes werden aan het beentje vastgepakt en tegen een boom doodgeslagen (naast de bewuste boom stond een informatiebordje). In een andere boom hingen luidsprekers waaruit keihard propaganda weergalmde om het gekrijs, geschreeuw en gejank van de slachtoffers te overstemmen... Tegenwoordig staat er in het midden van het veld een soort van paviljoen dat dienst doet als een monument waarin duizenden menselijke schedels opgestapeld liggen.

In Phnom Penh ben ik eens bij de blinden gegaan voor een Japanse massage. Was wel goed dat ze airco hadden. Ik mocht in een kamer op de eerste verdieping in een hoekje achter een gordijntje mijn kleren uittrekken en moest dan een kleed aandoen. Dan met dat kleed moest ik op mijn buik op een tafel gaan liggen met mijn hoofd op het uiteinde op een soort kussen met een gat in het midden voor het gezicht. In de kamer stonden een stuk of zes tafels waar mensen op dat moment gemasseerd werden. Het was een massage van een uurtje en die blinde dame was niet groot en niet struis, maar ze had sterke handen! En ze voelde ook dat mijn spieren langs mijn linkerbil iets anders aanvoelden dan langs mijn rechterbil, wat in overeenstemming is met een afwijking die ik aan mijn linkerknie heb. Ze zei dat ze medium hard masseerde, maar eigenlijk was het te hard voor mij. Ik vroeg niet voor zachter, omdat ik had gehoord dat het niet te zacht mag zijn en dat het een beetje zeer mag doen. Maar op een gegeven moment was het echt wel wat pijnlijk. Uiteindelijk had ik de volgende twee dagen wat pijn in mijn rug, dus ik ben niet meer terug geweest. Achteraf gezien denk ik dat die Japanse Shiatsu massages eerder aan te raden zijn als je al een probleem hebt... Maar als je net als ik op dat moment geen problemen hebt, laat je het beter zijn zoals het is, of kies je voor een Zweedse massage of zo (maar die blinden deden alleen Japanse massage en nee, er was geen happy ending haha).

Nog iets wat je ook veel had in Phnom Penh waren bars waar jonge meisjes naar toe gingen om klanten aan de haak te slaan, tis te zeggen mannen die ze betaalden voor seks. Toen ik naar de kliniek ging 's morgens om acht uur, toen ik ziek was, liep ik ook door een straat met veel van zo'n bars en een ervan was dag en nacht open en 's morgens zaten er dan oudere mannen te ontbijten terwijl ze al naar de jonge meisjes (die ze daarna misschien nemen als dessert?) zitten te lonken. 't Is natuurlijk triestig om te zien dat ze zoiets moeten doen, maar anderzijds is dat voor die meisjes nog een van de beste vormen van prostitutie daar. De meisjes kunnen nog kiezen of ze met een klant meegaan of niet en 't is nog geen lopende band werk. Op de plekken waar de Aziaten gaan, is het veel slechter gesteld naar het schijnt. En daar zul je dan ook die seksslaven en zo tegenkomen. Veelal krijg je de indruk dat de seksindustrie in Zuid-Oost-Azië voornamelijk zich naar westerlingen richt, maar niets is minder waar (volgens het boek geschreven door Louise Brown "Sex slaves: the trafficking of women in Asia"). Alleen gebeuren de onderhandelingen bij de westerlingen open en bloot, terwijl de Aziaten alles achter gesloten deuren doen. Een gelijkaardig vertekend beeld geldt voor pedofielen: als je de media moet geloven zijn die allemaal blank, wat dus ook compleet belachelijk is (misschien spijtig genoeg, want dan waren er al een pak minder!)... Een interessant boek dat op een heel rauwe manier de geschiftheid en een aantal scheve situaties in Phnom Penh belicht, is "Off the rails in Phnom Penh" van Amit Gilboa. De gebeurtenissen in dit boek speelden zich wel meer dan tien jaar geleden af en intussen is er heel veel veranderd, maar het zou me toch sterk verwonderen als al die dingen nu opeens tot het verleden zouden behoren...

Om te eindigen: Phnom Penh is een geschifte stad!

Geen opmerkingen: