dinsdag 3 maart 2009

Tubing in Vang Vieng

In de namiddag kwam ik met de bus in Vang Vieng aan, of tis te zeggen, aan de busterminal 2km van het centrum. Ik negeerde de tuktuk chauffeurs en begon te wandelen met mijn rugzak. Een beetje training is goed voor de fysiek, dacht ik. Maar het was heet, mijn zak woog zwaar en een kerel op een motorfiets sprak me aan om me naar zijn nieuw pension te brengen, waar hij me een kamer kon geven voor 50000 kip. Ik besloot dan maar om van die gratis lift te profiteren. Nadat ik de kamer geinspecteerd had, besloot ik eerst nog een aantal andere plaatsen uit te checken om te vergelijken, maar de eerste optie was prijs/kwaliteit de beste. Ik had een heel grote kamer met twee bedden en een eigen badkamer en alles was splinternieuw. De verdieping erboven moest eigenlijk nog afgewerkt worden, maar dat gebeurde niet op het moment dat ik er verbleef dus geen lawaai en ik was echt wel content met zo'n grote propere kamer voor mij alleen :-)

Vang Vieng zelf bleek meer een "backpacker"oord vooral gevuld met Britse party people en in de bars kon je "happy" menus vragen, waarbij happy dan betekent dat er wat drugs in je drankje of je pizza zit, waardoor je je dan meer happy zou moeten voelen... Ook markant voor Vang Vieng waren de bars met kussens waarin je kon gaan liggen als een patattenzak om continu de Amerikaanse serie Friends te bekijken. Ideaal dus om je verstand op nul te krijgen of te houden, maar minder ideaal als je geinteresseerd bent in de plaatselijke cultuur...

Waarvoor ik dan naar Vang Vieng gekomen ben? Voor de karstlandschappen en omdat ik van water hou en wilde gaan tuben. Tubing betekent dat je je laat afglijden op de rivier op een oude tractor(binnen)band. In Vang Vieng is het enorm gecommercialiseerd en Vang Vieng is vrij bekend en berucht bij de backpackers in Zuid-Oost-Azie door de tubing en wat er bij komt kijken... Op zich is er niet zoveel speciaal aan dat tubing, maar je moet weten dat wanneer je in het water in die band hangt, je de ene bar met luide muziek na de andere passeert en aangezien je ofwel met vrienden gaat, ofwel met anderen in de praat gaat, blijf je sowieso in een aantal van die bars wel een tijdje plakken. Bovendien krijg je in elke bar ook een gratis borreltje whisky. Maar de drank is niet de enige reden waarom je zou stoppen bij de bars... Daarnaast zijn er ter hoogte van elke bar platforms vanwaar je aan een trapeze kunt slingeren en je dan in het water kunt laten plonsen. Sommigen zijn misschien wel bijna 10m hoog! In plaats van slingeren kun je ook met een katrol langs een kabel naar beneden zoeven. Als je tot het einde gaat, is het wel nog een redelijke klap wanneer de boel opeens stopt. Als je je lichaam dan met je benen achteruit krult, dan maak je sowieso een achterwaartse gestrekte salto door die plotse stop! Ik heb die slingers en katrollen talloze keren gedaan en ben ook meerdere keren van een 8tal meter of zo gewoon naar beneden gesprongen toen er een van die toestellen kapot was. Altijd fun! Er was zelfs nog een grote glijbaan. Voor mij persoonlijk was dit eigenlijk de enige reden om te gaan tuben, omdat ik graag zo'n waterdingen uitprobeer, want dat drinken interesseert me toch niet veel. Foto's heb ik er wel niet van, omdat ik mijn camera liever niet meenam in dat watergedoe. Verder kwam ik nog een Nederlander en een Vlaming tegen en we bleven samen wat plakken aan de bars en uiteindelijk was ik toch ook wat aangeschoten op het einde, maar het viel vrij goed mee in vergelijking met sommige anderen die ik gezien heb. Ik denk dat ik vier of vijf pinten achterover gekapt had in een uur of zeven (maar 1 Beerlao komt overeen met 2.5 jupiler) en dan nog een gratis borrel of vijf. Maar ik had van heel die dag enkel een belegd broodje 's morgens gegeten en bijna geen water gedronken en met dat warme weer was dat eigenlijk niet zo goed. Dus 's avonds was ik dan vrij moe en ben ik vroeg gaan slapen, maar ik sliep niet al te goed en de volgende dag besloot ik dan om nog een dagje langer te blijven om te recupereren.

Ik dacht er dan aan om een fiets te huren en een paar grotten en de karstlandschappen in de omgeving te gaan bezichtigen. Maar toen ik rond ging vragen voor een fiets bleek het 10000 kip voor een gewone fiets te zijn en 30000 kip voor een mountainbike. Maar het was al 14u30 en om 18u moest ik die fiets al terug brengen, dus besloot ik maar om te proberen af te dingen en een mountainbike voor 10000 kip te vragen, met het argument dat het maar voor een aantal uurtjes was. Ik vroeg het in een aantal plaatsen, maar ze hadden er geen oren naar. 30000 kip was 30000 kip en verder geen uitleg. Ze staan daar nog liever tot het einde van de dag met 7 mountainbikes zonder iets aan mij te verdienen, dan dat ze akkoord gaan met iets minder. Typisch in Lao zo bleek in mijn algemene ervaringen. De meeste Laotianen hebben geen benul van zaken doen en ze beseffen niet dat als ze vriendelijk en klantgericht zijn, dat ze meer klanten zullen lokken door de mond-aan-mondreclame van de toeristen... Dus dacht ik bij mezelf, ze kunnen hun dertigduizend kiekens in hun hol draaien en ik zal wel wandelen ;-) Dus ik stak de rivier over en ging een beetje wandelen tot het laat werd en ik ging een grotje gaan bezoeken en liep wat tussen de rijstvelden en karstlandschappen en op zich was dat niets om "wow" te zeggen, maar het was wel mooi en rustig. Tijdens het regenseizoen vermoed ik dat het wel veel mooier moet zijn als de rijstvelden groen zijn en onder water staan. Ook was er een waas van mist te bespeuren rond de karstheuvels, die in het regenseizoen misschien vaker verdwijnt na een regenbui.

Bijna al de reizigers daar gaan naar toeristenbars om tussen de andere toeristen te zitten, dus besloot ik eens iets anders te proberen en ik ging naar een bar/club langs de hoofdweg. Ik stapte binnen, ging een pintje kopen en al vlug kwamen er wat lokale jongeren me wenken om bij hun te komen zitten en samen te drinken. De muziek was barslecht, maar het was wel eens een ervaring, want ik was de enige westerling in die bar. Toch wel opmerkelijk als je langs de straat soms het gevoel hebt dat er meer reizigers verblijven dan dat er lokale bevolking is. Aan een andere tafel stond er nog een groepje met een kerel wiens verjaardag het juist die dag was en hij was ook wel vriendelijk en gaf me een stukje van zijn taart! Ze apprecieren het waarschijnlijk dat je eens de moeite doet om tot bij hen te komen, terwijl al de anderen juist in hun eigen groepje van reizigers blijven. Ook denk ik dat ze soms rare dingen van de westerlingen moeten denken. Zo zag ik een paar keer zatte kerels in hun zwembroek op straat gaan liggen. Echt wel beschamend. Of toen ik er de eerste dag kwam, zag ik een dikke berta die net uit het water kwam met een wit tshirt en geen beha eronder. Liet weinig aan de verbeelding over ehum... Zelfs vrouwen die in bikini rondlopen of zo gaan zwemmen is niet de norm voor de laotianen (laotiaanse vrouwen dragen een sarong om te baden, een soort grote doek die onder en bovenlichaam bedekt en als je hun cultuur wil respecteren zou je eigenlijk op zijn minst een badpak of tshirt boven de bikini moeten dragen als vrouw) en als ze bepaalde reizigers elkaar in het openbaar zien kussen, dan denk ik dat de Laotianen ook wel eens hun ogen uitwrijven ;-)

Qua eten was Vang Vieng ook een toeristenval. Ik at er dikwijls een belegd broodje voor 10000 kip. Als ik naar een restaurant ging, dan kostte het me minimaal rond de 15000 kip, tenzij ik de noedelsoep at, en ik moest vaak twee keer bestellen of naar twee verschillende restaurants gaan om mijn honger te stillen, want de porties waren niet echt groot. Eigenlijk heb ik in Laos niet te veel traditioneel gegeten, maar eerder veel gewokte rijst met kip of rund, omdat dat haast het enige onder de 2 euro was en verder denk ik dat ze ook niet zo'n uitgebreide keuken hebben. Het zijn in het algemeen meer simpele mensen, die zelf hun eigen groenten kweken en dingen op de markt kopen en dan thuis eten. Er is geen cultuur om goedkoop uit te gaan eten, zoals in andere Aziatische landen zoals China of Korea of Japan bvb. Ik zou de keuken in Laos eigenlijk eerder een jager-visser-verzamelaar-keuken durven noemen.

In Vang Vieng kwam ik verder weer opnieuw dezelfde reizigers tegen en net op de dag dat ik ging vertrekken naar Vientiane, toen ik om 9u 's morgens, buiten op een tafeltje voor mijn pension, een belegd broodje aan het verorberen was, kwam ik George opnieuw tegen! Wat een toeval! De cirkel was rond ;-) We babbelden wat en deelden onze ervaringen en ik toonde mijn pension en we wensten elkaar een goede reis en rond tien uur stond ik op de hoofdweg met mijn rugzak, met mijn duim in de lucht. Ik was het toeristencircus wat beu en dacht om eens voor wat meer onvoorspelbaarheid te zorgen en te proberen te liften. Uiteindelijk stopte er na 15 minuten of zo een kleine vrachtwagen met wat mensen achterin (een lange afstandstuktuk zeg maar), een soort Laotiaans publiek transport en ik besloot dan maar hiermee mee te gaan. Het kostte maar 30000 kip om naar Vientiane te reizen en ik zat tussen de lokale bevolking, dus dat was wat ik wilde. Er waren ook nog twee andere reizigers die opstapten, maar zoveel heb ik niet met hen gebabbeld. We moesten nog een lokale tuktuk van 10000 kip per persoon nemen (de lokale tuktuks zijn duur in vergelijking met de langeafstandstuktuks. 10000 kip is veel geld als je bedenkt dat je er dikwijls met acht op zit voor mss maximaal 10km terwijl het van Vang Vieng naar Vientiane toch 150km voor 30000 kip was!) Enfin, in de namiddag stonden we in het centrum van Vientiane!

Phonsavan en "Plains of Jars"

Na Luang Prabang heb ik, samen met George, een bus genomen naar het oosten, naar Phonsavan, om de Plains of Jars (velden met kruiken) te gaan bezichtigen. Dit zijn een soort grote stenen urnen die op verschillende plaatsen in de regio te bezichtigen zijn, die honderden jaren oud zijn en waarvan men nog altijd niet weet waarvoor ze dienden. Een van de theorieƫn is dat ze er hun doden in begroeven. De busrit nam een uur of zeven in beslag en onderweg hebben we een uur stilgestaan omdat de bus beschoten werd door vijfig man met machinegeweren en granaten... euh grapje... omdat er een accidentje gebeurd was voor ons en ze aan het wachten waren op de politie om te zien wie er in de fout was. Gelukkig hadden we een ticket vooraan in de bus, want het was de ene bocht na de andere met telkens maar een buslengte ertussen had ik de indruk. Maar overal lag er wel asfalt, dankzij de Chinezen wellicht, die overal in Laos nieuwe asfaltbanen gelegd heben voor de handel met Zuid-Oost-Aziƫ.

In Phonsavan was, zoals in elke stad die ik hier al tegengekomen ben, het busstation enkele km's van het centrum gelegen, ideaal voor de stoere mannen met de tuktuk dus. Een tuktuk kostte 10000 kip per persoon (of rond de 1 euro dus), maar we konden ook meegaan voor niets met een aantal mannen in een minibusje en een ervan zou ons dan enkele hotels voorstellen en ze speculeerden er dan op dat ze ons misschien een tour konden verkopen. We zijn dan maar gratis meegegaan en na een aantal hotels gecheckt te hebben, kwamen we weer bij het eerste terecht. Propere kamers, twee bedden, eigen badkamer, voor 80000 kip dus elk 40000. Ze wilden niets van hun prijs afdoen en tegen de avond zat het hotel volgens mij ook wel vol. Er was een Duitse vrouwen een Koreaanse (verwijfde) kerel die ook op onze bus zaten en die gingen een tour regelen voor de Plains of Jars voor de volgende dag. Wij dachten eraan om een motorfiets te huren, maar ze hadden alleen maar Chinese 100cc scooter type motorfietsen en het ging duurder uitkomen dan met de tour. Ook met de lokale bus was geen optie, want die ging te traag en stopte niet bij alle drie de sites en om alle drie met de fiets te bezichtigen was het te ver. Dus de volgende morgen zei ik aan die kerel dat we misschien ook daarnaartoe gingen en hij zei dat we voor elk 100000 meemochten, maar dat we dan niets aan de anderen mochten zeggen hoeveel we betaald hadden. De Duitse had me de dag voordien gezegd 120000, maar op zijn foldertje stond er 150000 en hij zei dat sommigen zoveel betaald hadden. Of wij echt minder betaald hebben dan de anderen, zullen we nooit weten. In de tour was transport, een fles water, lunch, entree voor de drie sites (3 x 10000) en bezoek aan een dorpje waar ze Whisky maakten, inbegrepen, de Laotiaanse whisky Lao-Lao, eigenlijk gewoon een soort zelfgestookte sterkedrank. Er was ook wel genoeg tijd om op het gemak rond te lopen op de sites, wat ik wel heel belangrijk vind als je ergens met een tour meegaat. De eerste site vond ik meest de moeite en de derde was er eigenlijk wat te veel aan. Al bij al was het wel eens de moeite om te zien en een paar fotootjes te maken, maar de volgende dag was ik al opnieuw onderweg, ditmaal naar Vang Vieng en George ging met een bus naar het zuiden, bestemming Paksan.

maandag 2 maart 2009

Luang Prabang

Luang Prabang bleek al snel warm, te warm, te zijn, zodat het moeilijk was om niet lui, te lui, te worden. Uiteindelijk ben ik er een week gebleven, wat achteraf gezien wat tijdverspilling geweest is, maar het is er zo warm en je bent moe en slaapt niet zo goed en je blijft nog een nacht en nog een nacht en ... tot je opeens zegt: Ik moet verder! Ik deelde telkens de kamer met George, maar vanaf de derde dag schakelden we over op een kamer van 60000 kip. Nadeel was wel dat ik telkens wakker werd smorgens vroeg van anderen die luid babbelend aan het ontbijten waren. Zelf was ik immers nog niet gewoon aan de Laotiaanse gewoonte om vroeg op te staan... De eerste dag ging ik op zoek naar een gekopieerde reisgids, mar toen ik na een tijdje rondvragen alleen maar op originele en dus veel duurdere versies stootte, kocht ik uiteindelijk een originele gids, om 's avonds van George te horen dat hij een gekopieerde, goedkopere versie had zien staan in een of andere kunstgalerij!

Luang Prabang was de oude koloniale hoofdstad van Laos, met heel veel gebouwen uit het Franse verleden en heel veel tempels ook (de laatste ben ik wel al wat beu gezien, ook al zijn ze nders dan die in de landen waar ik totnutoe geweest ben). Luang Prabang is Unesco Werelderfgoed en enorm toeristisch. Vaak heb je de indruk dat er meer toeristen dan Laotianen zijn! Het is er vol met pensions, restaurants, winkels ... Maar op de een of andere manier toch nog relaxerend. 's Avonds ging ik er meestal iets eten op de avondmarkt, waar er een aantal kraampjes met eten waren. Zo maakte ik kennis met oa een gebarbecuede lokale vis, spring rolls, en koekjes gemaakt van rijst en kokosmelk. Er waren ook tal van kramen met allerhande souvenirs en traditionele kleding, maar het enige kraampje waar ik iets gekocht heb, was waar ze een soort rijstwijn verkochten ;-) en Lao Lao, de zelfgestookte typische Laotiaanse sterkedrank van rond de 45 graden alcohol. In sommige flessen stak er ook een slang, maar daar moet ik niet te veel van weten, want als iedereen dat koopt, zijn er binnenkort geen slangen meer... Verder waren er tal van kraampjes waar ze fruit shakes verkochten. Er stonden tal van plastic bekertjes naast elkaar uitgestald, met de stukjes gesneden fruit erin en voor 5000 kip mixten ze dat dn voor jou en ze deden er wat kokosmelk en water bij. Die fruit shakes vond ik echt wel heerlijk en beter en voordeliger dan al de andere fruit shakes die ik verder in Laos zou tegenkomen. In het algemeen vond ik dat ze er elders veel te veel ijs in deden. Ik heb liever fruit dan ijs... Verder kocht ik er ook dikwijls een sandwich met groenten en kip voor 10000 kip, wat ook best smakelijk en vullend was. Het brood is niet slecht, toch iets van goed dat de Fransen hier gedaan hebben ;-) In Frankrijk vind ik de baguette toch eerlijk gezegd nog stukken van mensen beter... Goede koffie kennen ze in ieder geval hier wel en ze produceren die ook zelf in Laos. Vaak heb ik koffie met melk gedronken, al dan niet heet of met ijsblokjes koud gemaakt. De melk die je krijgt is dan wel gecondenseerde melk, dikker dan gewone melk en enorm zoet, van hetgeen je bij ons in tubes kunt kopen in de supermarkt en dan op je boterham kunt smeren. Een ander typisch gerecht hier is noedelsoep met stukjes kip, rund, varken of wat er beschikbaar is. Je krijgt er dan meestal een bord met wat blaadjes sla, wat munttakjes, wat stukjes limoen en eventueel andere bladgroenten bij. Ook Papaya salade is iets typisch hier. Ze kloppen dunne splinters van de papaya met een mes en doen er dan wat olie, limoensap en een paar pepers bij en stampen dat dan wat door elkaar in een kom. Ze doen er dikwijls ook wat vispatee of zoiets bij, een soort pasta gemaakt van visafval denk ik. Het stinkt alleszins.

Er zaten redelijk veel Japanners in het pension waar ik was, omdat het in een reisgids voor Japanse backpackers stond. Het heette Cold River Guesthouse en dat was geen slechte naam, want ik vond de mensen die het open hieldenniet al te warm of bijzonder vriendelijk.

Een van de eerste dagen zijn we met een aantal mensen van het pension met een tuktuk naar de Kuang Si waterval geweest. In de weg ernaartoe werden we een half uur vergiftigd door de uitlaatgassen van detuktuk... Ik heb me dan op de terugweg meer voorin geplaatst. De waterval was heel mooi en exotisch. Het water had een exotische lichtblauwe kleur en in de poelen onderaan kon je zwemmen en van een boom met een touw in het water slingeren. Of van een kleinere waterval een drietal meter naar beneden springen. Ik ben er een andere dag nog eens opnieuw naartoe geweest, ditmaal met Jorg en Harry, twee Duitsers die ik de dag ervoren tijdens het poolen had ontmoet. Ik kwam ze terug tegen op hun Honda 250cc cross motos toen ze op zoek waren naar een pension en ik sprong achterop en leidde ze tot mijn pension. Een heel kleine rit, alleen klote dat de politie ons stopte omdat we in de verkeerde richting reden. Jammer dat er geen bordje stond... Het begon bij 150000 kip per motorfiets en 30000 kip omdat ik geen helm droeg, maar uiteindelijk werd het 70000 kip per motorfiets en was de helm ok omdat ik zei dat ze de anderen die passeerden zonder helm dan ook maar moesten doen stoppen.

Voor de motorfietsen hadden ze 25 dollar per dag betaald, in Vientiane. Ze hadden ze voor een week gehuurd en er geen problemen mee gehad. In Luang Prabang vroegen ze echte schurkenprijzen voor de huur van een 100cc bromfiets: 20 dollar per dag! En dan hebben ze nog geen licentie om te verhuren en zit er geen enkele verzekering of niets bij. Het beste wat ik in Luang Prabang kon vinden waren Russische Minsk 125cc motorfietsen voor 20 dollar bij een Duitser, die een licentie ervoor had en dan was je ook verzekerd, maar dat is nog altijd veel voor zo'n oude bakken. Ik kwam daar op een middag toevallig terecht omdat ik de kleinere rivier al zwemmend was overgestoken. Ik heb er wel maar een keer in gezwommen, want de dag nadien zag mijn shit er geel uit. Enfin, ik ben dan achterop bij Harry op de motorfiets geklommen en we zijn een grot gaan bezoeken en opnieuw dezelfde waterval. Dit keer zijn we eerst tot boven de waterval gewandeld en hebben we nadien gezwommen, wanneer bijna alle toeristen al vertrokken waren. Het werd een leuke dag.

In Luang Prabang bleek er nog veel meer aan de hand te zijn, dan wat het oog ziet. 's Avonds waren er jongere kerels die je aanspraken of je geen marihuana, opium of heroine wilde kopen en als de tuktuk rijders je niet aanspraken met psstt... marihuana, dan was het met psstt...ladies of psstt...wanna fuck. Nu moet je weten dat het verboden is voor een buitenlander om seks te hebben met een Laotiaanse waar je niet getrouwd mee bent en Luang Prabang is een erg toeristisch trekpaardje en werelderfgoed, dus moet het allemaal nog veel verdokener gebeuren. Blijkbaar zijn er ergens buiten de stad bordelen, waar de tuktuk rijders je dan 's avonds naar toe kunnen brengen en waar je dan er een meisje (of wie weet een jongen...) kunt uitpikken. Als je dan 's avonds een dikke Duitser met een moustache alleen in zo''n tuktuk ziet kruipen, dan weet je al hoe laat het is... Aan de andere kant zul je hem niet handje in handje zien over straat lopen met een jonge lokale schoonheid zoals in Thailand. Toch allemaal duistere zaakjes daar in Luang Prabang, vooral als je weet dat het meisje waar je een souvenir aan koopt, enkele uren later misschien in zo'n bar op een andere manier geld verdient... Zo herinner ik me dat ik met George over de avondmarkt liep en dat we het verdacht vonden dat er een jong meisje zich aan het opmaken en schminken was net voordat ze haar boel ging inpakken...

In Luang Prabang ben ik verder nogeen aantal andere reizigers terug tegen het lijf gelopen, oa Anthony en Alicia, en Marchal, die ik in Kunming ontmoet had en zelfs een kerel die vier maand geleden in Korea, in Busan, in hetzelfde jeugdherberg-appartement als ik verbleef.

Van China naar Laos

Het werd tijd om nog eens van land te veranderen, dus besloot ik de internationale bus van Kunming naar Vientiane, tot in Luang Prabang in Laos te nemen. Ik wist op dat moment nog niets van Laos en ik dacht dat ik aan de landgrens maar een 15 dagen visum zou krijgen, zoals in de reisgidsen vermeld stond, maar dat bleek sinds kort veranderd te zijn tot 30 dagen. Had ik op voorhand meer geweten, dan had ik de bus tot de eerste stad over de grens genomen, om vandaar het noorden van Laos te verkennen, maar na een busrit van ongeveer 30 uur had ik nadien niet veel goesting meer om terug naar het noorden te gaan en heb ik dat, mss jammer genoeg, overgeslagen. De busrit viel eigenlijk anders best mee. Het was een typische Chinese slaapbus, dus met bedjes van 1m70 lang. aan de linkerkant ligt men met twee naast elkaar als de bus vol is en aan de rechterkant alleen en de bedden staan in twee verdiepingen. De bus was niet helemaal vol. We waren met vier westerlingen (een jong Nederlands koppel Hendrik en Martine, een oudere Canadees, George en mezelf) en de anderen waren Chinezen en Laotianen. Het toeval wilde dat ik George een aantal dagen voordien al even kort gesproken had op het perron in Chengdu, omdat we toen dezelfde trein naar Kunming hebben genomen. Om 17u Chinese tijd vertrok de bus. Het was op het gemak, met veel plaspauzes en rond 8u de volgende dag stonden we aan de grens, net voordat die open ging. Aan de grens moesten we eerst uitstappen en een stempel krijgen van de Chinezen, waarna we weer een km op de bus zaten en dan bij de Laotiaanse douane terecht kwamen. Het visum kostte 35 dollar en alles ging vrij vlot. Ongelofelijk wel hoeveel verschillende stempels je kreeg voor dat visum! Juist over de grens pikte de bus dan nog een vijftal andere reizigers op, vier Italianen en een Duitser, maar die waren niet al te sociaal vond ik. Rond de middag stopte de bus in een dorpje om te eten, maar bleek dat je daar met dollars niet terecht kon. Enkel met Laotiaanse kip of Thaise Bath was het te doen... Ik kreeg wat Bath van George in ruil voor dollars en kocht er een netje mandarijnen en een fles water mee. Verder kreeg ik nog een boterham met pindakaas van het Nederlandse koppel. Na de lange eetpauze (welkom tot het ritme van Laos!), waren we weer onderweg, maar rond een uur of vijf, zes, kregen we een panne. Bleek dat een roulement van een of andere poelie het begeven had. Het was wel aangenaam te constateren dat er niet te veel muggen zaten. Als dat overal in Laos zo zou worden, zat het wel snor. Er was een petanque veldje en sommige Laotianen speelden er petanque, een typische bezigheid hier, ongetwijfeld ingevoerd door de Franse koloniale macht hier. Na een tweetal uur was het uiteindelijk gefikst!

Rond 22u stopten we dan aan een restaurant vlak voor Luang Prabang waar we allemaal dezelfde schotel te verorberen kregen. Ik was uitgehongerd, dus dat deed deugd! Omstreeks 23u30 Chinese tijd, of 22u30 Laotiaanse tijd, kwamen we dan aan in Luang Prabang, war we meteen met onze eerste tuktuk chauffeurs af te rekenen kregen. Ze vroegen eerst 10000 kip per persoon (1 euro) om ons naar de rivier te brengen waar de pensions waren, maar na een wegloopmaneuvre werd dat bedrag al gauw gehalveerd. Voor twee Chinezen, George en mijzelf was dat ok, dus zaten we al snel op de tuktuk, maar de anderen, vooral onder impuls van de Duitser, wilden er liever een ingewikkeld spelletje van maken om uiteindelijk 10 eurocent per persoon minder te betalen. Dt vond ik eerlijk gezegd er net te veel aan, na een busrit van 30 uur ;-)

Onze tuktuk bracht ons naar een kleine rivier, terwijl de andere tuktuk naar de Mekong iets verderop ging. Alles bleek toch duurder en toeristischer dan verwacht te worden, vooral als je voordien van verschillende anderen van die Indianenverhalen gehoord hebt dat ze een kamer voor een halve dollar per nacht hadden. Maar dat was dan verschillende jaren geleden en niet in Luang Prabang... In Luang Prabang bleken de goedkoopste kamers, zonder eigen badkamer, 60000 kip per nacht te kosten, maar ze hadden die avond alleen nog een kamer met prive badkamer voor 100000 kip en ze wilden niets van hun prijs doen (wat typisch Laotiaans ook bleek te zijn...) Uiteindelijk besloten George en ik maar om een kamer te delen. Er zijn toch twee aparte bedden en dat is elk 5 euro per nacht uitgespaard. We wilden nog eens een avondwandelingetje maken vooraleer het slapengaan, maar dat bleek onmogelijk te zijn! Het was 23u30 en het pension was op dat uur gesloten en alle gasten moesten binnen blijven, want in Laos, zo kwamen we te weten, is er een avondklok en sluit alles tussen 23u en 23u30 en moet iedereen na 24u binnen blijven (strikt genomen ehum...)

zondag 14 december 2008

Kunming, Lijang en Tiger Leaping Gorge

Donderdagmiddag kwam ik in Kunming aan. Ik verbleef er twee nachten in "The Hump", in een kamer met vier bedden. In Kunming zelf is er eigenlijk vrij weinig te zien, maar het is een aangename stad om uit te gaan, want er is elke nacht ambiance. Het is ook een stad waar een redelijk aantal buitenlanders verblijven en hoewel het er niet het hele jaar door warm is zoals in de tropen, wordt het toch ook niet echt heel koud in de winter. The Hump Hostel beviel me wel. Het is midden in een vrij levendige buurt gelegen, aan het Jinmabiji plein en het personeel vond ik ook wel vriendelijk en er is een bar met een pooltafel en ik heb dat altijd graag gedaan, vooral jaren geleden. Er komen ook veel mensen van Kunming zelf iets drinken, die niet in het hostel zelf verblijven. De buurt is ook bezaaid met tal van clubs met luide muziek en altijd wel volk. Het leuke is dat je de hele avond gratis drinks kunt krijgen van de chinezen. Ofwel ga je zelf een praatje met ze maken, ofwel gebaren ze je om bij hen te komen zitten en beginnen ze je bier of andere drank te geven. Ik denk dat ik sommige vrouwen bij ons beter begin te begrijpen ;-)

De zaterdag van Sinterklaas nam ik de nachtbus naar Lijang. Lijang is een stadje met een rijk verleden, waar veel Naxi's wonen, een van de vele etnische minderheden die China rijk is. Vooral in deze provincie, Yunnan, tref je veel etnische minderheden aan. Lijang was best een mooi stadje, met allemaal oude huizetjes in het oude centrum, kanaaltjes, ambetante stenen om op te lopen (geen kasseien zoals bij ons, maar grotere stenen) In Lijang verbleef ik bij Mama Naxi guesthouse, vermeld in Lonely Planet en me aangeraden door twee Zwitserse reizigers die ik in Xiahe voor het eerst ontmoet had en teruggezien heb in Kunming. Het was echt wel een goeie plaats, ergens waar je echt het gevoel had dat geld niet de eerste drijfveer was. Mama Naxi had vier honden en negen katten ;-) Ik at altijd daar omdat het goedkoper was dan in de meeste andere plaatsen in de stad en je kreeg heel veel, meestal te veel eten.

In Lijang heb ik eigenlijk vooral een beetje rondgewandeld in de straatjes en een beetje buiten de stad. Er was een meer waar je een te dure entree moest voor betalen, dus ben ik gewoon over de muur geklommen een beetje verderop ;-) Na twee dagen ben ik dan naar de Tiger Leaping Gorge geweest, of in het Nederlands iets zoals de kloof van de springende tijger. Het is een bergkloof waar de Yangtze rivier door stroomt en op zijn nauwste punt komt, waar volgens een legende ooit een tijger over de rivier gesprongen is. De kracht van het water is redelijk indrukwekkend daar, al zal het in de lente wel nog veel indrukwekkender geweest zijn. Ik ben samen met een Finse die ook bij Mama Naxi verbleef gegaan, maar vrij enthousiast was ik eigenlijk niet van haar gezelschap. Ik vond haar eigenlijk vrij gereserveerd, niet direct iemand die je meeneemt naar een bar om wat te lachen en plezier te maken. Maar soit, tis beter dan alleen gaan als het maar voor twee dagen is. Mijn grote rugzak had ik achtergelaten bij Mama Naxi en met mijn kleine rugzak was ik vertrokken. Een minibusje bracht ons bij het begin. De wandeling was best wel mooi en smorgens was het koud maar smiddags werd het echt warm en konden we in tshirt lopen. Eten en drinken hadden we niet echt nodig, want we konden het onderweg kopen in gasthuizen en eetgelegenheden van de lokale bevolking. We sliepen de eerste avond op een slaapzaal in Halfway, waar we 's avonds met nog wat ander volk aan de praat geraakten. De volgende dag moesten we dan nog wat verder gaan en dan daalden we af naar de rivier zelf om de waterkracht van dichterbij te ondervinden. Het was wel wat vervelend dat de lokalen telkens aan de toeristen een paar yuan vroegen om een padje te gebruiken, dat zij dan als het ware als hun eigendom beschouwden. Ik vind dat alles zou moeten inbegrepen zijn in het toegangsticket en de overheid moet maar zorgen dat de paadjes onderhouden zijn. Op het einde had ik dan ook geen zin meer om verder te betalen, gewoon vanwege het principe en vond ik dat ze het geld maar in hun gat moesten steken ;-)

Uiteindelijk zijn we dan met een bus terug naar Lijang gegaan, waar ik nog een tweetal dagen op het gemak verbleven ben en dan heb ik een nachtbus naar Kunming genomen, donderdagavond, waar ik nu nog altijd verblijf. Ik denk dat ik hier eens een tijdje verblijf in The Hump en het op mijn gemak ga doen. Ik heb al veel mooie dingen gezien, maar wil eens wat meer mensen ontmoeten zonder de hele tijd van het ene naar het andere te gaan en ik heb ook al zodanig veel mooie dingen gezien dat ik niet meer noodzakelijk alle toeristische dingen moet zien, vooral niet als je dan nog eens weet dat ze er in China veel voor vragen. Als je de toeristische attracties in China vermijd is het leven echter heel goedkoop hier. Ik ga ook eens nog een paar andere kleren kopen, meer stadskledij, want nu loop ik al zes maanden continu rond op zijn Indiana Jones, behalve de hoed (op de foto had ik die geleend van een paar Chinese vrouwen) en de zweep na en tis tijd voor eens iets anders. Ik ga ook eens kijken voor een hoed, want das best wel cool om op zijn Indiana Jones te reizen en praktisch tegen de zon. Misschien ga ik hier wel Kerstmis doorbrengen. Ik ga hier tijdens de dag wat lezen, poolen, internetten, rondlopen en ook nu en dan uitgaan, want dat heb ik ook niet te veel gedaan tot nu toe tijdens mijn reis en hier is het leuk en goedkoop om uit te gaan. Ik ben het rondreizen niet direct beu, maar wil gewoon even een rust nemen en nadenken over waar ik nog allemaal wil gaan, hoewel ik hierover wel genoeg ideeen heb ;-)

Voila, ik denk dat ik min of meer up to date ben nu met mijn blog. Twas lang geleden dat ik nog geschreven had, tot voor een paar dagen geleden. Ik heb ook niet alle dagen iets spectaculairs meegemaakt en jullie hoeven ook niet alle details te weten... Dus het is een redelijk ingekorte versie geworden, maar ik heb tenminste komaf gemaakt met mijn achterstand!

Als dessert ga ik jullie nog een kleinigheidje vertellen, dat ik wel curieus vond in China. De eerste keer dat ik het zag, was ik wel verbaasd. Eigenlijk was ik niet degene die het voor het eerst opmerkte, maar Sarah van het Engelse koppel, toen we in Qingdao aan het wandelen waren... De peuters hier lopen allemaal rond met een gescheurd broekje, zodat je hun bloot kontje of soms een pamper kunt zien. Dit is om gemakkelijker limonade te kunnen uitschenken als iemand erom vraagt of chocoladekorreltjes op het voetpad te kunnen deponeren zodat ze niet verdwaald geraken a la Klein Duimpje (das toch het correcte sprookje niet?)

Chengdu

Chengdu is de stad van de Spice Girls zeggen ze in de Lonely Planet ;-) en dat is dan wel letterlijk op te vatten! Sichuan staat in China bekend om zijn pikant eten. Een van de typische maaltijden is een hotpot, waarbij je verschillende soorten sates in een kokend hete pikante vloeistof die op een vuur staat te borrelen een na een verorbert. De avond dat ik toekwam in Chengdu had ik nog honger, dus ging ik naar zo'n restaurant, waar ik dan een hele reeks verschillende sates kon kiezen en dan werd de prijs bepaald per stokje. Gelukkig waren er twee verschillende vloeistoffen in die pot, zodat ik mijn toevlucht kon zoeken tot de niet pikante... Twas wel niet slecht, maar ik heb het tot nu toe tot die ene keer beperkt. 's Nachts ben ik een paar keer me moeten haasten om naar het toilet te lopen, maar echt ziek ben ik er niet van geweest zoals sommige anderen. Ik ben eigenlijk nog niet echt ziek geweest op reis, behalve dan af en toe eens een lichte diarree en twee keer een keelontsteking of een occasionele hoofdpijn of een lichte kater ;-) Maar echt ziek heb ik me nog niet gevoeld.

Ik herinner me eigenlijk niet meer al te goed wat ik in Chengdu allemaal uitgespookt heb (en tis zeker niet van de drank want ben er niet uitgegaan), maar het was alleszins niet al te veel ;-) Eerst ben ik twee nachten in Loft gebleven voor enkel 10 yuan per nacht, maar dan ben ik naar Sims Cozy Garden Guesthouse gegaan (30 yuan per nacht, maar echt stevige stapelbedden waar ik super goed in heb geslapen) omdat ik wat meer westerlingen wilde ontmoeten of misschien reizigers die ik al voordien ontmoet had. De eerste twee dagen ben ik lang bezig geweest met al mijn foto's van de tien dagen voordien op orde te brengen en door te sturen via internet. Enfin, ik ga er niet al te veel over vertellen over Chengdu, want zo veel valt er niet over te vertellen. Er waren wel een paar buurten met mooie antieke huizen. Wat ik wel nog kan vertellen is dat ik naar de panda's ben gaan kijken. Vooral de jongere panda's waren koddig! Een drietal was voortdurend aan het spelen en het vechten met elkaar, tot groot vermaak van alle aanwezige toeristen. Ze beten elkaar de hele tijd en rollebolden en duwden de andere van een helling zodat ze dan naar beneden rolden. Was best wel grappig!

Uiteindelijk heb ik dan een trein naar Kunming genomen, hard sleeper. Mijn trein deed er ongeveer vierentwintig uur over, een aantal uren langer dan de express treinen, maar slechts aan de helft van de prijs, so who cares? Twas wel wat saai zo lang in een trein en met niemand kunnen praten... En ik heb blijkbaar mijn muziek op mijn mp3 speler verloren tijdens mijn avonturen in Tibet (zo kun je het noemen, ook al is het niet Tibetaanse Autonome Regio waar je een permit voor nodig hebt, want de streek van Xiahe en Langmusi wordt vooral bewoond door Tibetanen en ze dragen traditionele kledij en spreken Tibetaans en zo (of tenminste een dialect ervan)) Hier in China is het niet zo eenvoudig om terug de muziek te downloaden, tgaat vrij traag vanwege al de internetfilters :-(

zondag 23 november 2008

Van Lanzhou naar Chengdu

Vrijdagmorgen kwam ik dan in Lanzhou aan, een lelijke industriestad. Ik moest naar het toilet en aangezien ik het niet had zien zitten om in de trein te gaan, ben ik een hotel binnengestapt en daar hadden ze een Westers proper toilet. Maar het duurde even voor ze hiervoor de sleutel vonden. Hierna ging ik op zoek naar een geldautomaat en daarna nam ik een taxi naar het busstation tien km verder, waar ik te laat was voor de bus naar Xiahe. Even een notitie over geld afhalen in China: dit is veel gemakkelijker dan in Japan en Korea. Overal vind je geldautomaten die internationale kaarten aanvaarden en dat is een plezierige ervaring. Eigenlijk is het gek, maar soms heb ik de indruk dat ik in China op elke hoek van de straat (in de steden) een bank tegenkom. Zoveel grote banken... China moet vast en zeker het land van het grote kapitaal zijn ;-) Maar enfin, eens aangekomen in het busstation en met mijn bagage zoals gewoonlijk door de veiligheidsscanner gepasseerd, had ik wat problemen met de communicatie. Het stak me wat tegen en ik wond me wat op, maar uiteindelijk was er een Chinees meisje die wat Engels kon en die me kwam helpen. Ik moest twee kopieen van mijn reispas en visa afgeven om een busticket te kunnen kopen, omdat ze de buitenlanders die dat gebied binnengaan willen controleren. Tot begin november, zo vernam ik later, was dat gebied afgesloten voor buitenlanders, nog vanwege de onlusten die er geweest waren in Lhasa. Het meisje ging de kopieen maken voor mij en ze wilde zelfs geen geld terug ervoor. De volgende bus vertrok pas om 14u en ik moest wachten tot 11u om een busticket te kunnen kopen, dus ik ging iets eten en dat meisje vergezelde me. Haar moeder was landbouwster en haar vader truckchauffeur en zij studeerde toerisme en Engels geloof ik, maar ze had wat moeite met mijn Engels. Ze toonde me nadien haar school, vlakbij een chemische fabriek ook, en ik speelde een beetje pingpong met een oudere dame. De Chinezen zijn allemaal verschrikkelijk goed in pingpong, dus veel bakte ik er niet van. Nadien ging ik nog een keer gaan eten en dan rond 14u nam ik de bus en nam ik afscheid van dat meisje. De busrit naar Xiahe was best wel interessant. Qua landschap was het niet zo bijzonder, maar er waren overal dorpjes met moslims en moskeeen en minaretten en de buschauffeur moest de hele tijd toeteren om die mensen uit de weg te krijgen. De moslims in China zijn normaal gezien van het Hui ras, en ze dragen een wit hoedje. Ik had er eigenlijk eens een foto van moeten nemen, maar heb dat tot nog toe niet gedaan. Uiteindelijk kwam ik dan rond de avond in Xiahe aan. Xiahe was redelijk koud en gelegen op 2950. Het is vooral bekend door het Tibetaanse Labrang klooster, een van de belangrijkste kloosters voor het Tibetaanse buddhisme buiten Lhasa. Ik nam dan voor een yuan een taxi naar Overseas Tibetan Hotel, wat me aangeraden was door Iain. Ik wilde er een bed op een slaapzaal, maar ze wilden me dat niet geven omdat er veel nomaden verbleven op dat moment omdat er morgen een speciale dag was en omdat ze me niet samen met de nomaden wilden steken (of mss omdat ze gewoon meer wilden verdienen, ik weet het niet. De kerel van het hotel was een Nepalees, bleek nadien, en ik had zo wat het gevoel van valse vriendelijkheid en vals glimlachen, hetgeen ik bij Indiers ook al gehad heb. Misschien moet ik wat meer Indiers en Nepalezen ontmoeten om mijn gedacht te veranderen, maar tot nu toe kan ik het niet helpen, maar heb ik een idee van kleine, glimlachende mannetjes, die erg geslepen zijn.) Eerst vroegen ze dan honderd yuan per nacht voor een kamer!!! Dat was eigenlijk al de helft van de prijs die vermeld stond, maar eigenlijk had ik hen een bed op een slaapzaal gevraagd en niet een kamer voor mezelf, dus ging ik zoveel zeker niet betalen. Uiteindelijk heb ik kunnen afdingen naar nog eens de helft, vijfig yuan. Ik had de indruk dat die Nepalees me wilde slecht doen voelen omdat ik afbood, ik weet het niet. Bij Chinezen heb ik zoiets nooit echt ervaren. Ik kan het niet helpen, maar moest niet te veel hebben van dat manneke, zelfs niet als hij dan "slaap lekker" zegt, omdat hij wat Nederlands geleerd had van de vorige jaren omdat er veel Nederlanders daar verbleven zijn. Het verschil tussen echte vriendelijkheid en gespeelde vriendelijkheid merk je toch vind ik. De kamer was wel mooi en heel ruim en ik had mijn eigen badkamer en er was verwarming en een elektrisch verwarmde onderlegger op het bed. 's Avonds ben ik dan een lekkere pizza gaan eten in Tsewong Cafe en dan kwam ik nog wat anderen tegen en zijn we naar twee Tibetaanse bars wat pintjes gaan drinken. Die bars waren vrij luidruchtig. Er werd in het Tibetaans gezongen in de micro, maar het volume stond oorverdovend luid. Op het einde gingen we nog bij wat Tibetaanse studenten zitten, die al redelijk zat waren en hielpen we hen wat om hun bier op te krijgen.

Zaterdag ging ik dan het klooster bezoeken. Rond 10 starten de tours normaal. Er waren nog vier kerels die de tour gingen nemen op dat moment, twee Canadezen en twee Zwitsers. Er was een monnik die Engels kon die ons de rondleiding gaf. Zoveel heb ik er niet van onthouden. Er waren verschillende zalen voor verschillende studies en veel fotootjes van een of andere lama's en er was die dag heel veel volk in de tempel die briefjes van een yuan achterlieten of jakboter. Die dag was de verjaardag van de dood van de stichter van de gele hoeden sekte, als ik me goed herinner, en daardoor was er extra veel volk. Nadien zijn we nog een wandelingetje op de berg gaan doen en dan savonds hebben we wat gedronken.

Zondag zag ik de politie vanuit mijn hotelraam op de hoek van de straat staan. Precies oproerpolitie. Tschijnt dat het naar aanleiding van een proces was tegen sommige locals rond de gebeurtenissen in verband met Tibet. Verder heb ik een wandeling gedaan in de omgeving van Xiahe, lekker op het gemak, en mooie fotootjes getrokken.

Maandag heb ik dan de bus naar Langmusi genomen. Ik was echt verbaasd van de schoonheid van het landschap. Het was een ware streling voor het oog en een van de mooiste landschappen dat ik tot nu toe gezien heb. Ik wil zeker nog terug gaan. De weg doorsneed enorm uitgestrekte graslanden, een plateau in een lichte komvorm omringd met bergen, met kilometersverre uitzichten. De graslanden waren deels besneeuwd en ook de weg lag wit en hier en daar waren grote kuddes jaks. Fantastische rit! Eens in Langmusi ben ik samen met een Chinese vrouw die in Duitsland woont op zoek gegaan naar een hotel. We hadden besloten om een kamer te delen. De eerste twee plaatsen waren eigenlijk gesloten, maar we konden wel een kamer krijgen, maar het ging eigenlijk een shit zijn en we zouden de enigen zijn die daar verbleven. Toen ging zij alleen eens gaan kijken naar een ander hotel, met de gedachte dat het ook goedkoper zou zijn als ze mijn westers gezicht niet zouden zien en daar leek het goed te zijn. Uiteindelijk hadden we een kamer voor 30 yuan elk met een mooi uitzicht op de bergen en met de verwarming op volle bak (veel pensions daar hadden geen verwarming...) Later bleek het toch geen zo'n goede keuze geweest te zijn, want ik heb bijna niet kunnen slapen omdat er chinezen tot laat in de nacht heel luid praatten en onnozel deden en veel lawaai maakten met deuren en al lopend door de gangen :-( 's Middags heb ik dan samen met een Japanner een wandeling door de sneeuw gemaakt, tussen de bergen door. We moesten wel terug keren langs hetzelfde pad, want anders wisten we niet waar we gingen belanden...

Dinsdag ben ik dan samen met twee anderen het klooster gaan bezoeken en een monnik in het bijzonder. Hij ging ons een sky burial tonen, de Tibetaanse vorm van begrafenis waarbij ze het lijk boven op een berg plaatsen en dan laten opeten door de gieren, als een soort laatste ultieme offer van de buddhist. Voor hen heeft het lichaam toch geen belang zoals bij ons, want de ziel is er toch al uit en wordt dan een week of zo herboren in een ander lichaam. Reincarnatie heet dat. Uiteindelijk was het lichaam al opgegeten, wat ik niet erg vond, want eigenlijk vind ik het wat voyeuristisch om naar zoiets te gaan kijken, maar we maakten een wandeling naar de plaats en het was heel koud maar heel mooi.

Woensdag ben ik in twee busritten naar Songpan gegaan. Eerst met een minibus naar Zoigue en vandaaruit naar Songpan. Mijn tenen waren deels bevroren in de minibus! Ik heb daar een wandelingetje naar boven op de berg gedaan, of zeg maar wandeling want het was niet te onderschatten. Het leek veel gemakkelijker dan het was, maar er was een strakke koude wind en door de hoogte was het moeilijker. Het uitzicht was weer schitterend en de enige mensen die ik tegenkwam waren wat boeren en er viel geen enkele onnozel toegangsgeld te betalen zoals bij de toeristenattracties van nationale parken van china, die dikwijls schandalig duur zijn en totaal niet in verhouding met de levensduurte in dit land. Als ik daarover klaag bij chinezen dan zeggen ze er meestal niet veel op. Ik denk dat ze daar gewoon niet dezelfde scepsis als wij over hebben en dat ze gewoon de beslissingen van hun overheid voor normaal nemen. Tvoelt eigenlijk wel raar dat je ze daar niet over hoort klagen... Veel toeristen rijden te paard door de bergen en de bossen rond Songpan, veelal voor een aantal dagen en dan bij lokale mensen overnachten, maar zag dat niet echt zitten vanwege de koude. En een paar dagen te paard moet je waarschijnlijk ook niet overschatten. Als ik met een vriend of een lief was geweest, had ik het misschien wel overwogen. Ik wil in elk geval nog terug gaan naar de regio, want vind het echt een van de mooiste en interessantste streken waar ik tot nu toe geweest ben. Maar het is natuurlijk spijtig als je geen chinees kunt spreken. Zo kun je nooit met de gewone man spreken en dat maakt toch wel een groot verschil in je reisbeleving. Het klinkt misschien wel cool om naar dorpjes te gaan als enige westerling en met niemand te kunnen communiceren en daar een tijdje rond te hangen, maar uiteindelijk denk ik dat toch niet altijd zoveel voor mij is. Allee ja, in perioden misschien...

Donderdagmorgen ben ik dan naar Jiuzhaigou gegaan, een van de voornaamste natuurparken in China, toch zeker in die regio. Toen ik er toe kwam stond er een kerel met een foto van een hotelkamer waarin hij mij wilde stoppen die nacht. Hij vroeg eerst 80 yuan, maar ik heb uiteindelijk afgedongen tot 35 yuan. Op zich was het een deftige kamer met eigen douche en toilet, maar toch had ik er achteraf wat spijt van, want ik heb die nacht echt koud gehad. Er was een elektrisch onderdeken, maar ik had de indruk dat het snachts opeens niet meer werkte, waarom weet ik ook niet. Wat het park betreft, ik had geluk dat de prijs net voor buiten het seizoen was, sinds half november, dus 80 yuan in plaats van de schandalig hoge 220 yuan. Maar daarnaast moest ik wel nog 80 yuan extra betalen voor de minibussen in het park, want het park was te groot om volledig te voet te doen. Die minibussen stoppen dan bij elk uitzichtspunt en dan kan de gemakzuchtige toerist of de toergroepfanatiekeling telkens het verplichte kiekje maken alvorens zich naar de volgende spot te (laten) begeven... Door het park was er een asfaltweg die zich na ongeveer vijftien km splitste in twee takken, een westelijke tak en een oostelijke tak, beide een kleine twintig km. Je had eigenlijk twee dagen nodig om beide takken te verkennen, maar ik wilde maar een dag blijven omdat ik dan naar Chengdu wilde gaan om wat meer volk tegen te komen. Ik zou in twee dagen geen enkele andere westerling ontmoeten, wat me tot nu toe toch nog niet echt voorgevallen is! Ik besloot om de westelijke tak te nemen en na wat ik van anderen gehoord heb, bleek dat toch de interessantste keuze. Ik liet me met de bus tot aan de tweesprong brengen en vandaar ging ik te voet verder langs de westelijke kant. Het eerste stuk was langs de asfaltweg, maar vanaf een zeker punt waren er parallelle wandelpaden. Het enige probleem was dat de meeste, vooral verderop, afgesloten waren en er was een bordje dat het omwille van gevaar voor bosbrand was... Hahaha! Volgens mij hadden ze gewoon maar een bordje en waren ze bang dat de toeristen zouden uitglijden door het beetje sneeuw dat er lag. Ik ben dan maar die versperringen gaan omzeilen en dan had ik die wandelpaadjes voor mij alleen. Maar uiteindelijk kwam ik dan ergens verder terecht dan dat de busjes gingen, want vanwege het seizoen en de sneeuw gingen de busjes niet tot het volledige einde van het park. Toen ik dan een stukje terugging en een busje zag met een slapende chinese chauffeur, moest ik redelijk aandringen om me terug te laten brengen naar de andere busjes die wel nog wilden rijden. Maar ik vond dat ik niet voor niets 80 yuan voor dat busticket betaald had en ik ging me niet laten doen! Uiteindelijk was het park wel mooi. Besneeuwde bergtoppen, groene bossen, exotisch groen gekleurde meren, prachtige watervallen, een spiegelend meer en een speciaal verschijnsel: boompjes die ontspringen in het midden van de rivier! In de Lonely Planet stond er dat dat zou komen door de rijke aanwezigheid van een mineraal in het water of zoiets... Enfin, dat hebben we dan ook weer gezien. 's Avonds ging ik eerst een restaurant binnen en ik vroeg de kaart en toen ik mijn keuze gemaakt had (de goedkoopste gerechten, want het waren vooral dure restaurants daar) bleek er geen plaats meer te zijn om te zitten! Ik was echt strontvies dat ik mijn tijd had moeten verspillen met die menukaart en dan geen plaats kreeg om te zitten en ik heb me even ferm kwaad gemaakt... Uiteindelijk ben ik naar een klein plaatsje ernaast geweest en heb ik goedkope noodles gegeten en raakte ik in gesprek met een vrouw van Hongkong. Tleuke met mensen uit Hongkong of Singapore is dat ze allemaal Engels kunnen... Zij verbleef op een slaapzaal in een jeugdherberg en ik ben even met haar meegegaan om de avond daar te spenderen in het gezelschap van wat chinezen naast de kachel en ik kon ook gratis de computer daar gebruiken om mijn mail te checken. Had ik het geweten, dan was ik daar gebleven, maar de plaats stond ook niet vermeld in Lonely Planet.

Vrijdagmorgen zou ik dan de bus naar Chengdu nemen, maar toen ik in het busstation was, bleken ze me geen ticket naar Chengdu te willen verkopen en ik kon het niet goed begrijpen waarom niet. Ik maakte me wat vies en bleef een half uur aandringen omdat ik niet zeker was of het was omdat er geen bus was die dag of omdat de bus volzet was of omdat ze geen goesting had om mij een ticket te verkopen... Ik bleef dus aandringen om het laatste uit te kunnen sluiten, maar uiteindelijk bleek de reden te zijn dat de tickets uitverkocht waren. Dat was ferm spijtig, want ik had echt geen zin om nog een dag langer in Jiuzhaigou te blijven omdat er buiten het park niets te doen viel en ik meer mensen wilde ontmoeten. Dus nam ik dan eerst een bus naar Guangyuan vanwaar ik dan later een andere bus naar Chengdu moest nemen. Het zou dus duurder uitkomen en me meer tijd kosten, maar tja, tkan niet altijd optimaal zijn he... De busrit was fantastisch mooi, maar niet overal even veilig. We volgden de hele tijd de vallei van een grote mooie groene rivier en er waren redelijk wat afgronden en het was tien uur dezelfde chauffeur! Superman dacht ik bij mezelf... Een interessant aspect aan de chinese rijstijl is hun filosofie over inhalen in een onoverzichtelijke bocht of op een helling, volle witte lijn of niet. De basistheorie is de volgende: als je een paar keer toetert alvorens de bocht in te gaan, dan zal een mogelijke tegenligger wel twee keer nadenken alvorens hetzelfde te doen ;-) Achteraan in de bus was er een fotografiegeobsedeerde Chinees met een camera die constant het raampje openschoof en op die manier misschien wel duizend foto's getrokken heeft. We passeerden ook het gebied waar de aardbeving een aantal maanden geleden zwaar huisgehouden heeft. Ik geloof dat de weg ook een tijd versperd is geweest hierdoor en ze waren eraan aan het werken, waarschijnlijk gingen ze het later asfalteren. Ik weet niet hoe het voordien is geweest. Dus ja, hier en daar zag je hoopjes stenen en blauwe tentjes die ze waarschijnlijk na de afbeelding uitgedeeld hadden. We zijn dan in een dorpje gestopt om een hapje te eten en dan heb ik een paar gekookte eitjes en wat dumplings gegeten, heel goedkoop. Een ander ingenieus iets wat ik een paar keer gezien heb, is een soort schotel die het zonlicht reflecteert en concentreert in een punt waar dan een ketel met water hangt en zo hebben ze dan op die plaatsen kokend water voor hun thee! Uiteindelijk kwamen we dan in Guangyuan aan en dan brachten ze me naar een kantoortje voor een busticket naar Chengdu. Ze vroegen eerst 120 yuan, maar in mijn Lonely Planet stond er 80 yuan vermeld, dus ik haalde die boven en wees ernaar voor het manneke zijn neus en ik maakte me wat kwaad. Al vlug stelde hij 100 voor, maar ik was nog niet content. Ik typte 20 in op zijn rekenmachine en wees een paar keer naar zijn broekzak en zei iets in het westvlaams in de trent van "en die andere twientig steek je in je eigen zakken zekers!" Met alle chinezen maar niet met deze westvlaming! Uiteindelijk heb ik ook wat water bij mijn wijn gedaan en typte ik 90 yuan in op de rekenmachine en kreeg ik mijn ticket voor 90 yuan. De reisgids was tenslotte ook anderhalf jaar oud, dus sommige prijzen zijn gestegen. Ik had zelfs gezien dat een andere chinees 100 voor hetzelfde ticket betaald had, maar waarschijnlijk heeft hij hiervoor niet moeten afbieden zoals ik. Ik heb dan toch een tijdje moeten wachten, maar uiteindelijk brachten ze mij en een aantal chinezen met een minibusje naar een andere plaats in de stad, waar we dan overstapten naar een andere grote expressbus, redelijk luxueus met lichtbruine leren zetels. Om 23u kwam ik dan eindelijk in Chengdu aan! Ik was vertrokken om 7u smorgens... Ik had geen flauw benul in welk busstation ik aangekomen was, maar nam een taxi en gaf de chauffeur een flyer van het jeugdhostel waar ik ging verblijven, dat me aangeraden was door de dame van Hongkong en waar je een bed krijgt voor de ultralage prijs van tien yuan per nacht (of beter gezegd, de helft van een niet al te stevig stapelbed haha)! De taxi was geen overbodige luxe, want ik schat dat de rit ernaartoe zo'n tien km lang was... Om 23u30 kon ik dan inchecken in jeugdhostel "Loft"...