- overnachten: in Korea is het eigenlijk qua accomodatie beter om als koppel te reizen dan alleen. Korea is vol met motels (hoe ze allemaal overleven weet ik ook niet), die propere en degelijke accomodatie aanbieden met een prijs per kamer. Als je alleen bent en je wilt goedkoper zijn, dan kun je naar sommige guesthouses of jeugdherbergen gaan, maar die zijn vaak verouderd qua infrastructuur of minder proper en dan verblijf je soms met meerdere mensen op een kamer, en per persoon betaal je dan vaak even veel of meer dan een koppel dat in een proper motel verblijft, met kamer en badkamer voor hen alleen. In Japan daarentegen, wordt de prijs bijna overal per persoon berekend, behalve in de love hotels. Desalniettemin is de accomodatie in Japan, zelfs voor iemand die alleen reist, duurder dan in Korea. Wat ik hier ook merk, is dat ik heel vaak geen bonnetje krijg wanneer ik betaal voor mijn overnachtingen. In Japan kreeg ik altijd een bonnetje hiervoor en ik vind dat beter want dan heb ik bewijs dat ik betaald heb. Ik vermoed dat ik hier vaak in het zwart slaap, maar das niet erg, ik heb het graag donker 's nachts ;-)
- eten en eetcultuur: in Korea is het de gewoonte om het eten met anderen te delen en je ziet dan ook niet zo veel Koreanen die alleen ergens gaan eten. In Japan zie je dat meer, toch zeker in de goedkopere ramen of rijst kom met rundsvlees plaatsen. Ook heb je het systeem van de bento of lunchbox in Japan, wat je in Korea niet hebt. Voor een aantal Koreaanse traditionele gerechten moet je met twee of meer zijn. De Japanse keuken gebruikt nauwelijks kruiden en het eten is heel licht van smaak, sommigen zullen het misschien flauw van smaak vinden. Koreaans eten daarentegen is overwegend pikant en sterk van smaak. Ze gebruiken in bijna alles rode peper en daar begint je neus af en toe wil eens van te lopen. In Korea krijg je naast de hoofdmaaltijd altijd minimum drie, maar soms veel meer (ik kreeg er eens negen!) aanvullende schoteltjes en soms is het echt enorm veel voedsel dan dat je krijgt. Het slechte van dit systeem is dat veel voedsel hierdoor onnodig weggegooid wordt. De overheid heeft dat systeem eens willen veranderen, maar ze zijn er niet in geslaagd omdat de Koreanen willen vasthouden aan hun traditie. Het meest typische eten in Korea is Kimchi, een soort gefermenteerde witte kool met een toets van rode peper en ik geloof ook wat look (zoek maar eens op google voor de precieze uitleg) en een klein schoteltje met kimchi is iets dat je bij praktisch elke maaltijd krijgt. De keren dat ik het niet gekregen heb, kan ik op een hand tellen en ik ben heel veel al hier gaan eten. In Japan at ik heel dikwijls een bento van de convenience store, die ze dan in de microgolfoven in de winkel zelf opwarmden, maar hier vind je dat niet in de convenience stores en ga ik nog meer eten in een goedkoop restaurant dan in Japan. Een ander belangrijk verschil met Japan is dat er zoveel eten op straat verkocht wordt. In Japan heb je enkel de straatstalletjes met tonkotsu ramen in Fukuoka en that's it. Het is ook verbazingwekkend hoe je hier werkelijk de klok rond kan gaan eten. En dan heb ik het niet enkel over de 24uren ketens, maar ook familiale zaken die soms nog tot laat na middernacht open zijn of smorgens heel vroeg. Niet allemaal natuurlijk, maar als je er een paar open vindt op een abnormaal uur, dan vind ik dat toch al opmerkelijk. Een ander verschil hier is dat ze rijst met een lepel en niet met stokjes eten. Ook is het hier onbeleefd om je kom op te heffen om te eten, terwijl ze in Japan de kom opheffen om dichter bij de mond te brengen. Ook gebruiken ze hier metalen stokjes in plaats van houten stokjes. Dit zou historisch zo gegroeid zijn, omdat de hogere klasse zilveren stokjes gebruikte zodat ze het konden zien als het voedsel gif bevatte omdat het zilver zou verkleuren. Metalen stokjes zijn beter voor het milieu, maar wel veel moeilijker om te hanteren dan houten stokjes vind ik. Zowel in Korea als in Japan slurpen ze als ze noodles eten en in beide landen krijg je altijd gratis water bij je eten, wat ik echt een heel goede praktijk vind.
- lichamelijk contact: in Japan is lichamelijk contact uit den boze, toch zeker in het openbaar. Koppels hand in hand op straat zie je slechts uitzonderlijk. In Korea lopen de koppeltjes en de vrouwen onderling heel vaak hand in hand of arm in arm of arm rond schouder en zelfs de mannen zie je soms met de arm rond elkaars schouder. Enfin, op een manier zoals bij ons enkel de homos doen. Gisteren zag ik zelfs twee Zuid-Koreaanse kerels in een metrostation op een bankje slapen, tegen elkaar in lepeltje... En toch denk ik niet dat het homos geweest zijn. Homoseksualiteit is hier toch nog meer taboe dan in Europa. Wat ze hier wel niet doen is kussen geven bij begroetingen zoals bij ons in Europa. En als de meisjes afscheid van elkaar nemen zeggen ze zowel in Korea als Japan "bye bye" wat best wel koddig klinkt.
- In Korea heb je niet dezelfde beleefdheidscultuur als in Japan. Als je van Japan komt, ben je gewoon dat ze "thank you very much" de hele tijd zeggen (zelfs als je in een convenience store gegaan bent enkel om het toilet te gebruiken) Hier in Korea worden "thank you" en "sorry" slechts zelden gebruikt. De diensten in het algemeen vind ik hier niet altijd zo super vriendelijk, maar eigenlijk is dat krak hetzelfde als bij ons: het hangt af van wie je bedient... Het zijn mensen, met een humeur, terwijl je in Japan door al de expliciete beleefdheid wel eens het gevoel krijgt dat ze robotjes zijn die telkens hetzelfde beleefdheidspatroon aframmelen. Sommige Koreanen gedragen zich als echte boerenpummels. Een typisch voorbeeld hiervan is dat toch een aantal van hen totaal niet uit de weg gaan als je over het voetpad loopt bij het kruisen. En als je botst gaan ze volgens mijn ervaringen ook bijna nooit sorry of zo zeggen, maar gewoon door lopen. Wat ze ook soms doen is gewoon zonder boe of ba je de weg afsnijden: als je aan een redelijk tempo rechtdoor op het voetpad wandelt, dan zijn er bepaalde Koreanen die gewoon vlak voor je op hun gemak van links naar rechts gaan, zodat je opeens moet stoppen of helemaal moet uitwijken. In plaats van eventjes te wachten... Daar kan ik me toch aan ergeren. Ook de deur open houden voor iemand anders staat hier niet op het repertorium, maar dat vind ik minder erg. Soms kunnen Koreanen echt wel enorm vriendelijk zijn: je gaat bvb een dagje wandelen en je wordt door drie verschillende mensen mandarijnen aangeboden, door drie anderen koffie en door nog anderen uitgenodigd om te picknicken bij hen (waarbij je je eigen voedsel terug moet wegsteken als je het bovenhaalt) In Japan kreeg ik ook wel dikwijls iets aangeboden, maar er volgde eerst toch altijd een gesprekje of zo, volgens dat ik me herinner. Hier gebeurt het dat ze je gewoon iets te eten geven als je passeert, zonder dat je nog maar een woord uitgewisseld hebt. En weigeren is onbegonnen werk, zelf als je zegt dat je zelf eten in je rugzak hebt... Of misschien denken ze gewoon dat ik er wat te mager uitzie??? ;-)) Nee, zoveel ben ik nu ook niet vermagerd, zie er nog altijd gezond uit (toch in dezelfde mate als vroeger lol) Wat mij persoonlijk niet zo stoort is dat ze vaak spugen op straat. In Aziatische landen is het heel onbeleefd om je neus in het openbaar te snuiten en de gedachte dat je je neus snuit in een zakdoek en dan in je broekzak steekt, is voor hen heel smerig. Eigenlijk is het gezonder om je neus op te trekken en dan eventueel te spugen, dan om je neus te snuiten. In het westen hebben we naar het schijnt geleerd onze neus te snuiten omdat er een epidemie van tuberculosis was en ze droegen de mensen op om dit te doen om de verspreiding van de ziekte tegen te gaan.
- Qua properheid is er een groot verschil tussen Japan en Zuid-Korea. Japan is volgens mij het properste land ter wereld en reinheid is een integraal deel van hun cultuur. Als je van Japan komt, krijg je de indruk dat Zuid-Korea toch maar vuil is, terwijl het eigenlijk wel goed meevalt ten opzichte van vele andere landen. Wat me wel ergert, is dat je bijna geen afvalbakken vind op straat, zodat je soms haast verplicht bent om je afval op straat te gooien en eerlijk gezegd heb ik me daar ook soms schuldig aan gemaakt als ik zag dat de straat toch al wat afval herbergde en ik nergens een vuilnisbak vond. Dat ergerde mij in het begin en uiteindelijk dacht ik dan bij mezelf: als ze geen vuilnisbakken zetten, dan moeten ze het zelf maar weten! Wat ik nu soms doe is vragen aan de mensen in een winkel of ik mijn afval aan hen mag geven en meestal is dat geen probleem. In Japan was dat hetzelfde. Ik denk dat ze in Europa je daarvoor soms scheef zouden bekijken als je geen consumptie daar neemt of niets van hen koopt... Maar in Belgie heb je natuurlijk wel meer vuilnisbakken (al dan niet overvol haha) In Japan zijn de toiletten altijd heel proper terwijl ze in Korea in sommige gevallen toch redelijk smerig zijn (maar in China zal alles waarschijnlijk nog veel smeriger zijn njamnjam)
- publieke baden: in Japan kun je nooit overnachten in een badhuis. Wanneer je het bad verlaat, kun je in de lounge gaan zitten, maar als je er weer in wilt, moet je opnieuw betalen. In Korea zijn vele badhuizen vierentwintig uur open en hebben ze een rustgedeelte waar je even kunt uitrusten in lichte kledij, waarna je opnieuw de baden kunt gebruiken. In het rustgedeelte heb je dan soms speciale kamers, bv. zuurstoruimte of een hele grote frigo, een dvd zaal, een fitness ruimte, een snack bar, internet, een slaapzaal, alnaargelang de plaats... De Japanse publieke baden vind ik over het algemeen wel stijlvoller ingericht dan de Koreaanse en de zeep en shampoo die er voorhanden is, ruikt enorm lekker. Ik moet wel zeggen dat ik in Korea nog maar naar twee verschillende badhuizen geweest ben. Wat me wel opviel is dat ik elke keer gratis handdoeken kreeg in Korea, zowel de ruwe handdoek om je te schrobben bij het wassen als de zachte handdoek om je af te drogen, terwijl dit maar zelden inbegrepen was in de prijs in Japan. Dat vind ik wel heel goed en vooral praktisch als je reist en niet altijd veel goesting en tijd hebt om je handdoek te laten drogen. Ook hebben de Koreaanse badhuizen niet alleen douches met het krukje om op te zitten zoals in Japan, maar ook rechstaande douches. Om eerlijk te zijn vind ik het comfortabeler om op een krukje te gaan zitten ;-). Een ander iets is dat de badhuizen in Korea een massagetafel hebben en je kunt betalen om je te laten masseren. In Japan heb ik dat nooit gezien. Bij toch een redelijk aantal Japanse badhuizen waren er geen lockers om al je spullen in te steken, maar moest je het allemaal, behalve de schoenen, in een mandje steken en dat mandje in een hokje in een rek bergen. Bij de meesten had je dan wel kleine lockers om je waardevolle spullen in te steken. Ik weet niet juist hoe dat in Korea zit, maar in de twee plaatsen waar ik geweest ben, waren er lockers om al je spullen behalve de schoenen in te steken. Iets waar ik nu aan denk, maar dat niets met vergelijken te maken heeft: als je in Korea naar een badhuis gaat, dan liggen er haardrogers in de kleedkamer. Ikzelf droog persoonlijk nooit mijn haar met de haardroger, maar ik raad het voor de vakantiegangers niet echt aan om die haardrogers te gebruiken, want hier drogen ze daar hun schaamhaar mee ;-) Ik heb al twee keer een Koreaan zien zijn schaamhaar drogen met die haardrogers (jakkes)
- Zuid-Korea is merkelijk goedkoper dan Japan. Ik heb eigenlijk tot nu toe enorm veel geluk gehad met de wisselkoersen. Mocht ik nu opnieuw naar Japan gaan, zou alles veel duurder zijn. Toen ik in Japan aankwam, 30 juli 2008, was 1 euro 169 yen waard en op het toppunt. Gedurende mijn verblijf is de euro dan langzaam wat gezakt tot uiteindelijk rond de 145 yen en nu staat diezelfde euro nog maar genoteerd tegen 119 yen! Mocht ik nu naar Japan reizen zou ik dus 25 a 30% duurder uitgekomen zijn en bij een duurder land kan dat toch tellen (als de wisselkoers van de Indiase rupi 20% daalt, betaal je nog altijd twee keer niks bij wijze van spreken) En nu in Zuid-Korea heb ik ook geluk, want 1 euro staat rond de 1800 won genoteerd, het hoogste peil in jaren en voor hetzelfde aantal euro's krijg ik 50% meer won dan 2 jaar geleden. In het algemeen is de euro echter ferm aan het dalen tov de andere belangrijke munten. Ik hoop echter dat hij nu wat verder stand gaat houden of opnieuw gaat stijgen...
- in beide landen zijn ze enorm trots op hun nationaliteit en alles wat er mee te maken heeft en is gezichtsverlies een van de ergste dingen die hen kan overkomen. Ik denk dat dat in Azie in het algemeen zo zal zijn. In China is dat naar het schijnt ook.
- Uiterlijk van de mensen: Mickey Mouse is hier populairder dan in Japan. Je ziet veel meisjes met een tshirt van Mickey Mouse ;-) Een kapsel dat je ook veel ziet hier bij jonge meisjes en voor mij (en waarschijnlijk de meeste Europeanen) lelijk overkomt is halflang haar tot aan de kin en dan een froufrou die in een boog over het voorhoofd loopt, lager langs de kanten. Je ziet ook heel veel meisjes met krullend haar en veel oude vrouwen met een krullen permanent, terwijl ik me niet herinner van krullen gezien te hebben in Japan. Voor zover ik me herinner hadden ze daar allemaal recht haar. Ik had de indruk dat ze in Japan wel nog meer hun haar bruin kleurden dan hier en nog meer bezig waren met stijl en mode dan hier. In Japan waren ze daar eigenlijk enorm mee bezig. Toen ik in Zuid-Korea net aangekomen was, merkte ik meteen een fysiek verschil met Japanners. Koreanen zijn in het algemeen groter en struiser dan Japanners. Ook zijn de kaakbeenderen en kin van Koreanen over het algemeen breder dan bij de Japanners. Een gevolg van de smalle kin en kaakbeenderen bij Japanse meisjes is dat velen een kriskras gebit hebben (heeft soms ook wel iets schattigs trouwens) en in Japan dragen nog maar heel weinig mensen een beugel zoals bij ons (in Europa lijkt het soms mode van beugels - voor de minste imperfectie beginnen ze een beugel te dragen). Een ander weetje over Japan is dat ze traditioneel hun tanden met een soort zout poetsten. Wat Korea betreft, weet ik niet wat de traditie hiervan is.
- De douche en wc in Korea zijn bijna altijd in dezelfde kamer en de douche neem je door ofwel recht te staan in het bad ofwel recht te staan op de vloer als er geen badkuip is. Douchegordijnen kennen ze hier niet en soms wordt het een natte boel. Ook is het vervelend als je naar het toilet moet en iemand anders is zich aan het douchen, als je op een slaapzaal verblijft. Meestal is dat geen probleem en is er in de jeugdherberg nog een ander toilet, maar ik herinner me dat ik een van de eerste dagen in Busan opeens "verlichting" nodig had en ik terug ging naar dat appartement om naar het toilet te gaan. Het was echt een risico, want als er op dat moment iemand onder de douche had gestaan, dan had ik waarschijnlijk niets anders kunnen doen dan een emmer ergens vinden en op het terras... Enfin, dat was wat ze zeggen "just in time" ;-) In Japan zijn de douches ofwel kleine cabientjes zoals bij ons, ofwel heb je in het hostel of hotel een badruimte waar je je met twee of drie tegelijk kunt wassen, zittend op een krukje en als je proper bent, kun je soms nog het heet bad gebruiken. Je legt je kleren dan in de kamer ernaast in een mandje. Dat vond ik enorm praktisch: je moet niet oppassen dat je spullen nat worden en het voelt ook veel beter in zo'n ruime kamer je te wassen dan in een klein kotje.
- Schrift: apans gebruikt Kanji, Hiragana en Katakana. Kanji is eigenlijk het traditionele Chinese schrift, dus Japanners en Chinezen kunnen elkaars schrift min of meer begrijpen. Hiragana en Katakana zijn fonetische symbolen, maar kanji is heel moeilijk om te leren en een bepaald teken kan op totaal verschillende manieren uitgesproken worden naargelang de context. Als Japanners een boek lezen moeten ze eigenlijk constant de betekenis ervan kennen om te weten hoe ze de tekens moeten uitspreken. Koreaans schrift is eigenlijk heel simpel. Ik heb zelfs eens gehoord dat het het meest fonetische schrift ter wereld is. Het is een vijfhonderd jaar geleden, voor zover ik geloof, ontwikkeld op vraag van een koning en het is een heel wetenschappelijk en logisch schrift. Het Koreaanse schrift heeft Hangeul. Voordien gebruikten ze Chinees schrift. Toen Hangeul uitgevonden werd, waren veel geleerden er niet mee opgezet, omdat ze dachten dat kunnen lezen en toegang tot wijsheid enkel voor de rijkere klasse was en ze dit onderscheid wilden behouden tussen armen en rijken. Het Koreaans schrift komt ruwweg op het volgende neer: Twee of drie basistekens worden gecombineerd tot een teken dat een lettergreep voorstelt. Dit wordt gedaan door het eerste basisteken linksboven te plaatsen, het tweede basisteken rechtsboven en het derde basisteken onderaan. Dit vormt dan een eerste lettergreep en de tweede lettergreep vormt men op dezelfde manier en plaatst men dan naast de eerste lettergreep op dezelfde manier zoals wij letters naast elkaar plaatsen om een woord te vormen. Als je dit niet weet, denk je dus dat Koreaans uit duizenden verschillende rare tekens bestaat, maar al die "rare tekens" zijn eigenlijk opgebouwd uit een beperkt aantal verschillende subtekens. Een ander weetje is dat Korea de boekdrukkunst zou uitgevonden hebben, lang voor Gutenberg dat in Europa uitgevonden heeft.
- Toiletten: Zowel in Japan als in Korea heb je veel publieke toiletten, maar in Japan nog veel meer als in Korea. In Japan en Korea heb je enorm veel convenience stores en in Japan hebben ze praktisch allemaal een toilet, terwijl ze in Korea bij mijn weten nooit een toilet hebben. In beide landen kun je gewoon een groot hotel binnenstappen en vragen waar het toilet is en het zonder probleem gebruiken, of een restaurant of plaats voor koffie of bvb. de McDonalds. Dit is echt veel beter dan bij ons, waar ze soms 50 cent vragen voor de wc als je niets drinkt in een cafe of waar je zelfs soms geld moet betalen in sommige cafes als je uitgaat en zelfs als je er de hele tijd drinkt. Eigenlijk is dat schaamtelijk bij ons. In Korea hebben ze niet de superdeluxe toiletpotten als in Japan, maar gewoon de Europese toiletpot maar waarbij de bril meestal in het midden vooraan niet volledig doorloopt ofwel het traditionele toilet waarbij je moet hurken zoals in Japan. Maar meestal heb je western style of keuze tussen beide. In de toiletten van busstations of metro of treinstations is er normaal geen gratis papier, wat ook al zo was in Japan, maar dan ging ik gewoon naar de Mc Donalds of zo. Het wc papier hier is wel aangenamer dan in Japan. Het is hetzelfde type wc papier als in Belgie, terwijl het in Japan heel dun eenlaags wc papier was, wat niet altijd vrij handig is ;-)
- Uiteraard rijdt het hier vol met Hyundai's in plaats van Japanse auto's. De rijstijl van de Koreanen verschilt van die van de Japanners. Hier moet je soms echt wel uit je doppen kijken als voetganger, want velen tonen niet echt veel respect voor de voetganger en sommigen zijn echte wegpiraten. In Japan volgt iedereen mooi de regeltjes, wacht bijna iedereen tot het groen is om de straat over te steken en rijden ze ook niet rap. Een van de veiligste landen qua verkeer eigenlijk. In Korea zijn er twee soorten taxi's en de duurdere hebben een betere geschiedenis qua accidenten ;-) Taxi's zijn hier redelijk goedkoop, terwijl ze in Japan enorm duur zijn. In Japan staan de achteruitkijkspiegels van de taxi's vooraan op de auto, bijna boven de voorlichten en dragen de taxichauffeurs witte handschoentjes. In Korea staan de achteruitkijkspiegels van de taxi's op precies dezelfde plaats als bij de gewone auto's. In Japan wordt er links gereden, terwijl er in Korea gewoon rechts gereden wordt.
- De internetcafes in Korea zijn helemaal anders dan in Japan. In Japan krijg je in de meeste gratis een hele boel soorten frisdranken of soms zelfs ook softijs en moet je je bij velen lid maken. Over het algemeen zijn die plaatsen vrij rustig en kun je er een cabinetje huren en kun je er zelfs overnachten en een douche nemen. Ze heten manga kissa in Japan en hebben een uitgebreide bibliotheek met manga strips. In Korea zijn de internetcaffees veel goedkoper dan in Japan en heb je geen aparte kotjes en kun je er niet echt overnachten. In veel van die cafes is het erg luidruchtig, in het bijzonder als er kleine kinderen zitten te roepen terwijl ze computerspelletjes spelen. Computerspelletjes zijn razend populair in Korea en Korea is het land met het beste internet geworden sinds Starcraft uitgekomen is, omdat ze snelle verbindingen nodig hadden om dat spelletje te spelen. In Korea is het veel veel gemakkelijker om internet te vinden dan in Japan. In praktisch elke straat zie je een of meerdere borden met de letters "PC". Ik heb al gelezen dat Korea het meest bedraadde (qua internet) land ter wereld is. Je ziet ook dikwijls hier mensen op de metro televisie kijken op een klein schermpje (van hun gsm?) met een klein antennetje hierbij uitgerekt.
- De typische neonlichten in het straatbeeld 's nachts tref je zowel in Japan als in Zuid-Korea aan.
- Japan en Zuid-Korea hebben allebei een heel goed netwerk van publiek transport, waarbij het Zuid-Koreaanse publieke transport echter wel goedkoper is. Daarbij komt ook nog dat de lange afstandsbussen in Korea standaard veel comfortabeler zijn met veel beenruimte. Ik heb wel het gevoel dat in Japan de treinen nog een meer regelmatige service aanbieden dan in Korea, in de zin dat er meer treinen dagelijks rijden op een bepaald traject. Ik denk dat de bus relatief veel populairder tov de trein is in Korea dan in Japan... Ik geloof ook niet dat de metro's en treinen hier zo gechronometreerd zijn als in Japan, maar weet het niet zeker.
dinsdag 21 oktober 2008
vrijdag 17 oktober 2008
Eindelijk veranderd van land: Zuid-Korea!
Op zes oktober ben ik dus met de Beetle Ferry (een snelle boot van drie uur, zweeft bijna boven het water) van Fukuoka naar Busan, Zuid-Korea, gereisd. Japan verlaten en Zuid-Korea binnengaan was echt een fluitje van een cent. Ik was vooral verbaasd dat het allemaal zo snel ging in Zuid-Korea: op twee minuten stond ik binnen. Toen ik van Rusland naar Japan was gegaan per boot, moesten we, eens in Japan, allemaal in de boot blijven wachten en al de Russen mochten voor bij de controle van de documenten. Dat zorgde ervoor dat we nog meer dan twee uur in de boot moesten wachten voordat we het land in mochten. En we moesten ook onze bagage helemaal uitkeren ter controle. In Zuid-Korea ging het zooo gemakkelijk: zalig! (Misschien is het wel anders als je van Rusland komt ipv Japan)
Busan: in Busan ben ik een viertal dagen verbleven. Ik verbleef in een jeugdherberg vermeld in Lonely Planet, maar eigenlijk was het meer een appartement op de 24e verdieping van een flatgebouw en waren drie kamers ervan met stapelbedden gevuld. Aan de ene kant was het leuk omdat het precies was alsof je een appartement met vrienden deelde, aan de andere kant was het ambetant als je wilde slapen en er een paar zijn die 's nachts liever drinken en lawaai maken... Mijn verjaardag heb ik niet echt gevierd omdat je zoiets eigenlijk alleen maar met vrienden, familie of collega's doet, enfin met mensen waarmee je toch een band hebt. 's Avonds ben ik met twee anderen een Koreaanse barbecue gaan eten en dan hebben we nog een pintje gedronken. Veel traditionele Koreaanse gerechten kun je niet alleen eten, maar je moet met twee of meer zijn, dus dan moet je ervan profiteren om eens iets nieuws te proeven als je met meerdere mensen gaat eten. Busan was een stad die wel heel mooi had kunnen zijn, maar het toch niet helemaal was, door al die hoge inspiratieloze flatgebouwen. In Busan aangekomen merkte ik meteen dat Korea een land is vol met bergen. Ik merkte ook meteen een ganse reeks van verschillen tussen Korea en Japan, die ik in een apart blogbericht nog eens ga opsommen. Een van de eerste dingen die opvallen, tenminste als je van Japan komt, is dat de straten vuil zijn en dat het goedkoper is dan Japan en dat mensen hand in hand of arm in arm lopen. In Busan heb ik het de eerste twee dagen eerder rustig aan gedaan en dan heb ik een dag heel veel gewandeld door de stad en tot op een van de eilanden en heb ik een paar stranden gezien en de vismarkt en de laatste dag ben ik opnieuw vrij actief geweest. Eerst ben ik naar het tempelcomplex Beomeosa gegaan ten noorden van de stad. Het waren de eerste Koreaanse tempels die ik te zien kreeg en dat was wel eens echt de moeite, omdat het er heel anders uitzag dan in Japan. Vooral de kleurrijke beschilderde buitenkant viel op, met groen de belangrijkste kleur, wat typisch is voor alle Koreaanse religieuze gebouwen blijkbaar. Rond de middag ben ik dan verder zuidwaarts en omhoog gewandeld naar een fort op een berg (van het fort blijft niets meer over, maar ze hadden wel sommige ingangspoorten gerestaureerd en de aflijning van het fort was zichtbaar door een lage stenen muur). Het waren redelijk veel stenen treden om tot boven te geraken en dat was wel wat ambetant, maar het was toch een leuke wandeling. Wat me wel opviel is dat er zoveel volk was op een weekdag en dat de Koreanen allemaal speciale wandelschoenen en kledij dragen. Dit is in overeenstemming met wat ik in Lonely Planet gelezen heb: Koreanen zijn fanatieke hikers (ik denk dat ze in het algemeen eigenlijk ook veel met hun gezondheid bezig zijn, want soms zie je toestellen voor fitness buiten in een park). De wandeling op het fort was redelijk afzien, want ik had maar een enkele keer gegeten en vergeten eten mee te nemen, dus voelde ik me wat flauwtjes) In de vroege avond vond ik dan ergens een stalletje en heb ik een soort van snack op een stokje gegeten (drie ervan). Het ziet eruit als een soort van pannenkoek die opgerold is en dan op accordeonachtige wijze op die stok gepriemd wordt en de smaak heeft iets weg van een pannenkoek volgens mij, maar het was gemaakt van vis. Ik vind het eigenlijk persoonlijk maar rommeleten, maar had absoluut wat voedsel nodig. Ik ben dan juist voor sluitingstijd en voor het donker 's avonds nog tot het kleinere tempelcomplex Seokbulsa geraakt. Dat was ook wel echt de moeite: prachtige boeddha figuren uitgekerfd in de rotsen waren daar te bewonderen. Het was dan wel na zes uur al, donker en ik zat op een berg, wist niet zo goed de weg en ik was ook wat moe want ik had zeker meer dan 15km gewandeld. En de kabellift die me normaal naar beneden had kunnen brengen was op dat uur ook al gesloten. Ik verliet het tempelcomplex tegelijkertijd met twee vrouwen, waarvan een jongere vrouw in haar auto stopte en ik vroeg aan de oudere vrouw of ze me niet naar de stad kon brengen, omdat ik dacht dat de jongere vrouw misschien nee zou zeggen als ik het op een directe manier zou vragen en ik meer kans maakte bij de oudere vrouw om een lift te krijgen en ze het anders nog altijd aan de jongere vrouw kon vragen. Ik probeerde ook te vertellen hoe moe ik was en hoeveel ik gehiked had ;-) Feit was dat ik echt geen zin meer had om in het donker nog een paar km naar beneden te wandelen en niet precies te weten waar ik ging uitkomen in tstad. De oudere vrouw vroeg het aan de jongere vrouw (ik had een hotel vermeld omdat ik nog naar een publiek bad ging in die buurt) en die zei eerst van nee omdat ze niet naar daar moest, maar toen ze eventjes later effectief vertrok mocht ik toch mee met haar en ze bracht me ergens op een heel andere plaats dan waar ik moest zijn, maar vlakbij een metrostation, dus ik was heel content! En dan ben ik, voor de tweede keer, naar het publiek bad Hurschimchung Spa gegaan, naar het schijnt het grootste van Azie. Er waren heel veel verschillende baden en ook een lounge waar je kon rusten en iets drinken of eten. Je kon er zelfs wat slapen en ze hadden een soort van zuurstofkamer, een soort van grote frigo en nog een aantal andere speciale kamers. En ook een kamer voor dvd's en zo. In Korea heb je dat bij alle publieke baden en in vele kun je ook overnachten in een slaapzaal. In Japan heb je zoiets niet. Eens je het publiek bad daar verlaat, ben je buiten en kun je misschien wat in de lounge zitten van de entree, maar als je er opnieuw wilt gaan naar het bad, moet je opnieuw betalen en je kunt er zeker niet overnachten of films bekijken. Maar de inrichting van de baden in Japan vond ik wel stijlvoller dan dit bad in Korea. Japanners zijn ook een van de volkeren die meest met stijl en harmonie inzitten. Ik denk dat het verder ook het properste land ter wereld is. Properheid is in Japan een essentieel onderdeel van hun cultuur. Wat ook wel goed is, is dat je in Korea heel goedkoop kunt eten. In Busan heb ik twee keer ergens gegeten voor 3000 won, minder dan 2 euro, en mijn buik stond op ontploffen. Ze geven je altijd een heleboel bijschoteltjes en als je dat dan allemaal opeet, kan het soms heel veel zijn. En omdat het veel groenten en rijst is, lukt het niet altijd goed om naar de wc te gaan. Het meest typische gerecht van Korea is Kimchi, het is een soort van witte kool of zo die gefermenteerd wordt en dan doen ze er nog een soort rode peper bereiding rond om het wat pikant te maken. Bij praktisch elke maaltijd krijg je een klein potje met kimchi als bijgerecht.
Seoul: Ik dacht eerst om naar Seoel te gaan met een tragere en dus goedkopere trein, maar die was volzet op dat uur en dan heb ik maar besloten om de hele rappe trein te nemen, die er slechts drie uur over doet. Twas wel wat ambetant dat die trein achteruit reed. Hij zal in twee richtingen tussen de twee steden rijden zeker, zonder te keren... Ofwel is het een soort Koreaans bijgeloof ;-) In Seoel ben ik acht dagen gebleven. Niet dat er zo veel op toeristisch vlak te doen is eigenlijk, maar ik kende er Jae Won, een Koreaan die ik op de trein van Irkutsk naar Vladivostok heb leren kennen en Ciska, die al een paar jaar in Korea woont en getrouwd is met een Koreaan en samen nog met mij in klas gezeten heeft in het middelbaar in Knokke. Ook wil ik in Seoel aan een chinees visum geraken en ik had in Nagasaki een Duitser leren kennen die in Seoel woont en die me een reisbureau kon tonen die daar normaal kon voor zorgen.
De vrijdag dat ik in Seoel aangekomen ben, heb ik niet te veel meer uitgespookt, eens ik mijn hostel had gevonden. Het eerste hostel waar ik verbleef, Windroad hostel, was gelegen vlakbij een studentenbuurt. De buurt vond ik wel leuk, met veel goedkope restaurants ook, maar het hostel vond ik niet te veel raars. De basisprijs was goedkoper dan sommige andere hostels, maar dan probeerden ze je op andere manieren af te zetten. Zo moest je 4000 won betalen voor de wasmachine en als je meer dan een half uur op internet zat, moest je zogezegd 2000 won per uur betalen (in de meeste internetcaffees, met goede computers in tegenstelling tot dat oude ding van een pc in het hostel, betaal je slechts 1200 a 1500 won). 's Avonds kon je in dat hostel ook niet op de computer en kon je enkel buiten op een koertje in de zetel zitten en de douchekop gaf niet genoeg druk, dus kon ik mijn haar er niet wassen. Ik ben er toch drie dagen verbleven, omdat ik ook niet graag de ganse tijd van plek verander.
Zaterdag had ik dan met Jae Won afgesproken en we hebben een soort Koreaanse barbecue met Bulgogi gegeten en een beetje gewandeld. En 's Avonds hebben we dan weer afgesproken om iets te gaan drinken en zijn we iets anders gaan eten en dan naar een karaoke gegaan (geen publieke karaoke, maar een kamertje apart) en hebben we alletwee eens goed vals gezongen, maar het heeft toch deugd gedaan! En daarna zijn we nog een pintje gaan drinken. Het werd redelijk laat, want hij kon pas om 5u30 de eerste metro naar huis terug nemen.
Zondag heb ik dan maar wat uitgeslapen en zo. Het deed deugd om nog eens wat rond te hangen met iemand waarmee het wat klikt en waarmee ik al een stapje verder sta in de communicatie dan "where do you come from?".
Maandag ben ik dan veranderd van hostel en ben ik naar www.bananabackpackers.com verhuisd. Dat was een klein beetje duurder dan het eerste, maar de wasmachine was gratis, er waren drie computers met 24 uren per dag gratis internet, je kon binnen in de zetel zitten en er was een gratis ontbijt (toast met confituur en bananen). Het enige nadeel was dat ik de buurt iets minder levendig vond en de restaurantjes ietsje duurder waren om te eten. Ik ben er vier nachten verbleven en toen ik er nog een nacht langer wilde blijven was het al volzet. Ik heb dan maar iets anders gezocht en vijftig meter ervan was er een andere plek, Beewon guesthouse. Het was een klein beetje duurder, maar eigenlijk vond ik het voor mij persoonlijk de gezelligste plek en het was ook met gratis wasmachine, internet en ontbijt. Het was een goeie mix van aziaten en westerlingen en van jonger en ouder volk en ik vond het ook de properste plek. Het enige wat ik hier overal ambetant vind in de hostels is dat de douche en het toilet in dezelfde plek zijn en dat er geen douchegordijn is. Als er iemand doucht, kun je dus niet naar het toilet en als je naar het toilet gaat nadat er gedoucht is, moet je oppassen want de vloer is nat (en mogelijk ook de toiletbril). Dat vind ik een vervelend systeem. Tschijnt dat dat in Taiwan ook zo is. Een Japanner vertelde mij in een van de hostels dat hij de indruk had dat ze in Korea dingen ontwierpen vanuit het oogpunt van de maker in tegenstelling tot Japan waar ze dingen ontwerpen vanuit het oogpunt van de gebruiker. Ik moet zeggen dat ik niet lang genoeg in Korea ben om hier goed over te oordelen, maar dat ik denk dat dat waarschijnlijk overdreven is, maar de bewering over Japan klopt als een bus! Japanners zijn erg creatief voor het uitdenken van praktische oplossingen, zodat de gebruiker zo veel mogelijk op zijn gemak is en dat vond ik persoonlijk wel een zalige luxe.
Maandag en dinsdag heb ik dan wat rondgewandeld in Seoel en heb ik gereserveerd voor een excursie naar de grenszone met Noord-Korea, voor de donderdag. De dinsdag ben ik ook naar het War Memorial museum geweest die de geschiedenis toont van de vele oorlogen waar Korea tot nu toe in verwikkeld is geraakt (tussen de verschillende koninkrijken, de oorlogen met de Japanners en dan de Koreaanse oorlog). Het museum is zeker aan te raden: het bevat antieke wapens, er zijn overal Engelstalige pamfletten met informatie en er zijn videovoorstellingen oa in het Engels en ook bepaalde voorstellingen waarbij holografisch gevormde miniatuurfiguurtjes bepaalde scenes uit de Koreaanse geschiedenis opnieuw speelden. Ik wist vroeger ook niets over de Koreaanse oorlog en zeker niet dat er ook nog Belgen daar gevochten hebben voor de VN.
Woensdagmorgen ben ik dan 's morgens naar een van de paleizen van Seoel geweest, Chandeokgung, waar de koning en koningin nog geleefd hebben in de Joseon dynastie, als ik het goed onthouden heb. Ze sliepen in aparte kamers en dan was er een gang die de twee kamers met elkaar verbond voor als ze hun plicht moesten vervullen... Ook legde de gids uit waarom er op bepaalde daken op de vier hoeken kleine figuurtjes stonden: dat was om het gebouw te beschermen. Hoe meer figuurtjes, hoe belangrijker het gebouw en hoe meer bescherming nodig was. Het aantal figuurtjes was altijd een oneven nummer en het maximum aantal was negen als ik me goed herinner. Er was ook een Secret Garden, maar zo geheimzinnig was die niet, behalve dat die vroeger enkel toegankelijk was voor een beperkt aantal personen van de hoge klasse. 's Middags had ik dan afgesproken met die Duitser, Mirko, in Itaewon, de buurt waar alle buitenlanders zitten in Seoel, en in het eerste reisbureau zeiden ze dat je een papier moest hebben dat je in Zuid-Korea woont voor een Chinees visum en in het tweede reisbureau zeiden ze dat je gewoon je paspoort, een pasfoto en een ingevuld applicatieformulier nodig had. Ik hoop dat ze het bij het rechte eind hadden! In de loop van volgende week ga ik eens naar hen bellen om te vragen of het allemaal in orde is. Het zou stom zijn als ik speciaal naar Belgie zou moeten gaan voor een Chinees visum! Dan zou ik wel een andere keer gaan... Met de olympische spelen was het opeens verstrengd en moest je zelfs hotelreservaties kunnen voorleggen en je vliegticket om te bewijzen dat je effectief vertrok... pfff... Daarna heb ik een beetje langs de Han-rivier gewandeld en om 18u45 had ik afgesproken met Ciska. We zijn iets gaan eten dat je zelf moest klaarmaken op tafel in een soort van pot, waar je dan plakjes vlees en groenten in gooit en als het klaar is, smijt je het dan in je taloor ;-) Het deed deugd om nog eens West-Vlaams te babbelen en Ciska was de eerste West-Vlaamse (of moet ik nu zeggen Koreaanse ;-p) die ik gezien heb in de vier maanden dat ik weg van huis ben. Het dichtste dat ik tot nu toe tegengekomen ben, was Gent, en eigenlijk heb ik maar een stuk of vier keer Vlamingen ontmoet, waarvan twee keer ik ze gewoon Vlaams hoorde klappen op straat (maar natuurlijk met het verkeerde accent haha). Soms kom ik ook Hollanders tegen en dan probeer ik beschaafd Nederlands te praten, maar voel ik me precies terug op school. Eigenlijk voel ik me haast nog meer op mijn gemak in het Engels dan in het standaard Nederlands. Enfin, we (Ciska en ik) zijn dus samen iets gaan eten en erna een koffie gaan drinken (Tis te zeggen, ze heeft mij getrakteerd! Ik probeerde nog mijn geld uit mijn zakken te halen, maar ze was me telkens te snel af. Traag zijn heeft soms ook voordelen ;-) ). Het was erg leuk om haar na al die jaren nog eens terug te zien in Korea. Ik vind het wel straf dat ze hier is blijven plakken, zo ver van Belgie en met zo een verschillende taal. Ze heeft sinds kort zelfs een job waar ze heel de dag in het Koreaans moet babbelen! Normaal gezien gaan we nog eens afspreken voordat ik naar China vertrek.
Donderdag moest ik heel vroeg opstaan, rond zes uur, want rond zeven uur moest ik aan het gebouw van de USO staan om de excursie naar de grenszone te doen. De bus ging om 7u30 vertrekken, maar we moesten eerst nog ons paspoort ook tonen. We vertrokken met twee bussen en ik kwam een Nederlander tegen die in Busan in hetzelfde hostel als ik een nacht verbleven had. De tour viel wel mee, maar veel om te fotograferen was er volgens mij niet. Het was heel de dag ook vrij mistig en je kon niet veel zien. Overal langs de Han-rivier was er prikkeldraad en er waren posten met soldaten gestationeerd om mogelijke Noord-Koreaanse indringers tegen te houden. De neutrale grenszone (Joint Security Area of Panmunjeom in het Koreaans) zelf was vier km breed en daarin waren er zowel Zuid-Koreaanse als Noord-Koreaanse soldaten, en ook Amerikanen en een handvol Zwitsers en andere nationaliteiten. De blauwe gebouwen zijn over het algemeen van de VN en de grijze gebouwen van de Noord-Koreanen. Vroeger konden beide kampen overal binnen deze zone zich begeven, maar in 1984 was er een accident waarbij twee Amerikanen door de Noord-Koreanen vermoord zijn geweest. De Amerikanen wilden toen een boom kappen omdat die in de weg stond om een Noord-Koreaans gebouw in de gaten te kunnen houden en de Noord-Koreanen wilden dat niet en begonnen te vechten. Sinds toen is de neutrale zone in twee gebieden verdeeld, een gebied voor Noord-Korea en een gebied voor Zuid-Korea. Op een bepaald ogenblik gingen we binnen in een gebouw waar besprekingen tussen beide kampen plaatsvinden en de ene kant van dat gebouw is dan van Noord-Korea en de andere kant van Zuid-Korea en we wilden dan allemaal een keer aan de andere kant van de tafel staan natuurlijk... Op de tafel stonden er drie microfoons zodat alles dat in die kamer gezegd wordt gehoord kan worden en de hele grenszone staat vol met camera's. Buiten konden we vanop afstand een Noord-Koreaanse soldaat zien en hij stond de hele tijd met een verrekijker naar ons te gapen. Er was een bepaalde dress code waar we ons moesten aan gapen en bepaalde toeristen die begonnen te wijzen naar de soldaat werden er door de Amerikanen nadrukkelijk op gewezen om geen gebaren te maken. Er waren ook een aantal Zuid-Koreaanse soldaten daar voor onze bescherming, die stokstijf in een gemodifieerde taekwondo pose stonden. Sommigen stonden half achter een gebouw weggestoken omdat het veiliger was: als ze beschoten werden konden ze dan meteen dekking zoeken. Die Noord-Koreaanse soldaat stond echter wat te ver om er een deftige foto van te trekken, zelfs met mijn optische zoom. Een ander verhaal dat ze vertelden was dat een Russische toerist die een toer deed in Noord-Korea een twintigtal jaar geleden er weggevlucht is naar Zuid-Korea op die manier en dat er een Amerikaan daardoor toen omgekomen is. Voor de rest hebben we dan nog eens wat rondgekeken naar Noord-Korea (eigenlijk zag het landschap er niet zo veel anders uit dan Zuid-Korea haha) en er was een gigantische mast in de verte te zien (door de mist heen) die een van de grootste vlaggen ter wereld draagt. De vlag van Noord-Korea daar weegt ongeveer 300kg en het moet al heel hard waaien vooraleer die begint te wapperen. Een andere wetenswaardigheid over de grens tussen beide landen is dat het vol met landmijnen ligt en dat het een uniek natuurreservaat is met vele wilde dieren omdat er geen mensen komen. Daarna zijn we naar een dorp in de grens gaan eten in het enige restaurant dat er is en na de middag zijn we naar de derde tunnel gegaan die ontdekt is door de Zuid-Koreanen en door de Noord-Koreanen gegraven werd. De tunnel was ongeveer een mijl lang en diende om spionnen in Zuid-Korea te krijgen of om bij oorlog de bevoorrading van de zuid-Koreanen aan de grens af te snijden. Vier tunnels zijn ontdekt maar vermoedelijk zijn er nog meer van die tunnels. Voordat de tunnel gevonden was hebben de noordkoreanen de muren zwart gemaakt met steenkoolgruis om het te doen lijken alsof het een verlaten steenkoolmijn was ;-) Enfin, we zijn eens in die tunnel geweest, maar we hebben het allemaal overleefd... Ik was wel vrij moe toen ik terug in het hostel was.
Vrijdag heb ik dan niet zo veel uitgespookt en zaterdag ben ik opnieuw naar het reisagentschap geweest om hen mijn paspoort, pasfoto en applicatieformulier te geven voor het Chinese visum (ik had mijn paspoort donderdag nodig voor de excursie naar de grens). De zaterdag ben ik dan verder ook nog naar Ingwasan geweest, een soort heuvel in het noordwesten van Seoel waar je een aantal religieuze gebouwen vindt en een aantal rotsen met gaten erin door erosie en waar ze aan shamanisme doen. Ze bidden tot goden of zo en ze geven wat eten omdat ze geloven dat de geesten ook eten nodig hebben. Ik zag een gedroogde vis in een van de gebouwen en ik zag buiten een man bidden en een beetje verder lag er een rauwe biefstuk met wat vliegen op... Het was wel een leuk zicht over de stad vanaf daar, alleen jammer dat er de laatste dagen zoveel mist is. Ik was trouwens ook van plan om naar Bukhansan te gaan, een iets hogere berg ten noorden van Seoul, maar ik had geen goesting met die mist omdat ik liever een goed zicht heb. De zaterdag ben ik dan ook nog naar Seodaemun gevangenis geweest, een gevangenis gebruikt door de Japanners tijdens de bezetting, om de Koreanen die rebelleerden een "lesje" te leren. Dit was eigenlijk niet zo veel de moeite. Zondag ben ik dan met de express bus naar Sokcho, aan de oostkust dichtbij de grens met Noord-Korea, vertrokken.
Busan: in Busan ben ik een viertal dagen verbleven. Ik verbleef in een jeugdherberg vermeld in Lonely Planet, maar eigenlijk was het meer een appartement op de 24e verdieping van een flatgebouw en waren drie kamers ervan met stapelbedden gevuld. Aan de ene kant was het leuk omdat het precies was alsof je een appartement met vrienden deelde, aan de andere kant was het ambetant als je wilde slapen en er een paar zijn die 's nachts liever drinken en lawaai maken... Mijn verjaardag heb ik niet echt gevierd omdat je zoiets eigenlijk alleen maar met vrienden, familie of collega's doet, enfin met mensen waarmee je toch een band hebt. 's Avonds ben ik met twee anderen een Koreaanse barbecue gaan eten en dan hebben we nog een pintje gedronken. Veel traditionele Koreaanse gerechten kun je niet alleen eten, maar je moet met twee of meer zijn, dus dan moet je ervan profiteren om eens iets nieuws te proeven als je met meerdere mensen gaat eten. Busan was een stad die wel heel mooi had kunnen zijn, maar het toch niet helemaal was, door al die hoge inspiratieloze flatgebouwen. In Busan aangekomen merkte ik meteen dat Korea een land is vol met bergen. Ik merkte ook meteen een ganse reeks van verschillen tussen Korea en Japan, die ik in een apart blogbericht nog eens ga opsommen. Een van de eerste dingen die opvallen, tenminste als je van Japan komt, is dat de straten vuil zijn en dat het goedkoper is dan Japan en dat mensen hand in hand of arm in arm lopen. In Busan heb ik het de eerste twee dagen eerder rustig aan gedaan en dan heb ik een dag heel veel gewandeld door de stad en tot op een van de eilanden en heb ik een paar stranden gezien en de vismarkt en de laatste dag ben ik opnieuw vrij actief geweest. Eerst ben ik naar het tempelcomplex Beomeosa gegaan ten noorden van de stad. Het waren de eerste Koreaanse tempels die ik te zien kreeg en dat was wel eens echt de moeite, omdat het er heel anders uitzag dan in Japan. Vooral de kleurrijke beschilderde buitenkant viel op, met groen de belangrijkste kleur, wat typisch is voor alle Koreaanse religieuze gebouwen blijkbaar. Rond de middag ben ik dan verder zuidwaarts en omhoog gewandeld naar een fort op een berg (van het fort blijft niets meer over, maar ze hadden wel sommige ingangspoorten gerestaureerd en de aflijning van het fort was zichtbaar door een lage stenen muur). Het waren redelijk veel stenen treden om tot boven te geraken en dat was wel wat ambetant, maar het was toch een leuke wandeling. Wat me wel opviel is dat er zoveel volk was op een weekdag en dat de Koreanen allemaal speciale wandelschoenen en kledij dragen. Dit is in overeenstemming met wat ik in Lonely Planet gelezen heb: Koreanen zijn fanatieke hikers (ik denk dat ze in het algemeen eigenlijk ook veel met hun gezondheid bezig zijn, want soms zie je toestellen voor fitness buiten in een park). De wandeling op het fort was redelijk afzien, want ik had maar een enkele keer gegeten en vergeten eten mee te nemen, dus voelde ik me wat flauwtjes) In de vroege avond vond ik dan ergens een stalletje en heb ik een soort van snack op een stokje gegeten (drie ervan). Het ziet eruit als een soort van pannenkoek die opgerold is en dan op accordeonachtige wijze op die stok gepriemd wordt en de smaak heeft iets weg van een pannenkoek volgens mij, maar het was gemaakt van vis. Ik vind het eigenlijk persoonlijk maar rommeleten, maar had absoluut wat voedsel nodig. Ik ben dan juist voor sluitingstijd en voor het donker 's avonds nog tot het kleinere tempelcomplex Seokbulsa geraakt. Dat was ook wel echt de moeite: prachtige boeddha figuren uitgekerfd in de rotsen waren daar te bewonderen. Het was dan wel na zes uur al, donker en ik zat op een berg, wist niet zo goed de weg en ik was ook wat moe want ik had zeker meer dan 15km gewandeld. En de kabellift die me normaal naar beneden had kunnen brengen was op dat uur ook al gesloten. Ik verliet het tempelcomplex tegelijkertijd met twee vrouwen, waarvan een jongere vrouw in haar auto stopte en ik vroeg aan de oudere vrouw of ze me niet naar de stad kon brengen, omdat ik dacht dat de jongere vrouw misschien nee zou zeggen als ik het op een directe manier zou vragen en ik meer kans maakte bij de oudere vrouw om een lift te krijgen en ze het anders nog altijd aan de jongere vrouw kon vragen. Ik probeerde ook te vertellen hoe moe ik was en hoeveel ik gehiked had ;-) Feit was dat ik echt geen zin meer had om in het donker nog een paar km naar beneden te wandelen en niet precies te weten waar ik ging uitkomen in tstad. De oudere vrouw vroeg het aan de jongere vrouw (ik had een hotel vermeld omdat ik nog naar een publiek bad ging in die buurt) en die zei eerst van nee omdat ze niet naar daar moest, maar toen ze eventjes later effectief vertrok mocht ik toch mee met haar en ze bracht me ergens op een heel andere plaats dan waar ik moest zijn, maar vlakbij een metrostation, dus ik was heel content! En dan ben ik, voor de tweede keer, naar het publiek bad Hurschimchung Spa gegaan, naar het schijnt het grootste van Azie. Er waren heel veel verschillende baden en ook een lounge waar je kon rusten en iets drinken of eten. Je kon er zelfs wat slapen en ze hadden een soort van zuurstofkamer, een soort van grote frigo en nog een aantal andere speciale kamers. En ook een kamer voor dvd's en zo. In Korea heb je dat bij alle publieke baden en in vele kun je ook overnachten in een slaapzaal. In Japan heb je zoiets niet. Eens je het publiek bad daar verlaat, ben je buiten en kun je misschien wat in de lounge zitten van de entree, maar als je er opnieuw wilt gaan naar het bad, moet je opnieuw betalen en je kunt er zeker niet overnachten of films bekijken. Maar de inrichting van de baden in Japan vond ik wel stijlvoller dan dit bad in Korea. Japanners zijn ook een van de volkeren die meest met stijl en harmonie inzitten. Ik denk dat het verder ook het properste land ter wereld is. Properheid is in Japan een essentieel onderdeel van hun cultuur. Wat ook wel goed is, is dat je in Korea heel goedkoop kunt eten. In Busan heb ik twee keer ergens gegeten voor 3000 won, minder dan 2 euro, en mijn buik stond op ontploffen. Ze geven je altijd een heleboel bijschoteltjes en als je dat dan allemaal opeet, kan het soms heel veel zijn. En omdat het veel groenten en rijst is, lukt het niet altijd goed om naar de wc te gaan. Het meest typische gerecht van Korea is Kimchi, het is een soort van witte kool of zo die gefermenteerd wordt en dan doen ze er nog een soort rode peper bereiding rond om het wat pikant te maken. Bij praktisch elke maaltijd krijg je een klein potje met kimchi als bijgerecht.
Seoul: Ik dacht eerst om naar Seoel te gaan met een tragere en dus goedkopere trein, maar die was volzet op dat uur en dan heb ik maar besloten om de hele rappe trein te nemen, die er slechts drie uur over doet. Twas wel wat ambetant dat die trein achteruit reed. Hij zal in twee richtingen tussen de twee steden rijden zeker, zonder te keren... Ofwel is het een soort Koreaans bijgeloof ;-) In Seoel ben ik acht dagen gebleven. Niet dat er zo veel op toeristisch vlak te doen is eigenlijk, maar ik kende er Jae Won, een Koreaan die ik op de trein van Irkutsk naar Vladivostok heb leren kennen en Ciska, die al een paar jaar in Korea woont en getrouwd is met een Koreaan en samen nog met mij in klas gezeten heeft in het middelbaar in Knokke. Ook wil ik in Seoel aan een chinees visum geraken en ik had in Nagasaki een Duitser leren kennen die in Seoel woont en die me een reisbureau kon tonen die daar normaal kon voor zorgen.
De vrijdag dat ik in Seoel aangekomen ben, heb ik niet te veel meer uitgespookt, eens ik mijn hostel had gevonden. Het eerste hostel waar ik verbleef, Windroad hostel, was gelegen vlakbij een studentenbuurt. De buurt vond ik wel leuk, met veel goedkope restaurants ook, maar het hostel vond ik niet te veel raars. De basisprijs was goedkoper dan sommige andere hostels, maar dan probeerden ze je op andere manieren af te zetten. Zo moest je 4000 won betalen voor de wasmachine en als je meer dan een half uur op internet zat, moest je zogezegd 2000 won per uur betalen (in de meeste internetcaffees, met goede computers in tegenstelling tot dat oude ding van een pc in het hostel, betaal je slechts 1200 a 1500 won). 's Avonds kon je in dat hostel ook niet op de computer en kon je enkel buiten op een koertje in de zetel zitten en de douchekop gaf niet genoeg druk, dus kon ik mijn haar er niet wassen. Ik ben er toch drie dagen verbleven, omdat ik ook niet graag de ganse tijd van plek verander.
Zaterdag had ik dan met Jae Won afgesproken en we hebben een soort Koreaanse barbecue met Bulgogi gegeten en een beetje gewandeld. En 's Avonds hebben we dan weer afgesproken om iets te gaan drinken en zijn we iets anders gaan eten en dan naar een karaoke gegaan (geen publieke karaoke, maar een kamertje apart) en hebben we alletwee eens goed vals gezongen, maar het heeft toch deugd gedaan! En daarna zijn we nog een pintje gaan drinken. Het werd redelijk laat, want hij kon pas om 5u30 de eerste metro naar huis terug nemen.
Zondag heb ik dan maar wat uitgeslapen en zo. Het deed deugd om nog eens wat rond te hangen met iemand waarmee het wat klikt en waarmee ik al een stapje verder sta in de communicatie dan "where do you come from?".
Maandag ben ik dan veranderd van hostel en ben ik naar www.bananabackpackers.com verhuisd. Dat was een klein beetje duurder dan het eerste, maar de wasmachine was gratis, er waren drie computers met 24 uren per dag gratis internet, je kon binnen in de zetel zitten en er was een gratis ontbijt (toast met confituur en bananen). Het enige nadeel was dat ik de buurt iets minder levendig vond en de restaurantjes ietsje duurder waren om te eten. Ik ben er vier nachten verbleven en toen ik er nog een nacht langer wilde blijven was het al volzet. Ik heb dan maar iets anders gezocht en vijftig meter ervan was er een andere plek, Beewon guesthouse. Het was een klein beetje duurder, maar eigenlijk vond ik het voor mij persoonlijk de gezelligste plek en het was ook met gratis wasmachine, internet en ontbijt. Het was een goeie mix van aziaten en westerlingen en van jonger en ouder volk en ik vond het ook de properste plek. Het enige wat ik hier overal ambetant vind in de hostels is dat de douche en het toilet in dezelfde plek zijn en dat er geen douchegordijn is. Als er iemand doucht, kun je dus niet naar het toilet en als je naar het toilet gaat nadat er gedoucht is, moet je oppassen want de vloer is nat (en mogelijk ook de toiletbril). Dat vind ik een vervelend systeem. Tschijnt dat dat in Taiwan ook zo is. Een Japanner vertelde mij in een van de hostels dat hij de indruk had dat ze in Korea dingen ontwierpen vanuit het oogpunt van de maker in tegenstelling tot Japan waar ze dingen ontwerpen vanuit het oogpunt van de gebruiker. Ik moet zeggen dat ik niet lang genoeg in Korea ben om hier goed over te oordelen, maar dat ik denk dat dat waarschijnlijk overdreven is, maar de bewering over Japan klopt als een bus! Japanners zijn erg creatief voor het uitdenken van praktische oplossingen, zodat de gebruiker zo veel mogelijk op zijn gemak is en dat vond ik persoonlijk wel een zalige luxe.
Maandag en dinsdag heb ik dan wat rondgewandeld in Seoel en heb ik gereserveerd voor een excursie naar de grenszone met Noord-Korea, voor de donderdag. De dinsdag ben ik ook naar het War Memorial museum geweest die de geschiedenis toont van de vele oorlogen waar Korea tot nu toe in verwikkeld is geraakt (tussen de verschillende koninkrijken, de oorlogen met de Japanners en dan de Koreaanse oorlog). Het museum is zeker aan te raden: het bevat antieke wapens, er zijn overal Engelstalige pamfletten met informatie en er zijn videovoorstellingen oa in het Engels en ook bepaalde voorstellingen waarbij holografisch gevormde miniatuurfiguurtjes bepaalde scenes uit de Koreaanse geschiedenis opnieuw speelden. Ik wist vroeger ook niets over de Koreaanse oorlog en zeker niet dat er ook nog Belgen daar gevochten hebben voor de VN.
Woensdagmorgen ben ik dan 's morgens naar een van de paleizen van Seoel geweest, Chandeokgung, waar de koning en koningin nog geleefd hebben in de Joseon dynastie, als ik het goed onthouden heb. Ze sliepen in aparte kamers en dan was er een gang die de twee kamers met elkaar verbond voor als ze hun plicht moesten vervullen... Ook legde de gids uit waarom er op bepaalde daken op de vier hoeken kleine figuurtjes stonden: dat was om het gebouw te beschermen. Hoe meer figuurtjes, hoe belangrijker het gebouw en hoe meer bescherming nodig was. Het aantal figuurtjes was altijd een oneven nummer en het maximum aantal was negen als ik me goed herinner. Er was ook een Secret Garden, maar zo geheimzinnig was die niet, behalve dat die vroeger enkel toegankelijk was voor een beperkt aantal personen van de hoge klasse. 's Middags had ik dan afgesproken met die Duitser, Mirko, in Itaewon, de buurt waar alle buitenlanders zitten in Seoel, en in het eerste reisbureau zeiden ze dat je een papier moest hebben dat je in Zuid-Korea woont voor een Chinees visum en in het tweede reisbureau zeiden ze dat je gewoon je paspoort, een pasfoto en een ingevuld applicatieformulier nodig had. Ik hoop dat ze het bij het rechte eind hadden! In de loop van volgende week ga ik eens naar hen bellen om te vragen of het allemaal in orde is. Het zou stom zijn als ik speciaal naar Belgie zou moeten gaan voor een Chinees visum! Dan zou ik wel een andere keer gaan... Met de olympische spelen was het opeens verstrengd en moest je zelfs hotelreservaties kunnen voorleggen en je vliegticket om te bewijzen dat je effectief vertrok... pfff... Daarna heb ik een beetje langs de Han-rivier gewandeld en om 18u45 had ik afgesproken met Ciska. We zijn iets gaan eten dat je zelf moest klaarmaken op tafel in een soort van pot, waar je dan plakjes vlees en groenten in gooit en als het klaar is, smijt je het dan in je taloor ;-) Het deed deugd om nog eens West-Vlaams te babbelen en Ciska was de eerste West-Vlaamse (of moet ik nu zeggen Koreaanse ;-p) die ik gezien heb in de vier maanden dat ik weg van huis ben. Het dichtste dat ik tot nu toe tegengekomen ben, was Gent, en eigenlijk heb ik maar een stuk of vier keer Vlamingen ontmoet, waarvan twee keer ik ze gewoon Vlaams hoorde klappen op straat (maar natuurlijk met het verkeerde accent haha). Soms kom ik ook Hollanders tegen en dan probeer ik beschaafd Nederlands te praten, maar voel ik me precies terug op school. Eigenlijk voel ik me haast nog meer op mijn gemak in het Engels dan in het standaard Nederlands. Enfin, we (Ciska en ik) zijn dus samen iets gaan eten en erna een koffie gaan drinken (Tis te zeggen, ze heeft mij getrakteerd! Ik probeerde nog mijn geld uit mijn zakken te halen, maar ze was me telkens te snel af. Traag zijn heeft soms ook voordelen ;-) ). Het was erg leuk om haar na al die jaren nog eens terug te zien in Korea. Ik vind het wel straf dat ze hier is blijven plakken, zo ver van Belgie en met zo een verschillende taal. Ze heeft sinds kort zelfs een job waar ze heel de dag in het Koreaans moet babbelen! Normaal gezien gaan we nog eens afspreken voordat ik naar China vertrek.
Donderdag moest ik heel vroeg opstaan, rond zes uur, want rond zeven uur moest ik aan het gebouw van de USO staan om de excursie naar de grenszone te doen. De bus ging om 7u30 vertrekken, maar we moesten eerst nog ons paspoort ook tonen. We vertrokken met twee bussen en ik kwam een Nederlander tegen die in Busan in hetzelfde hostel als ik een nacht verbleven had. De tour viel wel mee, maar veel om te fotograferen was er volgens mij niet. Het was heel de dag ook vrij mistig en je kon niet veel zien. Overal langs de Han-rivier was er prikkeldraad en er waren posten met soldaten gestationeerd om mogelijke Noord-Koreaanse indringers tegen te houden. De neutrale grenszone (Joint Security Area of Panmunjeom in het Koreaans) zelf was vier km breed en daarin waren er zowel Zuid-Koreaanse als Noord-Koreaanse soldaten, en ook Amerikanen en een handvol Zwitsers en andere nationaliteiten. De blauwe gebouwen zijn over het algemeen van de VN en de grijze gebouwen van de Noord-Koreanen. Vroeger konden beide kampen overal binnen deze zone zich begeven, maar in 1984 was er een accident waarbij twee Amerikanen door de Noord-Koreanen vermoord zijn geweest. De Amerikanen wilden toen een boom kappen omdat die in de weg stond om een Noord-Koreaans gebouw in de gaten te kunnen houden en de Noord-Koreanen wilden dat niet en begonnen te vechten. Sinds toen is de neutrale zone in twee gebieden verdeeld, een gebied voor Noord-Korea en een gebied voor Zuid-Korea. Op een bepaald ogenblik gingen we binnen in een gebouw waar besprekingen tussen beide kampen plaatsvinden en de ene kant van dat gebouw is dan van Noord-Korea en de andere kant van Zuid-Korea en we wilden dan allemaal een keer aan de andere kant van de tafel staan natuurlijk... Op de tafel stonden er drie microfoons zodat alles dat in die kamer gezegd wordt gehoord kan worden en de hele grenszone staat vol met camera's. Buiten konden we vanop afstand een Noord-Koreaanse soldaat zien en hij stond de hele tijd met een verrekijker naar ons te gapen. Er was een bepaalde dress code waar we ons moesten aan gapen en bepaalde toeristen die begonnen te wijzen naar de soldaat werden er door de Amerikanen nadrukkelijk op gewezen om geen gebaren te maken. Er waren ook een aantal Zuid-Koreaanse soldaten daar voor onze bescherming, die stokstijf in een gemodifieerde taekwondo pose stonden. Sommigen stonden half achter een gebouw weggestoken omdat het veiliger was: als ze beschoten werden konden ze dan meteen dekking zoeken. Die Noord-Koreaanse soldaat stond echter wat te ver om er een deftige foto van te trekken, zelfs met mijn optische zoom. Een ander verhaal dat ze vertelden was dat een Russische toerist die een toer deed in Noord-Korea een twintigtal jaar geleden er weggevlucht is naar Zuid-Korea op die manier en dat er een Amerikaan daardoor toen omgekomen is. Voor de rest hebben we dan nog eens wat rondgekeken naar Noord-Korea (eigenlijk zag het landschap er niet zo veel anders uit dan Zuid-Korea haha) en er was een gigantische mast in de verte te zien (door de mist heen) die een van de grootste vlaggen ter wereld draagt. De vlag van Noord-Korea daar weegt ongeveer 300kg en het moet al heel hard waaien vooraleer die begint te wapperen. Een andere wetenswaardigheid over de grens tussen beide landen is dat het vol met landmijnen ligt en dat het een uniek natuurreservaat is met vele wilde dieren omdat er geen mensen komen. Daarna zijn we naar een dorp in de grens gaan eten in het enige restaurant dat er is en na de middag zijn we naar de derde tunnel gegaan die ontdekt is door de Zuid-Koreanen en door de Noord-Koreanen gegraven werd. De tunnel was ongeveer een mijl lang en diende om spionnen in Zuid-Korea te krijgen of om bij oorlog de bevoorrading van de zuid-Koreanen aan de grens af te snijden. Vier tunnels zijn ontdekt maar vermoedelijk zijn er nog meer van die tunnels. Voordat de tunnel gevonden was hebben de noordkoreanen de muren zwart gemaakt met steenkoolgruis om het te doen lijken alsof het een verlaten steenkoolmijn was ;-) Enfin, we zijn eens in die tunnel geweest, maar we hebben het allemaal overleefd... Ik was wel vrij moe toen ik terug in het hostel was.
Vrijdag heb ik dan niet zo veel uitgespookt en zaterdag ben ik opnieuw naar het reisagentschap geweest om hen mijn paspoort, pasfoto en applicatieformulier te geven voor het Chinese visum (ik had mijn paspoort donderdag nodig voor de excursie naar de grens). De zaterdag ben ik dan verder ook nog naar Ingwasan geweest, een soort heuvel in het noordwesten van Seoel waar je een aantal religieuze gebouwen vindt en een aantal rotsen met gaten erin door erosie en waar ze aan shamanisme doen. Ze bidden tot goden of zo en ze geven wat eten omdat ze geloven dat de geesten ook eten nodig hebben. Ik zag een gedroogde vis in een van de gebouwen en ik zag buiten een man bidden en een beetje verder lag er een rauwe biefstuk met wat vliegen op... Het was wel een leuk zicht over de stad vanaf daar, alleen jammer dat er de laatste dagen zoveel mist is. Ik was trouwens ook van plan om naar Bukhansan te gaan, een iets hogere berg ten noorden van Seoul, maar ik had geen goesting met die mist omdat ik liever een goed zicht heb. De zaterdag ben ik dan ook nog naar Seodaemun gevangenis geweest, een gevangenis gebruikt door de Japanners tijdens de bezetting, om de Koreanen die rebelleerden een "lesje" te leren. Dit was eigenlijk niet zo veel de moeite. Zondag ben ik dan met de express bus naar Sokcho, aan de oostkust dichtbij de grens met Noord-Korea, vertrokken.
Samenvatting van mijn laatste weken in Japan
Tis al een eind geleden dat ik nog eens wat geschreven heb... enerzijds omdat ik een tijdje niet zoveel goesting had om te schrijven, anderzijds omdat het te lang geleden was en er veel te veel te schrijven was dat ik geen goesting had om er aan te beginnen. Of ik vond geen moment om me eens op mijn gemak te zetten aan de computer en te schrijven.
Ik zal ruwweg het laatste stuk van mijn verblijf in Japan hier schetsen:
Kyoto: in Kyoto ben ik een zestal dagen gebleven. Kyoto is een van de vroegere hoofdsteden van Japan en klinkt heel bekend in de oren vanwege het befaamde "Kyoto akkoord". Het was een aangename stad. De layout van de stad was schaakbordpatroon, wat het heel gemakkelijk maakte om mezelf te orienteren. Enerzijds was het heel druk langs die grote lanen, maar anderzijds had je heel veel kleine steegjes in elk schaakbordvak, parallell met de grote lanen, en dat maakte het ideaal om te fietsen. Het was heel aangenaam om zo snel de rust van die kleine straatjes te kunnen ervaren, terwijl je toch in een redelijke stad je bevindt... In Kyoto verbleef ik in drie plekken. Eerst in J-hoppers, maar ik vond de locatie iets minder en het feit dat je moest betalen voor het gebruik van internet (dat vind ik zo een geldstekkerij... tegenwoordig is dat in bijna alle jeugdherbergen of guesthouses gratis). Daarna ging ik naar cheapest inn, wat heel goedkoop had moeten zijn (1000 yen) als je je eigen slaapzak mee bracht, maar blijkbaar was de airco in die kamer kapot zodat ik niet anders kon dan 2500 yen te betalen voor een dormitory bed. Ze waren er niet zo super vriendelijk en de atmosfeer was vrij saai daar, maar er was wel gratis internet. Uiteindelijk ben ik dan naar Gojo guesthouse geweest, en dat was het beste. Gratis internet, niet zo veel backpackers maar gemakkelijk om contacten te leggen en een leuke mix tussen japanners en buitenlanders en heel vriendelijke mensen die er werkten (ik kon er een praatje mee maken en had niet het gevoel dat ze me op een puur zakelijke manier behandelden zoals op zoveel andere plaatsen) In Kyoto heb ik wat tempels gezien, wat met de fiets rondgereden, de duizende torii bezocht, het gouden en het zilveren paviljoen bezocht (het zilveren heeft nooit een zilveren bekleding gekregen eigenlijk en ze waren het nu aan het restaureren). Ik ben ook twee keer naar een publiek bad geweest in Kyoto en ze hadden weer iets nieuws voor mij, op beide plekken: een elektrisch bad! Het principe is: een bad van ongeveer 1.5m op 1.5m met heet water en langs twee tegenover gestelde kanten een diode. Naargelang hoe diep je in het water stapt, worden andere spiergroepen gestimuleerd ;-) Tis wel een raar gevoel om je bilspieren, buikspieren of schouderspieren willekeurig samen te voelen trekken zonder dat je er iets aan kunt doen. Lang ben ik er ook niet in gebleven... Gojo guesthouse was vlakbij Gion district in Kyoto, een buurt waar 's nachts soms geisha's gespot kunnen worden. En ik had geluk op een dag, toen ik met de fiets terugkeerde, want ik zag een geisha over straat lopen. Ze gaan wel heel snel, want mensen willen foto's trekken en dat vinden ze meestal ambetant. Ik had mijn fototoestel niet bij toen... Ter info: geisha's zijn vrouwen die opgeleid zijn om te dansen en te zingen en te entertainen en een soort muziekinstrument met drie snaren te bespelen (kan niet op de naam komen). Ze doen dit in prive met een bepaalde klant en die moet er veel geld voor over hebben om een uurtje bij die geisha te zijn. Ze dragen mooie traditionele kleren en hun gezicht is in het wit geschminkt. Het aantal geisha's in Japan vermindert elk jaar. Er zijn scholen om geisha te worden en de leerling-geisha heet maiko. De geisha's zijn geen prostituees maar louter artiesten, maar zijn historisch wel ontstaan uit een soort van prostituees die naast hun artiestieke diensten dan ook andere kunsten aanboden voor sommige rijke members ;-)
Himeji: op weg van Kyoto naar Hiroshima ben ik gestopt langs Himeji. In Himeji staat een van de mooiste kastelen van Japan en het is ook een van de weinige die niet vernietigd is geweest door oorlogen. Het was de moeite om eens te zien en in rond te lopen, maar voor de rest was er in die stad niets, dus ben ik dan maar verder gereisd (per trein, want het regende en ik was het liften een beetje beu geraakt) naar Hiroshima.
Hiroshima: was interessant vanwege het grote museum van de atoombom. De eerste nacht heb ik in een internet cafe geslapen omdat ik te laat aankwam en de volgende twee nachten in J-hoppers Hiroshima. Heel veel informatie over de atoombom en ook de getuigenissen in de Memorial Hall waren indrukwekkend. Het museum was heel goedkoop (minder dan een euro) en eigenlijk had ik het misschien beter in twee keer gedaan, want het was eigenlijk een beetje te veel informatie voor in een keer) Wat de getuigenissen betreft: ik wist voordien niet dat de slachtoffers zo veel naar water ankerden door de brandwonden. Maar de andere overlevenden mochten hen geen water geven, omdat ze zeker rap zouden sterven als ze hen water zouden geven. Dit zou zijn doordat het water zo een verlichting zou bieden tegen de verschrikkelijke pijn, dat ze terstond zouden inslapen en sterven. Veel getuigen hebben er voor de rest van hun leven spijt van gehad dat ze andere mensen die smeekten voor water (misu kurasai = water alstublieft) geen water gegeven hebben en dat die dan toch gestorven zijn (ze konden even goed water gekregen hebben om hun pijn te verzachten dan). Ook het verhaal van de Koreanen die als een soort slaven behandeld werden om daar te werken en slachtoffer werden is aangrijpend. Aan de andere kant is het fascinerend dat die stad zo rap weer opgebouwd is en bruist van het leven, terwijl ze na de bom voorspeld hadden dat er 75 jaar niets zou groeien. Voordat ik er ging had ik ook een soort gevoel dat het niet zo gezond zou zijn om daar te gaan, maar blijkbaar niet. Ze vertelden me ook dat er korte tijd na de bom een typhoon was die al de radioactieve vuiligheid meesleurde in zee. Het symbool van de atoombom is de atomic bomb dome, het gebouw met de koepel dat herleid werd tot een ruine door de val van de atoombom en het is nu unesco world heritage... Ik ben ook naar het eiland geweest waar de beroemde tori in de zee staat (Miyajima of zoiets). Torii zijn een soort van poorten tussen de gewone wereld en de spirituele wereld en ze vormen de ingangen van shinto shrines. Shinto is de oudste godsdienst van Japan. In Japan hebben ze shinto en buddhisme en die worden dikwijls wat gecombineerd. Shinto is een soort natuurgeloof met duizenden goden, maar het fijne weet ik er ook niet van. Ik heb ook de lokale specialiteit van Hiroshima geprobeerd: okono miyaki. Een soort pannenkoek met vanbinnen groenten en spek en sojascheuten erin. Heel lekker en het is gewoon een plezier om ze het te zien klaarmaken op de hete kookplaat. Op Miyajima heb ik een variant gegeten met vijf gebakken oesters erin. Ja, ze eten oesters hier ook gebakken. Vanbinnen smaken die wel nog wat rauw. Ik ben eigenlijk niet echt een fan van oesters, maar wilde het wel eens proberen.
Fukuoka: Van Hiroshima ben ik dan naar Fukuoka (of Hakata) gegaan, de hoofdstad van het zuidelijkste eiland van de 4 grote eilanden waaruit Japan opgebouwd is, Kyushu. Ik had een trein genomen een klein beetje buiten Hiroshima met het idee van verder te liften, maar ik kwam ergens in het midden van het gat van Pluto terecht. Ik kreeg dan een lift van een dame naar een plaatsje een beetje verderop de weg, minder een boerengat. Vandaar wandelde ik dan naar de oprit van de autostrade, toch een km of zeven of zo. En dan was het bijna donker en de kloterij was dat er geen enkele auto stopte voor mij... Ik dacht eerst, verdomste klojos, dan slaap ik hier maar ergens in het gras. Maar het was rond acht uur en ik had geen zin om me daar nog een paar uur te vervelen alvorens de slaap te kunnen vatten en er waren ook kleine muggetjes daar die verzot zijn op Westers bloed. Het vervelende van die plaats was dat er twee treinstations waren, ene met de gewone, dus tragere maar goedkopere trein en ene met de ultrasnelle maar dure trein, de shinkansen of bullettrein (kogeltrein). Die laatste zweeft als het ware en wordt door een magnetisch veld contactloos langs de rails geleid. Het station van de shinkansen was vrij dichtbij en het andere veraf, dus besloot ik maar om eens de shinkansen te nemen. Voor een keer in mijn leven, dacht ik. Dus nam ik de shinkansen naar Fukuoka. Het voelde wel wat raar in die trein. Door de snelheid voelde ik me heel lichtjes ongemakkelijk. Maar heel lichtjes, want ik heb zelfs een boek gelezen. In Fukuoka heb ik dan de eerste nacht in een hotel vermeld in de Lonely Planet verbleven, in een dormitory van vier bedden. Het komieke was dat ik diagonaal moest liggen, want dat het bed anders te kort was (en het bed stond aan beide uiteinden compleet tegen de muur). De volgende twee nachten heb ik dan in Khaosan verbleven. In Fukuoka heb ik eigenlijk niet zo veel gedaan, gewoon een beetje rondgewandeld en soms eens een koffietje gedronken en een beetje gelezen. Op den duur hoef je ook niet meer elke keer alles plat te lopen en alle toeristenattracties te zien en in Fukuoka is er eigenlijk ook niet echt iets toeristisch te zien. Iets typisch voor Fukuoka wat je bijna nergens anders in Japan aantreft (eigenlijk nergens anders voor zover ik weet) zijn de straatstalletjes met eten die vanaf 's avonds in bepaalde buurten zit. Je kunt dan ook op een stoeltje zitten en iets bestellen en je hebt veel kans dat ze je gaan vragen waar je vandaan komt en hoe lang je in Japan blijft. De specialiteit daar is Tonkotsu ramen: het is een soort van noodles en er is gebruik gemaakt van varkensbeenderen om het te maken, maar ik heb niet juist verstaan in welke manier. Feit is dat het ferm stinkt als je er passeert, maar als je er zit en er dan van eet, is het best wel eens lekker.
Beppu onsen: een onsen oord met heel veel heetwaterbronnen aan de oostkust van Kyushu. Ik ben er met de bus naartoe gegaan en ben er een tweetal dagen verbleven, in een goedkope guesthouse van enkel 1500 yen per dag. Ik ben er eens naar een onsen geweest met zicht op zee en de tweede dag regende het en heb ik heel veel gewandeld en de hellen bezocht, of beter gezegd, stomende heetwaterpoellen met verschillende kleuren (hellen is een idiote naam volgens mij, maar de Japanners maken er graag een spektakel van en zetten er dan een standbeeldje van een zogezegde duivel bij en hup... hahaha... scary) Er was een blauwe poel, wit (ik vond het niet al te wit eigenlijk), een rode poel, modderpoel en nog een paar. Het was eigenlijk wat duur voor hetgeen het was maar ik wilde die rode poel en die modderpoel wel eens zien. s Avonds ben ik dan naar een gemixte onsen geweest. Binnen was het gescheiden en buiten waren er een paar grote baden, met bruin water en veel modder op de bodem. Het heeft wel goed deugd gedaan dat bad. Het enige nadeel is dat ik geen handdoek had en me een beetje afdroogde met mijn lichtbruine tshirt van quechua en nu blijkt die na drie keer in de wasmachine nog altijd naar die modder te ruiken...
Nagasaki: dan heb ik een bus genomen naar Nagasaki, de Japanse stad waar de tweede atoombom gevallen is. Ik ben er vier dagen gebleven, maar de eerste twee dagen was het echt slecht weer. Het regende zonder stoppen. De reden was een typhoon die van Taiwan kwam en onze richting opging. Eens die gepasseerd was (hij passeerde niet via Nagasaki, maar langs de zee naar het oosten), was het opeens schitterend weer. In Nagasaki verbleef ik in Akari Guesthouse. Het was echt een goeie plaats om te verblijven. De dormitory was ruim, het was nieuw (geopend in februari 2008), proper en de mensen die het open hielden waren warm en vriendelijk. Het was ook nog eens heel goed en centraal gelegen, naast de rivier en vlakbij een aantal mooie stenen boogbruggen (die wel eens weggespoeld zijn maar dan weer opgebouwd zijn met dezelfde stenen, waarvan een brug in het bijzonder als toeristische attractie gekende is, een soort brug met twee bogen onderaan en een enkele boog langs boven (heb ik een foto van)). De eerste twee dagen heb ik dus niet al te veel uitgespookt daar door het slechte weer. Ik ben onder andere naar het museum van de atoombom daar geweest. Het was wel interessant, maar veel kleiner dan in Hiroshima. De getuigenissen van de slachtoffers waren ook de moeite. Maar het was wel nog een goeie plaats om volk te leren kennen dat guesthouse en s avonds liep ik eens alleen over straat in een buurt en begon ik met een Japanner te spreken en ben ik met hem in een aantal plaatsen dan een pintje gaan drinken en zo. En de volgende avond opnieuw. Dat was wel eens leuk. Toen het de derde dag dan goed weer werd, ben ik naar een eiland geweest met de boot en naar een onsen geweest. Er was een combiticket voor een enorm lage prijs, 1000 yen slechts voor retour met de ferry en de onsen. De onsen was echt enorm zalig daar. Binnen waren er verschillende baden: koud bad, een houten kuip, een stenen bad en ik geloof ook nog een houten bad en een sauna (maar sauna doe ik nooit want daar hou ik niet echt van omdat je er nooit goed in kunt ademen. In een heet bad zweet je ook maar heb je tenminste frisse lucht. Veel beter voor mij persoonlijk!) Buiten waren er dan drie kleine metalen kuipen waar ik eigenlijk niet volledig in kon en dan een groter bad ook. En dit alles met zicht op zee! Fantastisch gevoel was dat!!! De zon kon ik niet zien onder gaan daar, maar ik heb er wel gekeken hoe het licht verdween tijdens de zonsondergang en ik zag de zee en bergen aan de overkant terwijl ik daar in dat bad lag te relaxen. Nagasaki was ook heel mooi snachts, omdat het allemaal heuvels heeft en dan de lichten en zo. Gezellige sfeer. Nagasaki heeft ook een rijke geschiedenis. Het was lange tijd de enige plaats van Japan waar contact met het westen mogelijk was. Eerst vooral via de Portugezen tijdens de christelijke eeuw en dan later, toen katholicisme verbannen werd, enkel door een handvol Nederlanders die een klein kunstmatig eilandje in Nagasaki toegewezen kregen als verblijfplaats (de listige Nederlanders, protestanten, hadden de Japanners wijs gemaakt dat de Engelsen katholieken waren, zodanig dat zij de enigen waren om handel te drijven met de Japanners.) Een typisch gerecht in Nagasaki was Sjampoo, een soort van ramen met onder andere inktvis erin.
Fukuoka opnieuw: van Nagasaki ben ik dan terug naar Fukuoka gegaan, ditmaal liftend. Na meer dan een uur had ik nog altijd geen prijs en ik vond het toch raar dat het mij niet lukte in Kyushu, want sinds Hiroshima heb ik veel andere reizigers tegengekomen die ook gelift hebben. Dus begon ik maar te buigen naar de auto's die passeerden en al snel stopte er een, maar die bleek ergens nog voor een paar uren te stoppen in het midden van de route. Maar ik was blij dat er eindelijk een auto had gestopt voor mij! Ik ging verder met buigen en vijf minuten later stopte er een andere auto en had ik mijn lift beet. Hoera!!! Ik ben dan nog een paar dagen in
Fukuoka gebleven en heb er eigenlijk niet te veel uitgespookt. Ik ben er wel eens uitgegaan de vrijdagavond. Ik had van Ryan, een Engelsman, in Nagasaki gehoord dat hij in Fukuoka naar de club met de stijlvolle naam "the happy cock club" was geweest voor een all-you-can-drink avond en aangezien het heel lang geleden was geweest dat ik echt nog eens uit geweest was naar een plaats met wat muziek om te dansen (de Japanse bars zijn meestal kleine plaatsen met een stoel of vijf. Dikwijls zit er niet te veel volk) wilde ik dat ook wel eens doen. Het was wel plezant. Ik heb redelijk veel gedronken en ik was rond vijf uur terug, maar ik was blij dat ik op tijd gestopt was met drinken zodanig dat ik geen enkel probleem gehad heb met overgeven of zo. Misschien word ik verstandiger met de jaren... Ik heb wel niet veel meer uitgespookt die dag behalve wat in mijn bed liggen en wat lezen. De volgende dag heb ik dan mijn ticket gereserveerd voor de ferry van Fukuoka naar Busan, Zuid-Korea, zodat ik eindelijk, na 2 maanden en een week, op mijn verjaardag Japan bye bye kon zeggen...
Ik zal ruwweg het laatste stuk van mijn verblijf in Japan hier schetsen:
Kyoto: in Kyoto ben ik een zestal dagen gebleven. Kyoto is een van de vroegere hoofdsteden van Japan en klinkt heel bekend in de oren vanwege het befaamde "Kyoto akkoord". Het was een aangename stad. De layout van de stad was schaakbordpatroon, wat het heel gemakkelijk maakte om mezelf te orienteren. Enerzijds was het heel druk langs die grote lanen, maar anderzijds had je heel veel kleine steegjes in elk schaakbordvak, parallell met de grote lanen, en dat maakte het ideaal om te fietsen. Het was heel aangenaam om zo snel de rust van die kleine straatjes te kunnen ervaren, terwijl je toch in een redelijke stad je bevindt... In Kyoto verbleef ik in drie plekken. Eerst in J-hoppers, maar ik vond de locatie iets minder en het feit dat je moest betalen voor het gebruik van internet (dat vind ik zo een geldstekkerij... tegenwoordig is dat in bijna alle jeugdherbergen of guesthouses gratis). Daarna ging ik naar cheapest inn, wat heel goedkoop had moeten zijn (1000 yen) als je je eigen slaapzak mee bracht, maar blijkbaar was de airco in die kamer kapot zodat ik niet anders kon dan 2500 yen te betalen voor een dormitory bed. Ze waren er niet zo super vriendelijk en de atmosfeer was vrij saai daar, maar er was wel gratis internet. Uiteindelijk ben ik dan naar Gojo guesthouse geweest, en dat was het beste. Gratis internet, niet zo veel backpackers maar gemakkelijk om contacten te leggen en een leuke mix tussen japanners en buitenlanders en heel vriendelijke mensen die er werkten (ik kon er een praatje mee maken en had niet het gevoel dat ze me op een puur zakelijke manier behandelden zoals op zoveel andere plaatsen) In Kyoto heb ik wat tempels gezien, wat met de fiets rondgereden, de duizende torii bezocht, het gouden en het zilveren paviljoen bezocht (het zilveren heeft nooit een zilveren bekleding gekregen eigenlijk en ze waren het nu aan het restaureren). Ik ben ook twee keer naar een publiek bad geweest in Kyoto en ze hadden weer iets nieuws voor mij, op beide plekken: een elektrisch bad! Het principe is: een bad van ongeveer 1.5m op 1.5m met heet water en langs twee tegenover gestelde kanten een diode. Naargelang hoe diep je in het water stapt, worden andere spiergroepen gestimuleerd ;-) Tis wel een raar gevoel om je bilspieren, buikspieren of schouderspieren willekeurig samen te voelen trekken zonder dat je er iets aan kunt doen. Lang ben ik er ook niet in gebleven... Gojo guesthouse was vlakbij Gion district in Kyoto, een buurt waar 's nachts soms geisha's gespot kunnen worden. En ik had geluk op een dag, toen ik met de fiets terugkeerde, want ik zag een geisha over straat lopen. Ze gaan wel heel snel, want mensen willen foto's trekken en dat vinden ze meestal ambetant. Ik had mijn fototoestel niet bij toen... Ter info: geisha's zijn vrouwen die opgeleid zijn om te dansen en te zingen en te entertainen en een soort muziekinstrument met drie snaren te bespelen (kan niet op de naam komen). Ze doen dit in prive met een bepaalde klant en die moet er veel geld voor over hebben om een uurtje bij die geisha te zijn. Ze dragen mooie traditionele kleren en hun gezicht is in het wit geschminkt. Het aantal geisha's in Japan vermindert elk jaar. Er zijn scholen om geisha te worden en de leerling-geisha heet maiko. De geisha's zijn geen prostituees maar louter artiesten, maar zijn historisch wel ontstaan uit een soort van prostituees die naast hun artiestieke diensten dan ook andere kunsten aanboden voor sommige rijke members ;-)
Himeji: op weg van Kyoto naar Hiroshima ben ik gestopt langs Himeji. In Himeji staat een van de mooiste kastelen van Japan en het is ook een van de weinige die niet vernietigd is geweest door oorlogen. Het was de moeite om eens te zien en in rond te lopen, maar voor de rest was er in die stad niets, dus ben ik dan maar verder gereisd (per trein, want het regende en ik was het liften een beetje beu geraakt) naar Hiroshima.
Hiroshima: was interessant vanwege het grote museum van de atoombom. De eerste nacht heb ik in een internet cafe geslapen omdat ik te laat aankwam en de volgende twee nachten in J-hoppers Hiroshima. Heel veel informatie over de atoombom en ook de getuigenissen in de Memorial Hall waren indrukwekkend. Het museum was heel goedkoop (minder dan een euro) en eigenlijk had ik het misschien beter in twee keer gedaan, want het was eigenlijk een beetje te veel informatie voor in een keer) Wat de getuigenissen betreft: ik wist voordien niet dat de slachtoffers zo veel naar water ankerden door de brandwonden. Maar de andere overlevenden mochten hen geen water geven, omdat ze zeker rap zouden sterven als ze hen water zouden geven. Dit zou zijn doordat het water zo een verlichting zou bieden tegen de verschrikkelijke pijn, dat ze terstond zouden inslapen en sterven. Veel getuigen hebben er voor de rest van hun leven spijt van gehad dat ze andere mensen die smeekten voor water (misu kurasai = water alstublieft) geen water gegeven hebben en dat die dan toch gestorven zijn (ze konden even goed water gekregen hebben om hun pijn te verzachten dan). Ook het verhaal van de Koreanen die als een soort slaven behandeld werden om daar te werken en slachtoffer werden is aangrijpend. Aan de andere kant is het fascinerend dat die stad zo rap weer opgebouwd is en bruist van het leven, terwijl ze na de bom voorspeld hadden dat er 75 jaar niets zou groeien. Voordat ik er ging had ik ook een soort gevoel dat het niet zo gezond zou zijn om daar te gaan, maar blijkbaar niet. Ze vertelden me ook dat er korte tijd na de bom een typhoon was die al de radioactieve vuiligheid meesleurde in zee. Het symbool van de atoombom is de atomic bomb dome, het gebouw met de koepel dat herleid werd tot een ruine door de val van de atoombom en het is nu unesco world heritage... Ik ben ook naar het eiland geweest waar de beroemde tori in de zee staat (Miyajima of zoiets). Torii zijn een soort van poorten tussen de gewone wereld en de spirituele wereld en ze vormen de ingangen van shinto shrines. Shinto is de oudste godsdienst van Japan. In Japan hebben ze shinto en buddhisme en die worden dikwijls wat gecombineerd. Shinto is een soort natuurgeloof met duizenden goden, maar het fijne weet ik er ook niet van. Ik heb ook de lokale specialiteit van Hiroshima geprobeerd: okono miyaki. Een soort pannenkoek met vanbinnen groenten en spek en sojascheuten erin. Heel lekker en het is gewoon een plezier om ze het te zien klaarmaken op de hete kookplaat. Op Miyajima heb ik een variant gegeten met vijf gebakken oesters erin. Ja, ze eten oesters hier ook gebakken. Vanbinnen smaken die wel nog wat rauw. Ik ben eigenlijk niet echt een fan van oesters, maar wilde het wel eens proberen.
Fukuoka: Van Hiroshima ben ik dan naar Fukuoka (of Hakata) gegaan, de hoofdstad van het zuidelijkste eiland van de 4 grote eilanden waaruit Japan opgebouwd is, Kyushu. Ik had een trein genomen een klein beetje buiten Hiroshima met het idee van verder te liften, maar ik kwam ergens in het midden van het gat van Pluto terecht. Ik kreeg dan een lift van een dame naar een plaatsje een beetje verderop de weg, minder een boerengat. Vandaar wandelde ik dan naar de oprit van de autostrade, toch een km of zeven of zo. En dan was het bijna donker en de kloterij was dat er geen enkele auto stopte voor mij... Ik dacht eerst, verdomste klojos, dan slaap ik hier maar ergens in het gras. Maar het was rond acht uur en ik had geen zin om me daar nog een paar uur te vervelen alvorens de slaap te kunnen vatten en er waren ook kleine muggetjes daar die verzot zijn op Westers bloed. Het vervelende van die plaats was dat er twee treinstations waren, ene met de gewone, dus tragere maar goedkopere trein en ene met de ultrasnelle maar dure trein, de shinkansen of bullettrein (kogeltrein). Die laatste zweeft als het ware en wordt door een magnetisch veld contactloos langs de rails geleid. Het station van de shinkansen was vrij dichtbij en het andere veraf, dus besloot ik maar om eens de shinkansen te nemen. Voor een keer in mijn leven, dacht ik. Dus nam ik de shinkansen naar Fukuoka. Het voelde wel wat raar in die trein. Door de snelheid voelde ik me heel lichtjes ongemakkelijk. Maar heel lichtjes, want ik heb zelfs een boek gelezen. In Fukuoka heb ik dan de eerste nacht in een hotel vermeld in de Lonely Planet verbleven, in een dormitory van vier bedden. Het komieke was dat ik diagonaal moest liggen, want dat het bed anders te kort was (en het bed stond aan beide uiteinden compleet tegen de muur). De volgende twee nachten heb ik dan in Khaosan verbleven. In Fukuoka heb ik eigenlijk niet zo veel gedaan, gewoon een beetje rondgewandeld en soms eens een koffietje gedronken en een beetje gelezen. Op den duur hoef je ook niet meer elke keer alles plat te lopen en alle toeristenattracties te zien en in Fukuoka is er eigenlijk ook niet echt iets toeristisch te zien. Iets typisch voor Fukuoka wat je bijna nergens anders in Japan aantreft (eigenlijk nergens anders voor zover ik weet) zijn de straatstalletjes met eten die vanaf 's avonds in bepaalde buurten zit. Je kunt dan ook op een stoeltje zitten en iets bestellen en je hebt veel kans dat ze je gaan vragen waar je vandaan komt en hoe lang je in Japan blijft. De specialiteit daar is Tonkotsu ramen: het is een soort van noodles en er is gebruik gemaakt van varkensbeenderen om het te maken, maar ik heb niet juist verstaan in welke manier. Feit is dat het ferm stinkt als je er passeert, maar als je er zit en er dan van eet, is het best wel eens lekker.
Beppu onsen: een onsen oord met heel veel heetwaterbronnen aan de oostkust van Kyushu. Ik ben er met de bus naartoe gegaan en ben er een tweetal dagen verbleven, in een goedkope guesthouse van enkel 1500 yen per dag. Ik ben er eens naar een onsen geweest met zicht op zee en de tweede dag regende het en heb ik heel veel gewandeld en de hellen bezocht, of beter gezegd, stomende heetwaterpoellen met verschillende kleuren (hellen is een idiote naam volgens mij, maar de Japanners maken er graag een spektakel van en zetten er dan een standbeeldje van een zogezegde duivel bij en hup... hahaha... scary) Er was een blauwe poel, wit (ik vond het niet al te wit eigenlijk), een rode poel, modderpoel en nog een paar. Het was eigenlijk wat duur voor hetgeen het was maar ik wilde die rode poel en die modderpoel wel eens zien. s Avonds ben ik dan naar een gemixte onsen geweest. Binnen was het gescheiden en buiten waren er een paar grote baden, met bruin water en veel modder op de bodem. Het heeft wel goed deugd gedaan dat bad. Het enige nadeel is dat ik geen handdoek had en me een beetje afdroogde met mijn lichtbruine tshirt van quechua en nu blijkt die na drie keer in de wasmachine nog altijd naar die modder te ruiken...
Nagasaki: dan heb ik een bus genomen naar Nagasaki, de Japanse stad waar de tweede atoombom gevallen is. Ik ben er vier dagen gebleven, maar de eerste twee dagen was het echt slecht weer. Het regende zonder stoppen. De reden was een typhoon die van Taiwan kwam en onze richting opging. Eens die gepasseerd was (hij passeerde niet via Nagasaki, maar langs de zee naar het oosten), was het opeens schitterend weer. In Nagasaki verbleef ik in Akari Guesthouse. Het was echt een goeie plaats om te verblijven. De dormitory was ruim, het was nieuw (geopend in februari 2008), proper en de mensen die het open hielden waren warm en vriendelijk. Het was ook nog eens heel goed en centraal gelegen, naast de rivier en vlakbij een aantal mooie stenen boogbruggen (die wel eens weggespoeld zijn maar dan weer opgebouwd zijn met dezelfde stenen, waarvan een brug in het bijzonder als toeristische attractie gekende is, een soort brug met twee bogen onderaan en een enkele boog langs boven (heb ik een foto van)). De eerste twee dagen heb ik dus niet al te veel uitgespookt daar door het slechte weer. Ik ben onder andere naar het museum van de atoombom daar geweest. Het was wel interessant, maar veel kleiner dan in Hiroshima. De getuigenissen van de slachtoffers waren ook de moeite. Maar het was wel nog een goeie plaats om volk te leren kennen dat guesthouse en s avonds liep ik eens alleen over straat in een buurt en begon ik met een Japanner te spreken en ben ik met hem in een aantal plaatsen dan een pintje gaan drinken en zo. En de volgende avond opnieuw. Dat was wel eens leuk. Toen het de derde dag dan goed weer werd, ben ik naar een eiland geweest met de boot en naar een onsen geweest. Er was een combiticket voor een enorm lage prijs, 1000 yen slechts voor retour met de ferry en de onsen. De onsen was echt enorm zalig daar. Binnen waren er verschillende baden: koud bad, een houten kuip, een stenen bad en ik geloof ook nog een houten bad en een sauna (maar sauna doe ik nooit want daar hou ik niet echt van omdat je er nooit goed in kunt ademen. In een heet bad zweet je ook maar heb je tenminste frisse lucht. Veel beter voor mij persoonlijk!) Buiten waren er dan drie kleine metalen kuipen waar ik eigenlijk niet volledig in kon en dan een groter bad ook. En dit alles met zicht op zee! Fantastisch gevoel was dat!!! De zon kon ik niet zien onder gaan daar, maar ik heb er wel gekeken hoe het licht verdween tijdens de zonsondergang en ik zag de zee en bergen aan de overkant terwijl ik daar in dat bad lag te relaxen. Nagasaki was ook heel mooi snachts, omdat het allemaal heuvels heeft en dan de lichten en zo. Gezellige sfeer. Nagasaki heeft ook een rijke geschiedenis. Het was lange tijd de enige plaats van Japan waar contact met het westen mogelijk was. Eerst vooral via de Portugezen tijdens de christelijke eeuw en dan later, toen katholicisme verbannen werd, enkel door een handvol Nederlanders die een klein kunstmatig eilandje in Nagasaki toegewezen kregen als verblijfplaats (de listige Nederlanders, protestanten, hadden de Japanners wijs gemaakt dat de Engelsen katholieken waren, zodanig dat zij de enigen waren om handel te drijven met de Japanners.) Een typisch gerecht in Nagasaki was Sjampoo, een soort van ramen met onder andere inktvis erin.
Fukuoka opnieuw: van Nagasaki ben ik dan terug naar Fukuoka gegaan, ditmaal liftend. Na meer dan een uur had ik nog altijd geen prijs en ik vond het toch raar dat het mij niet lukte in Kyushu, want sinds Hiroshima heb ik veel andere reizigers tegengekomen die ook gelift hebben. Dus begon ik maar te buigen naar de auto's die passeerden en al snel stopte er een, maar die bleek ergens nog voor een paar uren te stoppen in het midden van de route. Maar ik was blij dat er eindelijk een auto had gestopt voor mij! Ik ging verder met buigen en vijf minuten later stopte er een andere auto en had ik mijn lift beet. Hoera!!! Ik ben dan nog een paar dagen in
Fukuoka gebleven en heb er eigenlijk niet te veel uitgespookt. Ik ben er wel eens uitgegaan de vrijdagavond. Ik had van Ryan, een Engelsman, in Nagasaki gehoord dat hij in Fukuoka naar de club met de stijlvolle naam "the happy cock club" was geweest voor een all-you-can-drink avond en aangezien het heel lang geleden was geweest dat ik echt nog eens uit geweest was naar een plaats met wat muziek om te dansen (de Japanse bars zijn meestal kleine plaatsen met een stoel of vijf. Dikwijls zit er niet te veel volk) wilde ik dat ook wel eens doen. Het was wel plezant. Ik heb redelijk veel gedronken en ik was rond vijf uur terug, maar ik was blij dat ik op tijd gestopt was met drinken zodanig dat ik geen enkel probleem gehad heb met overgeven of zo. Misschien word ik verstandiger met de jaren... Ik heb wel niet veel meer uitgespookt die dag behalve wat in mijn bed liggen en wat lezen. De volgende dag heb ik dan mijn ticket gereserveerd voor de ferry van Fukuoka naar Busan, Zuid-Korea, zodat ik eindelijk, na 2 maanden en een week, op mijn verjaardag Japan bye bye kon zeggen...
maandag 15 september 2008
Van Asahikawa naar Kyoto
Van Asahikawa naar Muroran: eerst was ik van plan om naar een Ainu Memorial in Asahikawa te gaan, maar toen ik ging horen in het toeristeninformatiecentrum veranderde ik van gedacht, omdat het maar een klein dingetje was en een twintig minuut busrit. Bleek dat er een Ainu museum in Shiraoi lag en dat dat op de weg was naar Toya-ko, de laatste bestemming die nog op mijn lijstje stond van plaatsen die ik in Hokkaido wilde bezichtigen, dus ideaal. Het was redelijk ver en ik besloot opnieuw te liften. Ik vertrok van Asahikawa station en begon wat te wandelen op de goede weg en af en toe stopte ik aan lichten en stak ik mijn duim op, maar niemand die stopte (theoretisch mochten ze eigenlijk ook niet stoppen, doordat er bordjes hingen dat je niet mocht stilstaan langs de kant van de weg)... Er was ook redelijk wat verkeer en te veel is soms ook niet goed, want dan kunnen ze moeilijker stoppen langs de kant van de weg, omdat er een in hun gat zou kunnen rijden als ze vertragen... Dus na anderhalf uurtje wat wandelen en wat duimen, stond ik op een redelijk goed plekje. Een bushalte een beetje na een verkeerslicht, net buiten stad, op een helling. Theoretisch is het eigenlijk ook verboden om op een bushalte te stoppen, maar in de praktijk doen ze het toch, dus sta ik er toch dikwijls te duimen. Na vijf minuten had ik dan eindelijk grote sjans! Een jonge kerel samen met zijn moeder stopten voor mij en ze gingen naar de stad vlak voor Shiraoi, want hij ging een ferry nemen naar Sendai, waar hij woonde. Dus ik had ineens een rit van meer dan 150km beet! De man sprak redelijk goed Engels en ze waren heel vriendelijke en genereuze mensen en we babbelden veel. Ze trakteerden me een koffie en een koekje en over de middag zijn we ergens gestopt en hebben ze zelfs mijn eten betaald. Toen ik voorstelde om hen terug te betalen, werd ik weggewuifd en toen ik zei dat ik me daar niet zo goed bij voelde zei hij dat ik hetzelfde dan maar moest doen als er Japanse toeristen in Belgie waren. Ze waren getuigen van Jehova, maar we hebben daar niet echt over gesproken en gelukkig hebben ze me niet proberen te bekeren ;-) Ik zei gewoon dat ik katholiek was. Ze waren gestopt vanwege de moeder, want hijzelf herkende niet wat ik aan het doen was met mijn duim langs de kant langs de weg. Zijn moeder zei ook dat zijn zuster al dikwijls was geholpen toen ze op reis was in het buitenland en dat ze op die manier iets terug wilde doen. Wel, in elk geval, die mensen waren enorm goed voor mij en brachten me zelfs tot in Shiraoi. Het enige jammere was dat ik er aankwam om kwart voor vijf en het museum om vijf uur sloot. Ik vroeg of ik er eens gewoon vijf minuten mocht in rondwandelen zonder te betalen, maar natuurlijk was het noppes, want regelkes zijn regelkes en klojos zijn klojos... In elk geval, ik ging er geen 800 yen voor betalen om nog tien minuutjes rond te wandelen en ze konden hun geld steken waar de zon niet schijnt ;-) Ik zal wel eens op internet rondneuzen als ik er wat meer over wil weten en waarschijnlijk ga ik er zo nog meer over leren over die Ainu cultuur. Foert. Dan probeerde ik nog naar Muroran te liften, maar dat mislukte want er was geen goede plek om te liften (geen plaats waar auto's veilig konden stoppen, verkeer reed overal vrij rap) en na een halve spurt van een tweetal km terug naar het station met mijn volle rugzak dansend op mijn rug, kon ik nog net op tijd de trein nemen, naar Muroran. Daar zou ik dan de nacht doorbrengen in de jeugdherberg vlakbij het strand.
Daguitstap naar Noboribetsu Onsen (http://noboribetsuspa.dip.jp/nobo/e/spot-info.aspx): de volgende dag heb ik eerst smorgens een uurtje langs de kust vlakbij de jeugdherberg gewandeld, boven de kliffen. Dan heb ik iets gegeten en ben ik naar het station gewandeld. Mijn oorspronkelijke idee was om eerst naar Noboribetsu Onsen te gaan (een van de meest bekende onsen-steden van Japan) en dan vanaf daar naar Toyako Onsen te liften en dan later opnieuw naar Muroran voor de Ferry, maar uiteindelijk heb ik dat laten varen. Ik had geen zin meer om nog een nacht in Toyako te verblijven en om er een avondtrip van te maken had ik niet genoeg tijd en ging ik me veel te veel moeten haasten en er niets aan hebben.Dus een dagtripje naar Noboribetsu Onsen dan maar. In Noboribetsu Onsen hadden ze een soort wandelroute langs ondermeer een valleitje met een aantal gasdampen en kleurschakeringen die ze "de vallei van de hel" noemden. Heel veel speciaal vond ik er niet aan omdat ik al gelijkaardigs gezien had.Er waren wel twee kratermeertjes met zwartgrijs heet sop dat ik nog niet eerder gezien had. Verder was er een poel met water dat na verloop van tijd van kleur verandert, maar je kunt natuurlijk maar een kleur per keer zien. Ik heb een voetbadje genomen en ben dan naar een spa geweest. Er waren heel veel verschillende baden, met zout water, ijzerhoudend water, zwavelhoudend water en een koud badje voor na de sauna. Binnen waren er 5 baden en buiten nog eens twee. Tdeed deugd. Ik ben ongeveer 10kg vermagerd sinds ik van huis weg ben en nu weeg ik nog rond de 75kg, maar ik denk dat ik nu ongeveer gelijk blijf.
Van Muroran naar Aomori: s Avonds ging ik dan terug naar Muroran, voor de ferry rond middernacht. Bleek dat er vroeger ferries naar meerdere bestemmingen waren, maar nu alleen nog maar naar Aomori (ferryverbindingen doen tegenwoordig niets anders meer dan verdwijnen. De ferry van Japan naar Taiwan is onlangs ook opgedoekt, spijtig genoeg). Op mijn folder, meegeplukt uit de jeugdherberg, stond er nog een verbinding naar Noetsu, maar die bestond al twee jaar niet meer! Dus terug naar Aomori, vertrekken om 23u20 en aankomen rond 06u30 en een nachtje accomodatie uitgespaard. Ik was wat te vroeg aan de ferry en ben dan nog gaan kijken om iets te eten. In een supermarkt heb ik 8 stukjes sushi gegeten voor 640 yen ofte 4 euro en toen ik wat later een restaurant passeerde merkte ik dat het een was met sushi aan de lopende band (letterlijk - je betaalt dan volgens het aantal bordjes dat je opeet en de kleur of het soort bordje bepaalt de prijs van het hapje) en ben ik nog eens binnengestapt. Ik heb dan nog eens 9 stukken sushi gegeten en op de koop toe nog een ferme ijscreme, dit alles voor rond de 1000 yen of ongeveer 6 euro. Ik had eigenlijk wat te veel gegeten ;-) en van al die rijst zal ik nu waarschijnlijk een tijdje niet kunnen ... haha
Van Aomori naar Aizu-Wakamatsu (Bandai): de volgende dag kwam ik dus rond 06u30 aan in Aomori en het was slecht weer, dus kon ik maar beter zo snel mogelijk in een auto zitten. Ik wandelde dus meteen naar de autosnelweg. Onderweg kwam ik voor de eerste keer een Japanse lifter tegen (een jonge kerel van Kyoto en de tweede lifter die ik tegengekomen ben) en hij hield een bordje vast met Morioka, in Kanji geschreven. Ik hoop dat hij succes had, want het begon niet veel later te regenen en ik vond zijn plaats niet super, maar ja, met wat geluk... Ik ging dus nog wat verder en had waarschijnlijk al 5km afgelegd toen er een oudere man stopte en me een lift wilde geven (ik had de indruk dat het niet uitmaakte waar precies naar toe, maar dat hij me eens meegevoerd wilde hebben in zijn auto). Hij had een dvdspeler draaiende met beatlemuziek en was een grote fan. Hij bracht me naar de oprit van de autosnelweg, waar ik onder een brug droog stond te duimen terwijl het regende. Na een poosje stopte er een vrouw en ze ging richting Hirosaki en ik dacht dat het wel ok zou zijn en ze me kon afzetten op een parking op de autosnelweg zodat ik dan verder kon. Er was echter 1 groot probleem: er was geen parking op dat stukje autosnelweg, behalve een onnozel stukje parking net buiten de tolhokjes, dus buiten de snelweg en daar stond ik dan in de regen,niet op de snelweg en een boerengat verder weg dan het hol van Pluto... Ik heb dan wat geschuild onder een brug en dan een beetje gewandeld en toen merkte ik een convenience store op en werkte ik mijn eerste maaltijd van de dag naar binnen. Ik probeerde dan opnieuw te liften, een beetje wanhopend omdat de weinige auto's die de goede richting op gingen me passeerden. Maar uiteindelijk rond 11u passeerde er een verkoper met veel tijd (tusen 7 en 10 is het eigenlijk niet zo een goede periode om te liften want het is de ochtendspits en er zijn veel auto's maar heel weinig met tijd), bereid om me een vijftigtal km mee te nemen en op een service area (parking met benzine station) af te zetten op de snelweg en ik was supercontent dat ik er weg kon geraken. Mijn karma kantelde opeens weer helemaal en ik zag het weer helemaal zitten! Vanaf die service area vond ik na een half uurtje een koppel met twee kindjes die me een 200 tal km verder konden brengen naar een volgende service area op mijn pad. Ze hadden een boek met routes en service areas en ik keek er goed in zodanig dat ik wist waar de service areas waren langs mijn route, zodanig dat ik in het vervolg wist met welke auto's ik mocht mee liften en met welke niet en op welke service area ze me konden afzetten (ik had geen zin om op een gewone parking area te belanden, waar veel minder auto's stoppen, of nog slechter, terug op een oprit van de autosnelweg moeten duimen) Rond de middag was het gelukkig wel helemaal opgeklaard en dat was ook wel een prettig gevoel. Uiteindelijk kreeg ik dan na meer dan een uur op de volgende service area een nieuwe lift voor 150km en ik babbelde met een Chinees die al een jaar of 15 in Japan woonde en hem bezig hield met rijstplantages en zo en verre afstanden moest rijden. Eens op de volgende service area aangekomen was het al 18u en donker, maar ik had al snel een volgende rit te pakken met een koppeltje dat richting Niigata ging (er was een splitsing en de andere kant ging naar Tokyo en dat wilde ik niet, want langs Niigata lijkt me veel gemakkelijker om naar Kyoto te gaan). Ze gingen niet zo ver meer maar ik wist dat er nog een service area was juist voor hun afrit, dus vroeg ik of ze me daar konden afzetten. Uiteindelijk was het dan al redelijk donker en het bleek dat ze naar een dorpje gingen, waar er een jeugdherberg was, Aizu-Wakamatsu, dichtbij Bandai Asahi Nationaal park, waar ik voordien eigenlijk al eens wou gaan, maar dan van gedacht veranderd was vanwege het slechte weer. Ze hebben me dan naar die (wat afgelegen) jeugdherberg gebracht en ik was content. Ik heb hen elk een drankje gekocht, maar toen ik byebye zei (en uiteraard na geposeerd te hebben voor de foto!) kreeg ik nog twee Japanse soort koekjes van hen cadeau... Ik was content, want uiteindelijk toch een mooie 500km op een dag gelift, ongeveer de helft van de afstand tot Kyoto...
Van Aizu-Wakamatsu naar Niigata: s Morgens ben ik naar het kasteel van Aizu-Wakamatsu gegaan, Tsuruga-jo, wat binnenin een museum was. Het was echter niet zo veel de moeite want er was weinig informatie in Engels en het kasteel is ook eigenlijk een reconstructie van het originele in beton. Het originele was vernietigd na een burgeroorlog. Er was ook een theehuis dat nog in zijn originele staat bewaard was gebleven, maar veel was daar niet aan te zien... Ik ben nog naar een sake museum ook geweest, maar daar begreep ik ook niet te veel van, behalve dan de informatie van de folder die ik kreeg. Maar er was ook niet zoveel aan te begrijpen: je mocht van verschillende sakes proeven! Daarnaast verkochten ze ook nog gepekeld eten, iets anders typisch Japans, en kon je ook stukjes proeven, maar de helft ervan at ik toch niet al te graag. Dan maar iets gegeten in de convenience store en aangezien het in de namiddag ging regenen, wilde ik al meteen naar de oprit van de autosnelweg wandelen, zodat ik nog voordien in een auto zat, met een beetje geluk... Net dat beetje geluk ontbrak me uiteindelijk... Ik kreeg gemakkelijk een lift naar de oprit van de autosnelweg van een jong koppeltje, maar eens daar begon het al snel licht te regenen en er passeerden veel autos maar geen enkele auto stopte. Het enige wat ze deden was ofwel hun neus voor me ophalen ofwel glimlachen terwijl ze me passeerden maar niet stoppen... Ik was boos en gefrustreerd dat ik er uiteindelijk de hele namiddag mee verloren had. Uiteindelijk wilde ik nog weg geraken uit dat klotegat en heb ik een bus genomen naar Niigata, een grote honderd km verder, voor 2000 yen. Ik wilde er nog de nachtbus nemen naar Kyoto (kost rond de 8 of 9000 yen maar een nacht accomodatie uitgespaard en zekerheid dat ik er rap geraak), maar het ticket bureau was niet meer open en ik kon niet meer mee. Dan heb ik maar de nacht doorgebracht langs de rivier, onder een dakje voor het geval het zou regenen, juist naast een bankje op mijn slaapmatje. Ik heb er redelijk goed (en opnieuw nog eens lekker gratis) geslapen en stoorde me niet aan de joggers die smorgens vroeg passeerden...
Van Niigata naar Nara: De volgende dag besloot ik het toch nog maar eens te wagen om te liften. Ik had ook weinig te verliezen, want als het niet lukte, kon ik nog altijd een nachtbus later nemen. Dus na een zevental km wandelen, geraakte ik aan de oprit van de autosnelweg en net op dat moment begon het te regenen. Lap! Ik stelde me dan maar op onder een brug een klein beetje ervoor, hopend op een klein mirakeltje. Er waren maar heel weinig auto's die op die plaats op de autosnelweg gingen (maar soms is dat eerder een voordeel dan een nadeel, want de weinige autos die er dan passeren, voelen zich dan ook op hun gemak om te stoppen, wat de dag ervoor niet zo was). De plaats waar ik stond onder die brug was echter net voor de oprit en er was meer doorgaand verkeer dan verkeer dat afsloeg voor de autosnelweg. Opeens stopte er een jonge kerel die me eigenlijk al voorbijgereden was en hij begon achteruit te rijden en te vragen waar ik naartoe wilde, echt geinteresseerd om me mee te nemen. Hij bleek niet zo ver te gaan, slechts een 20tal km en ik dacht ook niet dat hij de autosnelweg ging nemen, maar de plaats waar hij naartoeging, was wel een dorpje vlakbij de autosnelweg, dus besloot ik maar mee te gaan. En wat een geluk had ik! Karma karamba! Hij bleek de autosnelweg te nemen en na een tijdje bleek er een "service area" te zijn en ik vroeg hem om me er af te zetten. Yes yes yes!!! De moeilijkste stap was gezet: op de snelweg geraken... Nu kon ik mensen rechstreeks aanspreken om me mee te nemen. Ik begon ook te kijken naar kaarten in de service area restauranten om te zien waar de volgende service areas waren, zodat ik opnieuw wist welke liften ik kon accepteren en welke niet. Ik merkte wel dat mensen hier sceptischer waren dan in Hokkaido tov lifters. In Hokkaido stopten mensen dikwijls spontaan omdat ze me per se wilden meenemen, terwijl ze hier eerder schoorvoetend accepteerden of nee zeiden. Ik besloot om te vragen of ze me naar de volgende service area op mijn weg konden brengen, wat een kleinere afstand was en zodat ik dus veel meer kans had dat ze me meenamen, maar veel meer liften nodig had. Verschillende liften die ik die dag gehad heb, ging ik zeker niet gekregen hebben als ik voor meer had gevraagd, want voor langere afstanden zijn ze veel meer bang dat ze niet genoeg zullen kunnen praten omdat ze weinig Engels spreken en zijn ze dus veel minder geneigd om te accepteren. De meesten toch. Soms was dat wel jammer, want sommigen gingen nog verder de goede richting uit, maar aangezien ik had afgesproken voor de volgende service area kon ik ze moeilijk voor meer vragen... Toch heb ik het een keer gedaan bij een meisje die alleen was en ben ik zo toch twee service areas of een 120tal km in een keer verder geraakt. Toen ik nog een kleine 150 km van Kyoto was, besloot ik het toch eens te wagen om de hele rit in een keer te krijgen, want het ging straks ook weer donker worden en ik had geen zin meer in een nieuwe korte rit. Na een tijdje begon ik opeens te babbelen met een koppel dat naar Nara ging en ze konden me naar de volgende service area richting Kyoto brengen ofwel naar Nara, want ze gingen naar daar. Uiteindelijk besloot ik maar met hun mee te liften naar Nara, want ik wilde er uiteindelijk toch ook naar toe, dus deed het er niet toe of het Kyoto of Nara was. Eigenlijk was Nara zelfs nog beter, want dan kon ik de trein nemen naar Kyoto en dan verder reizen ipv van Kyoto naar Nara en dan nog eens terug naar Kyoto... Ik was de tel van het aantal auto's ondertussen kwijt, maar ik geloof dat ik er een stuk of zeven gehad heb. De man van de laatste lift was een neuroloog en hij had drie jaar in Amerika gewoond, twintig jaar geleden en sprak Engels. Ze waren heel vriendelijk en hadden twee dochters rond dezelfde leeftijd als ik. Ze belde naar haar dochter om te kijken voor jeugdherbergen op internet en die vond iets goedkoops van 2500 yen vlakbij het station van Nara en dus heel handig gelegen! Het stond ook niet in de Lonely Planet omdat het nog maar net geopend was van dit jaar en ik was content dat die vriendelijke mensen me tot daar brachten... Na meer dan 500km, misschien zelfs 600km, liften en uiteindelijk aan te komen in een jeugdherberg, besefte ik dat ik die dag veel geluk had gehad.
Van Nara naar Kyoto: De volgende dag besloot ik dan eerst wat sightseeing te doen in Nara en 's avonds de trein te nemen naar Kyoto, wat niet zo veraf en niet zo duur was. Nara is een van de meest bezochte steden van Japan omdat het de eerste en de oudste hoofdstad is, voordat Kyoto hoofdstad werd. Bezienswaardigheden zijn de vele tempels en het grootste Buddhabeeld van Japan, wat (volgens dat ik geloof dat ik gelezen heb) gehuisvest is in het grootste houten gebouw ter wereld. De meeste tempels liggen in een park en ik deed dus een soort wandeling in dat park. Typisch ook voor Nara is dat dat park vol met Sika herten loopt en ze verkopen koekjes voor die herten en de kinderen (en ook volwassenen) geven die herten dan te eten of die herten komen toegesneld op de mensen voor het eten. Je ziet ze overal, zelfs op het voetpad op een druk kruispunt. Ik had niet veel goesting om ze te strelen, want de meeste dieren zagen er volgens mij eerder ziek uit. Hun pels was niet zo mooi en soms met kalere plekken en ik vermoedde dat een dieet van alleen die koekjes toch niet al te gezond moet zijn. De dieren in het wild in het natuurpark Shiretoko in Hokkaido zagen er toch veel mooier en gezonder uit... Tegen de namiddag begon het dan te regenen en dan ben ik rijst met curry gaan eten en heb ik twee uurtjes op mijn gemak in mijn boek gelezen totdat het ophield met regenen. Rond 18u heb ik dan de trein richting Kyoto genomen voor 690 yen en dan heb ik via een folder een jeugdherberg gevonden dichtbij het station, voor 2500 yen. Ik was blij dat ze plek hadden, want het begon juist opnieuw te regenen. Ik heb onmiddellijk twee nachten genomen.
Daguitstap naar Noboribetsu Onsen (http://noboribetsuspa.dip.jp/nobo/e/spot-info.aspx): de volgende dag heb ik eerst smorgens een uurtje langs de kust vlakbij de jeugdherberg gewandeld, boven de kliffen. Dan heb ik iets gegeten en ben ik naar het station gewandeld. Mijn oorspronkelijke idee was om eerst naar Noboribetsu Onsen te gaan (een van de meest bekende onsen-steden van Japan) en dan vanaf daar naar Toyako Onsen te liften en dan later opnieuw naar Muroran voor de Ferry, maar uiteindelijk heb ik dat laten varen. Ik had geen zin meer om nog een nacht in Toyako te verblijven en om er een avondtrip van te maken had ik niet genoeg tijd en ging ik me veel te veel moeten haasten en er niets aan hebben.Dus een dagtripje naar Noboribetsu Onsen dan maar. In Noboribetsu Onsen hadden ze een soort wandelroute langs ondermeer een valleitje met een aantal gasdampen en kleurschakeringen die ze "de vallei van de hel" noemden. Heel veel speciaal vond ik er niet aan omdat ik al gelijkaardigs gezien had.Er waren wel twee kratermeertjes met zwartgrijs heet sop dat ik nog niet eerder gezien had. Verder was er een poel met water dat na verloop van tijd van kleur verandert, maar je kunt natuurlijk maar een kleur per keer zien. Ik heb een voetbadje genomen en ben dan naar een spa geweest. Er waren heel veel verschillende baden, met zout water, ijzerhoudend water, zwavelhoudend water en een koud badje voor na de sauna. Binnen waren er 5 baden en buiten nog eens twee. Tdeed deugd. Ik ben ongeveer 10kg vermagerd sinds ik van huis weg ben en nu weeg ik nog rond de 75kg, maar ik denk dat ik nu ongeveer gelijk blijf.
Van Muroran naar Aomori: s Avonds ging ik dan terug naar Muroran, voor de ferry rond middernacht. Bleek dat er vroeger ferries naar meerdere bestemmingen waren, maar nu alleen nog maar naar Aomori (ferryverbindingen doen tegenwoordig niets anders meer dan verdwijnen. De ferry van Japan naar Taiwan is onlangs ook opgedoekt, spijtig genoeg). Op mijn folder, meegeplukt uit de jeugdherberg, stond er nog een verbinding naar Noetsu, maar die bestond al twee jaar niet meer! Dus terug naar Aomori, vertrekken om 23u20 en aankomen rond 06u30 en een nachtje accomodatie uitgespaard. Ik was wat te vroeg aan de ferry en ben dan nog gaan kijken om iets te eten. In een supermarkt heb ik 8 stukjes sushi gegeten voor 640 yen ofte 4 euro en toen ik wat later een restaurant passeerde merkte ik dat het een was met sushi aan de lopende band (letterlijk - je betaalt dan volgens het aantal bordjes dat je opeet en de kleur of het soort bordje bepaalt de prijs van het hapje) en ben ik nog eens binnengestapt. Ik heb dan nog eens 9 stukken sushi gegeten en op de koop toe nog een ferme ijscreme, dit alles voor rond de 1000 yen of ongeveer 6 euro. Ik had eigenlijk wat te veel gegeten ;-) en van al die rijst zal ik nu waarschijnlijk een tijdje niet kunnen ... haha
Van Aomori naar Aizu-Wakamatsu (Bandai): de volgende dag kwam ik dus rond 06u30 aan in Aomori en het was slecht weer, dus kon ik maar beter zo snel mogelijk in een auto zitten. Ik wandelde dus meteen naar de autosnelweg. Onderweg kwam ik voor de eerste keer een Japanse lifter tegen (een jonge kerel van Kyoto en de tweede lifter die ik tegengekomen ben) en hij hield een bordje vast met Morioka, in Kanji geschreven. Ik hoop dat hij succes had, want het begon niet veel later te regenen en ik vond zijn plaats niet super, maar ja, met wat geluk... Ik ging dus nog wat verder en had waarschijnlijk al 5km afgelegd toen er een oudere man stopte en me een lift wilde geven (ik had de indruk dat het niet uitmaakte waar precies naar toe, maar dat hij me eens meegevoerd wilde hebben in zijn auto). Hij had een dvdspeler draaiende met beatlemuziek en was een grote fan. Hij bracht me naar de oprit van de autosnelweg, waar ik onder een brug droog stond te duimen terwijl het regende. Na een poosje stopte er een vrouw en ze ging richting Hirosaki en ik dacht dat het wel ok zou zijn en ze me kon afzetten op een parking op de autosnelweg zodat ik dan verder kon. Er was echter 1 groot probleem: er was geen parking op dat stukje autosnelweg, behalve een onnozel stukje parking net buiten de tolhokjes, dus buiten de snelweg en daar stond ik dan in de regen,niet op de snelweg en een boerengat verder weg dan het hol van Pluto... Ik heb dan wat geschuild onder een brug en dan een beetje gewandeld en toen merkte ik een convenience store op en werkte ik mijn eerste maaltijd van de dag naar binnen. Ik probeerde dan opnieuw te liften, een beetje wanhopend omdat de weinige auto's die de goede richting op gingen me passeerden. Maar uiteindelijk rond 11u passeerde er een verkoper met veel tijd (tusen 7 en 10 is het eigenlijk niet zo een goede periode om te liften want het is de ochtendspits en er zijn veel auto's maar heel weinig met tijd), bereid om me een vijftigtal km mee te nemen en op een service area (parking met benzine station) af te zetten op de snelweg en ik was supercontent dat ik er weg kon geraken. Mijn karma kantelde opeens weer helemaal en ik zag het weer helemaal zitten! Vanaf die service area vond ik na een half uurtje een koppel met twee kindjes die me een 200 tal km verder konden brengen naar een volgende service area op mijn pad. Ze hadden een boek met routes en service areas en ik keek er goed in zodanig dat ik wist waar de service areas waren langs mijn route, zodanig dat ik in het vervolg wist met welke auto's ik mocht mee liften en met welke niet en op welke service area ze me konden afzetten (ik had geen zin om op een gewone parking area te belanden, waar veel minder auto's stoppen, of nog slechter, terug op een oprit van de autosnelweg moeten duimen) Rond de middag was het gelukkig wel helemaal opgeklaard en dat was ook wel een prettig gevoel. Uiteindelijk kreeg ik dan na meer dan een uur op de volgende service area een nieuwe lift voor 150km en ik babbelde met een Chinees die al een jaar of 15 in Japan woonde en hem bezig hield met rijstplantages en zo en verre afstanden moest rijden. Eens op de volgende service area aangekomen was het al 18u en donker, maar ik had al snel een volgende rit te pakken met een koppeltje dat richting Niigata ging (er was een splitsing en de andere kant ging naar Tokyo en dat wilde ik niet, want langs Niigata lijkt me veel gemakkelijker om naar Kyoto te gaan). Ze gingen niet zo ver meer maar ik wist dat er nog een service area was juist voor hun afrit, dus vroeg ik of ze me daar konden afzetten. Uiteindelijk was het dan al redelijk donker en het bleek dat ze naar een dorpje gingen, waar er een jeugdherberg was, Aizu-Wakamatsu, dichtbij Bandai Asahi Nationaal park, waar ik voordien eigenlijk al eens wou gaan, maar dan van gedacht veranderd was vanwege het slechte weer. Ze hebben me dan naar die (wat afgelegen) jeugdherberg gebracht en ik was content. Ik heb hen elk een drankje gekocht, maar toen ik byebye zei (en uiteraard na geposeerd te hebben voor de foto!) kreeg ik nog twee Japanse soort koekjes van hen cadeau... Ik was content, want uiteindelijk toch een mooie 500km op een dag gelift, ongeveer de helft van de afstand tot Kyoto...
Van Aizu-Wakamatsu naar Niigata: s Morgens ben ik naar het kasteel van Aizu-Wakamatsu gegaan, Tsuruga-jo, wat binnenin een museum was. Het was echter niet zo veel de moeite want er was weinig informatie in Engels en het kasteel is ook eigenlijk een reconstructie van het originele in beton. Het originele was vernietigd na een burgeroorlog. Er was ook een theehuis dat nog in zijn originele staat bewaard was gebleven, maar veel was daar niet aan te zien... Ik ben nog naar een sake museum ook geweest, maar daar begreep ik ook niet te veel van, behalve dan de informatie van de folder die ik kreeg. Maar er was ook niet zoveel aan te begrijpen: je mocht van verschillende sakes proeven! Daarnaast verkochten ze ook nog gepekeld eten, iets anders typisch Japans, en kon je ook stukjes proeven, maar de helft ervan at ik toch niet al te graag. Dan maar iets gegeten in de convenience store en aangezien het in de namiddag ging regenen, wilde ik al meteen naar de oprit van de autosnelweg wandelen, zodat ik nog voordien in een auto zat, met een beetje geluk... Net dat beetje geluk ontbrak me uiteindelijk... Ik kreeg gemakkelijk een lift naar de oprit van de autosnelweg van een jong koppeltje, maar eens daar begon het al snel licht te regenen en er passeerden veel autos maar geen enkele auto stopte. Het enige wat ze deden was ofwel hun neus voor me ophalen ofwel glimlachen terwijl ze me passeerden maar niet stoppen... Ik was boos en gefrustreerd dat ik er uiteindelijk de hele namiddag mee verloren had. Uiteindelijk wilde ik nog weg geraken uit dat klotegat en heb ik een bus genomen naar Niigata, een grote honderd km verder, voor 2000 yen. Ik wilde er nog de nachtbus nemen naar Kyoto (kost rond de 8 of 9000 yen maar een nacht accomodatie uitgespaard en zekerheid dat ik er rap geraak), maar het ticket bureau was niet meer open en ik kon niet meer mee. Dan heb ik maar de nacht doorgebracht langs de rivier, onder een dakje voor het geval het zou regenen, juist naast een bankje op mijn slaapmatje. Ik heb er redelijk goed (en opnieuw nog eens lekker gratis) geslapen en stoorde me niet aan de joggers die smorgens vroeg passeerden...
Van Niigata naar Nara: De volgende dag besloot ik het toch nog maar eens te wagen om te liften. Ik had ook weinig te verliezen, want als het niet lukte, kon ik nog altijd een nachtbus later nemen. Dus na een zevental km wandelen, geraakte ik aan de oprit van de autosnelweg en net op dat moment begon het te regenen. Lap! Ik stelde me dan maar op onder een brug een klein beetje ervoor, hopend op een klein mirakeltje. Er waren maar heel weinig auto's die op die plaats op de autosnelweg gingen (maar soms is dat eerder een voordeel dan een nadeel, want de weinige autos die er dan passeren, voelen zich dan ook op hun gemak om te stoppen, wat de dag ervoor niet zo was). De plaats waar ik stond onder die brug was echter net voor de oprit en er was meer doorgaand verkeer dan verkeer dat afsloeg voor de autosnelweg. Opeens stopte er een jonge kerel die me eigenlijk al voorbijgereden was en hij begon achteruit te rijden en te vragen waar ik naartoe wilde, echt geinteresseerd om me mee te nemen. Hij bleek niet zo ver te gaan, slechts een 20tal km en ik dacht ook niet dat hij de autosnelweg ging nemen, maar de plaats waar hij naartoeging, was wel een dorpje vlakbij de autosnelweg, dus besloot ik maar mee te gaan. En wat een geluk had ik! Karma karamba! Hij bleek de autosnelweg te nemen en na een tijdje bleek er een "service area" te zijn en ik vroeg hem om me er af te zetten. Yes yes yes!!! De moeilijkste stap was gezet: op de snelweg geraken... Nu kon ik mensen rechstreeks aanspreken om me mee te nemen. Ik begon ook te kijken naar kaarten in de service area restauranten om te zien waar de volgende service areas waren, zodat ik opnieuw wist welke liften ik kon accepteren en welke niet. Ik merkte wel dat mensen hier sceptischer waren dan in Hokkaido tov lifters. In Hokkaido stopten mensen dikwijls spontaan omdat ze me per se wilden meenemen, terwijl ze hier eerder schoorvoetend accepteerden of nee zeiden. Ik besloot om te vragen of ze me naar de volgende service area op mijn weg konden brengen, wat een kleinere afstand was en zodat ik dus veel meer kans had dat ze me meenamen, maar veel meer liften nodig had. Verschillende liften die ik die dag gehad heb, ging ik zeker niet gekregen hebben als ik voor meer had gevraagd, want voor langere afstanden zijn ze veel meer bang dat ze niet genoeg zullen kunnen praten omdat ze weinig Engels spreken en zijn ze dus veel minder geneigd om te accepteren. De meesten toch. Soms was dat wel jammer, want sommigen gingen nog verder de goede richting uit, maar aangezien ik had afgesproken voor de volgende service area kon ik ze moeilijk voor meer vragen... Toch heb ik het een keer gedaan bij een meisje die alleen was en ben ik zo toch twee service areas of een 120tal km in een keer verder geraakt. Toen ik nog een kleine 150 km van Kyoto was, besloot ik het toch eens te wagen om de hele rit in een keer te krijgen, want het ging straks ook weer donker worden en ik had geen zin meer in een nieuwe korte rit. Na een tijdje begon ik opeens te babbelen met een koppel dat naar Nara ging en ze konden me naar de volgende service area richting Kyoto brengen ofwel naar Nara, want ze gingen naar daar. Uiteindelijk besloot ik maar met hun mee te liften naar Nara, want ik wilde er uiteindelijk toch ook naar toe, dus deed het er niet toe of het Kyoto of Nara was. Eigenlijk was Nara zelfs nog beter, want dan kon ik de trein nemen naar Kyoto en dan verder reizen ipv van Kyoto naar Nara en dan nog eens terug naar Kyoto... Ik was de tel van het aantal auto's ondertussen kwijt, maar ik geloof dat ik er een stuk of zeven gehad heb. De man van de laatste lift was een neuroloog en hij had drie jaar in Amerika gewoond, twintig jaar geleden en sprak Engels. Ze waren heel vriendelijk en hadden twee dochters rond dezelfde leeftijd als ik. Ze belde naar haar dochter om te kijken voor jeugdherbergen op internet en die vond iets goedkoops van 2500 yen vlakbij het station van Nara en dus heel handig gelegen! Het stond ook niet in de Lonely Planet omdat het nog maar net geopend was van dit jaar en ik was content dat die vriendelijke mensen me tot daar brachten... Na meer dan 500km, misschien zelfs 600km, liften en uiteindelijk aan te komen in een jeugdherberg, besefte ik dat ik die dag veel geluk had gehad.
Van Nara naar Kyoto: De volgende dag besloot ik dan eerst wat sightseeing te doen in Nara en 's avonds de trein te nemen naar Kyoto, wat niet zo veraf en niet zo duur was. Nara is een van de meest bezochte steden van Japan omdat het de eerste en de oudste hoofdstad is, voordat Kyoto hoofdstad werd. Bezienswaardigheden zijn de vele tempels en het grootste Buddhabeeld van Japan, wat (volgens dat ik geloof dat ik gelezen heb) gehuisvest is in het grootste houten gebouw ter wereld. De meeste tempels liggen in een park en ik deed dus een soort wandeling in dat park. Typisch ook voor Nara is dat dat park vol met Sika herten loopt en ze verkopen koekjes voor die herten en de kinderen (en ook volwassenen) geven die herten dan te eten of die herten komen toegesneld op de mensen voor het eten. Je ziet ze overal, zelfs op het voetpad op een druk kruispunt. Ik had niet veel goesting om ze te strelen, want de meeste dieren zagen er volgens mij eerder ziek uit. Hun pels was niet zo mooi en soms met kalere plekken en ik vermoedde dat een dieet van alleen die koekjes toch niet al te gezond moet zijn. De dieren in het wild in het natuurpark Shiretoko in Hokkaido zagen er toch veel mooier en gezonder uit... Tegen de namiddag begon het dan te regenen en dan ben ik rijst met curry gaan eten en heb ik twee uurtjes op mijn gemak in mijn boek gelezen totdat het ophield met regenen. Rond 18u heb ik dan de trein richting Kyoto genomen voor 690 yen en dan heb ik via een folder een jeugdherberg gevonden dichtbij het station, voor 2500 yen. Ik was blij dat ze plek hadden, want het begon juist opnieuw te regenen. Ik heb onmiddellijk twee nachten genomen.
vrijdag 12 september 2008
Enkele woordjes Japans
Sumiemasen: excuseer
Arrigato gosajiemas: dank u wel (heel beleefd)
Gomen nasai: sorry, het spijt me
Nihongo: Japanse taal
Nippon: Japan
Nihongo ga hanasemasen: ik spreek geen Japans
Wakarimasu: ik begrijp het
Wakarimasen: ik begrijp het niet
Wakarimasu ka? : begrijp je het? (alle werkwoorden eindigen op "su", negatieve vorm "sen" en als je een vraag stelt voeg je nog het woord "ka" eraan toe)
Wakarinai: ik weet het niet
Sashimi: rauwe vis
Sushi: stukje sashimi op beetje rijst
Ohio gosajiemas: goedemorgen
Konbanwa: goedenavond
Konnichiwa: goedendag
Yama: berg
Mori: bos, woud
Yu-hi: zonsondergang
Mikan: mandarijn
Ichigo: aardbei
Basashi: rauw paardevlees (dunne schelletjes)
Soba: dunne boekweit noedels
Udon: dikke witte noedels
Kampai: proost, santee (bij het toosten)
Gambate: veel geluk
Eki: station
Otto(san): vadertje
Onna: vrouw
Ko: meer
Koen: park
Jo: kasteel
nai: er is geen
hai: ja
iyee: nee
skosie: een klein beetje
Bir-gie: Belgie (Japanners hebben geen "l" in hun taal, dus spreken dat ongeveer als een Engelse "r" uit)
Kirei: mooi
Kawai-ie: schattig
Kuma: beer (Higuma is de soort die voorkomt op Hokkaido)
Kyu: negen (deel van Kyushu, een van de vier basiseilanden van Japan, naast Honshu, Hokkaido en Shikoku)
Desu: zijn (in al zijn vormen, want het Japans gebruikt geen vervoegingen en het onderwerp en de tijd moet duidelijk worden uit de context)
Honto: waarheid
Kinjiru: verboden
Een kruis maken met de twee wijsvingers betekent "nee"
Ima: nu
Isogi: snel
Koko: hier
Doko: waar (voor zover ik goed begrijp)
Dekai: groot (ze zeggen dikwijls "Hokaido dekai do" om aan te geven dat Hokkaido groot is (als je dat dan eens gebruikt in een conversatie, dan vinden ze het leuk dat je weer een paar woordjes Japans spreekt)
Umi: zee
Ao: blauw
Shoji: deur
Sumotori: sumoworstelaar
Tsjotto mate: wacht eens even
Nan desu ka?: Wat is er?
Arrigato gosajiemas: dank u wel (heel beleefd)
Gomen nasai: sorry, het spijt me
Nihongo: Japanse taal
Nippon: Japan
Nihongo ga hanasemasen: ik spreek geen Japans
Wakarimasu: ik begrijp het
Wakarimasen: ik begrijp het niet
Wakarimasu ka? : begrijp je het? (alle werkwoorden eindigen op "su", negatieve vorm "sen" en als je een vraag stelt voeg je nog het woord "ka" eraan toe)
Wakarinai: ik weet het niet
Sashimi: rauwe vis
Sushi: stukje sashimi op beetje rijst
Ohio gosajiemas: goedemorgen
Konbanwa: goedenavond
Konnichiwa: goedendag
Yama: berg
Mori: bos, woud
Yu-hi: zonsondergang
Mikan: mandarijn
Ichigo: aardbei
Basashi: rauw paardevlees (dunne schelletjes)
Soba: dunne boekweit noedels
Udon: dikke witte noedels
Kampai: proost, santee (bij het toosten)
Gambate: veel geluk
Eki: station
Otto(san): vadertje
Onna: vrouw
Ko: meer
Koen: park
Jo: kasteel
nai: er is geen
hai: ja
iyee: nee
skosie: een klein beetje
Bir-gie: Belgie (Japanners hebben geen "l" in hun taal, dus spreken dat ongeveer als een Engelse "r" uit)
Kirei: mooi
Kawai-ie: schattig
Kuma: beer (Higuma is de soort die voorkomt op Hokkaido)
Kyu: negen (deel van Kyushu, een van de vier basiseilanden van Japan, naast Honshu, Hokkaido en Shikoku)
Desu: zijn (in al zijn vormen, want het Japans gebruikt geen vervoegingen en het onderwerp en de tijd moet duidelijk worden uit de context)
Honto: waarheid
Kinjiru: verboden
Een kruis maken met de twee wijsvingers betekent "nee"
Ima: nu
Isogi: snel
Koko: hier
Doko: waar (voor zover ik goed begrijp)
Dekai: groot (ze zeggen dikwijls "Hokaido dekai do" om aan te geven dat Hokkaido groot is (als je dat dan eens gebruikt in een conversatie, dan vinden ze het leuk dat je weer een paar woordjes Japans spreekt)
Umi: zee
Ao: blauw
Shoji: deur
Sumotori: sumoworstelaar
Tsjotto mate: wacht eens even
Nan desu ka?: Wat is er?
dinsdag 9 september 2008
Het Japanse bad
De manier waarop Japanners een bad nemen is totaal verschillend van de manier waarop we dit in het Westen doen. Wij laten het bad vollopen, liefst met een goeie laag schuim, liggen er dan wat in en schrobben het vuil eraf, geholpen met wat zeep en blijven zo wat in ons eigen vuil liggen...In Japan hebben ze een totaal andere manier van een bad nemen. Of je nu naar een publiek bad (sento) of naar een onsen (is hetzelfde als een sento maar met heet water van een natuurlijke heetwaterbron ipv opgewarmd) gaat of als je het bad gebruikt in het hotel of de jeugdherberg, de etiquette blijft dezelfde: eerst maak je je schoon met water en zeep naast het bad (gezeten op een klein plastic krukje met een gaatje in het midden - de japanners gebruiken een handdoekje om zich proper te schrobben, dat ze nat maken en inzepen) en pas nadat je proper en afgespoeld bent, ga je het hete bad in, naakt... Het water is soms zo heet, dat het het eerste moment pijn doet als je erin gaat, maar uiteindelijk als je er traag in gaat, raak je er wel aan gewoon. Het water in het bad is puur helder water (of gekleurd door de mineralen bij het water van sommige natuurlijke heetwaterbronnen, maar dus zonder zeep of enig ander product) en iedereen gaat in hetzelfde water en bij een bad in een hotel leggen ze er soms iets over om het water warm te houden.In Japan zijn er enorm veel publieke baden, allemaal verschillend en al dan niet met natuurlijk heetwater en het is een van de dingen waar ik hier wel van geniet. Het is zalig om proper te zijn en dan lekker achterover te liggen in dat hete water. Soms moet ik wel oppassen dat ik er niet te lang in lig om niet duizelig te worden als ik er dan uit ga. De meeste baden zijn gescheiden, wat erop neer komt dat er in het badhuis twee afdelingen zijn met baden, een voor vrouwen en een voor mannen, dus elk verschillend bad hebben ze in het dubbel. Sommige baden zijn echter ook gemixt of gewoon simpele buitenbaden zonder voorzieningen ergens naast een meer of op een berg, maar bij de meeste is het baden gescheiden. De Japanners gebruiken hun handdoekje waarmee ze zich gewassen hebben (maar uitgespoeld) dan om voor hun edele delen houden als ze uit het bad gaan (wat eigenlijk vrij belachelijk is want dan doen ze het toch weer weg en je ziet hun spil(letje) toch) Soms nemen ze dat handdoekje ook mee het water in en dan maken ze het soms nat en leggen ze het op hun hoofd om een beetje af te koelen als het water heel heet is. Persoonlijk heb ik echter nooit een of ander handdoekje gebruikt omdat ik het vrij belachelijk vind omdat het toch niet de hele tijd bedekt enerzijds en anderzijds ook omdat het heel onpraktisch is om met een natte handdoek rond te reizen (ik heb niet altijd de mogelijkheid om natte kleren op te hangen omdat ik veel van de ene plaats naar de andere plaats reis). Wellicht zou het formaat van de Japanse handdoekjes trouwens ook niet voldoen ;-))
2e keer goede keer zowel voor Mashu-ko als Asahidake
De volgende dag, gisteren, heb ik uiteindelijk besloten om toch geen twee nachten te verblijven in de jeugdherberg van Mashu omdat ik er eigenlijk al het meeste gedaan had de eerste dag met de fiets. Het enige dat ik nog niet gezien had was het meer Mashu-ko zelf. Ik was er voorbij gefietst, maar er was niets te zien, zo mistig als het was. Dus besloot ik de volgende dag maar eens opnieuw te proberen, ditmaal de 6km steile beklimming per bus! En ja hoor, ik had geluk! Het meer was volledig zichtbaar, het was zonnig en ik heb veel te veel foto's genomen. Ik heb ook een uurtje nog gewandeld, het begin van de wandeling naar Mashu-Dake, maar wilde niet de volledige beklimming doen, omdat ik de volgende bus wou halen en ik dacht ook dat het uitzicht van de berg niet voldoende de moeite ging zijn om me zo in te spannen na twee zware dagen. Dus hup, de bus in naar de stad en een postkantoor om geld af te halen via de ATM en dan naar het treinstation, om het ticket te gebruiken dat ik van Betty gekregen had. Er was gratis internet in het station, dus checkte ik nog even snel mijn mail. Ik dacht dat de trein naar Kushiro toch maar binnen een uur of zo ging vertrekken. Uiteindelijk ging ik nog eens vragen om juist te weten wanneer hij vertrok en natuurlijk, karma karamba!, hij vertrok binnen twee minuten! Yes!!! Ik was nog aan het twijfelen of ik naar Asahikawa terug zou gaan om een nieuwe poging voor Asahidake te wagen of dat ik meteen naar Toyako zou reizen, maar wou goed gebruik maken van het ticket. Aangezien ik alleen lokale treinen kon gebruiken, had ik eigenlijk toch nog ruim voldoende tijd om te beslissen. Dus eerst naar Kushiro, later naar Obihiro en dan nog eens vragen hoe het zit als ik nog naar Toya of Muroran wil geraken... Blijkbaar was dat niet meer mogelijk, maar kon ik wel nog naar Sapporo (dwaze stad) of naar Asahikawa en dus besloot ik terug naar Asahikawa te reizen, zodat ik de volgende dag een nieuwe poging voor Asahidake kon ondernemen, ditmaal met goed weer hopelijk! Ik was heel content dat ik nog tot Asahikawa kon geraken diezelfde dag met dat ticket, zodat ik geen extra dag verloor. Das wel een voordeel per trein tov liften, dat je ook nog kunt reizen wanneer het al donker is. Het nadeel met die lokale treinen is dat ze veelal veel trager zijn dan een auto. Uiteindelijk kwam ik om 21u40 in Asahikawa aan. Ik was vertrokken rond 12u. Ik had wat zitten zeveren op de trein met twee Japanse meisjes en dan de laatste drie uur heb ik wat zitten lezen in mijn boek Shogun. In Asahikawa ben ik dan op zoek gegaan naar een internationale bar, waarover iemand me in Shiretoko park verteld had, waar alle Engelse leraren naar toe gaan. Ik vond het vrij gemakkelijk en heb er een pintje gedronken en een beetje gebabbeld en wat informatie ingewonnen over bussen en het weer voor de volgende dag. Daarna ben ik weer naar hetzelfde internetcafe als altijd gegaan in Asahikawa... ze moeten me daar al ondertussen kennen ;-))
Vandaag was het een schitterende dag, perfect zonnig weer, bijna geen wolken!!! Hoera hoera! Wat een geluk! Ik heb mijn grootste bagage in de coin locker van het treinstation van Asahikawa achtergelaten en heb om 9u30 de bus genomen naar Asahidake Onsen. Mijn plan was om de kabellift daar te nemen (de wandeling had ik al eens gedaan en vond ik maar niets en had er geen tijd voor, dus was bereid de 1500 yen te dokken) en dan naar boven te gaan naar Asahidake, dan een wandeling te doen langs nog een aantal andere pieken en dan uiteindelijk aan te komen aan de andere kant, op Kurodake, en de stoeltjeslift en kabellift naar beneden te nemen naar Souhkyo Onsen. Ik heb eerst nog iets gegeten beneden voor ik vertrok en uiteindelijk heb ik de kabellift naar boven genomen om 11u30. Eens boven kwam ik de kerel tegen die ik in Shiretoko gezien had en die me verteld had van die internationale bar. Hij was een gids of een soort parkwachter of zo in dat nationaal park en een uitleg aan het geven in het Japans en hij herkende me meteen. Toen hij zijn uitleg gedaan had, maakte ik nog een praatje. Hij zei dat de wandeling die ik wilde maken een uur of 6 a 7 duurde en volgens het boekje met de routebeschrijving en de tijden die ik bij me had, ging het idd een uur of 7 duren, maar ik moest het met minder doen, want ik wilde de kabellift nog nemen aan Sounkyo Onsen en meer dan dat, ik wilde zelfs nog de laatste bus om 17u30 terug naar Asahikawa kunnen nemen! Dus ik moest en ik zou het met minder doen! Twas bijna twaalf uur en tegen 17u moest ik dus aan de stoeltjeslift staan! Ik ben dan maar beginnen wandelen en heb redelijk goed doorgestapt en maar twee keer een kwartiertje gestopt op de hoogste pieken om eens te eten (behalve de talrijke superkorte stops voor de al te talrijke fotos en om de tijd in te schatten volgens mijn boekje en waar ik op dat moment was). De laatste kabellift had ik om 17u20 en hij had 7 minuten nodig om naar beneden te geraken en om 17u30 vertrok de bus aan de bushalte een klein beetje meer naar beneden. Maar de kabellift moest uiteindelijk nog een minuut langer wachten op een aantal trage Japanners (tis toch godgeklaagd!) dus het werd nog spannender... Eenmaal beneden heb ik het dan nog maar eens op een lopen gezet en met succes! Just in time!!! Het was een fantastische dag vandaag! Ik ben super content dat ik terug gegaan ben naar Asahikawa en naar Daisetzun National Park, dat ik bovenop de hoogste berg van Hokkaido, Asahidake gestaan heb en de overtocht gedaan heb naar Sounkyo Onsen. Het was een soort hoog plateau met vele pieken van rond de 2100 a 2200m hoog en enorm mooi, met vele kleuren ook. In de herfst zou het nog tien keer mooier moeten zijn met al de verschillende kleuren van de bladeren. De ene boom zijn blaren zijn groen, de boom ernaast heeft dan meer bruine kleuren, een andere meer oranje... Maar hiervoor ben ik spijtig genoeg nog een beetje te vroeg in het jaar :-( Het uitzicht op de hoogste pieken was adembenemend. Je kon heel ver kijken rondomrond en al dat groen en die pieken en rotsen... Ik heb heel veel foto's genomen, maar de foto's zijn niet hetzelfde als de realiteit. Ze geven maar een klein stukje weer van wat er rondomrond allemaal te zien is... Enerzijds vond ik het wel wat spijtig dat ik zo rap heb moeten gaan, want anders was ik misschien wel drie kwartier op de top van Asahidake gebleven om te genieten van het fantastische uitzicht. Maar uiteindelijk ben ik vandaag gewoon moe en content! Vannacht zal ik wel weer eens in hetzelfde internetcafe slapen en morgenochtend mss naar een soort van Ainu (oorspronkelijke bewoner van Noordelijk Japan) museum gaan en dan zal ik proberen te liften, eerst richting Sapporo, wat rap zou moeten zijn met een beetje geluk en dan richting Toya of Muroran, zodat ik nog eens een dagje rond het meer Toyako kan spenderen. Ik zal wel zien hoever ik morgen uiteindelijk geraak... Mijn quadriceps waren al ferm stijf en na vandaag zal het er niet op gebeterd zijn, dus mss zou het best zijn om eens een paar daagjes niet meer te hiken of te fietsen en een beetje te recuperen...
Vele groeten,
Christophe
Vandaag was het een schitterende dag, perfect zonnig weer, bijna geen wolken!!! Hoera hoera! Wat een geluk! Ik heb mijn grootste bagage in de coin locker van het treinstation van Asahikawa achtergelaten en heb om 9u30 de bus genomen naar Asahidake Onsen. Mijn plan was om de kabellift daar te nemen (de wandeling had ik al eens gedaan en vond ik maar niets en had er geen tijd voor, dus was bereid de 1500 yen te dokken) en dan naar boven te gaan naar Asahidake, dan een wandeling te doen langs nog een aantal andere pieken en dan uiteindelijk aan te komen aan de andere kant, op Kurodake, en de stoeltjeslift en kabellift naar beneden te nemen naar Souhkyo Onsen. Ik heb eerst nog iets gegeten beneden voor ik vertrok en uiteindelijk heb ik de kabellift naar boven genomen om 11u30. Eens boven kwam ik de kerel tegen die ik in Shiretoko gezien had en die me verteld had van die internationale bar. Hij was een gids of een soort parkwachter of zo in dat nationaal park en een uitleg aan het geven in het Japans en hij herkende me meteen. Toen hij zijn uitleg gedaan had, maakte ik nog een praatje. Hij zei dat de wandeling die ik wilde maken een uur of 6 a 7 duurde en volgens het boekje met de routebeschrijving en de tijden die ik bij me had, ging het idd een uur of 7 duren, maar ik moest het met minder doen, want ik wilde de kabellift nog nemen aan Sounkyo Onsen en meer dan dat, ik wilde zelfs nog de laatste bus om 17u30 terug naar Asahikawa kunnen nemen! Dus ik moest en ik zou het met minder doen! Twas bijna twaalf uur en tegen 17u moest ik dus aan de stoeltjeslift staan! Ik ben dan maar beginnen wandelen en heb redelijk goed doorgestapt en maar twee keer een kwartiertje gestopt op de hoogste pieken om eens te eten (behalve de talrijke superkorte stops voor de al te talrijke fotos en om de tijd in te schatten volgens mijn boekje en waar ik op dat moment was). De laatste kabellift had ik om 17u20 en hij had 7 minuten nodig om naar beneden te geraken en om 17u30 vertrok de bus aan de bushalte een klein beetje meer naar beneden. Maar de kabellift moest uiteindelijk nog een minuut langer wachten op een aantal trage Japanners (tis toch godgeklaagd!) dus het werd nog spannender... Eenmaal beneden heb ik het dan nog maar eens op een lopen gezet en met succes! Just in time!!! Het was een fantastische dag vandaag! Ik ben super content dat ik terug gegaan ben naar Asahikawa en naar Daisetzun National Park, dat ik bovenop de hoogste berg van Hokkaido, Asahidake gestaan heb en de overtocht gedaan heb naar Sounkyo Onsen. Het was een soort hoog plateau met vele pieken van rond de 2100 a 2200m hoog en enorm mooi, met vele kleuren ook. In de herfst zou het nog tien keer mooier moeten zijn met al de verschillende kleuren van de bladeren. De ene boom zijn blaren zijn groen, de boom ernaast heeft dan meer bruine kleuren, een andere meer oranje... Maar hiervoor ben ik spijtig genoeg nog een beetje te vroeg in het jaar :-( Het uitzicht op de hoogste pieken was adembenemend. Je kon heel ver kijken rondomrond en al dat groen en die pieken en rotsen... Ik heb heel veel foto's genomen, maar de foto's zijn niet hetzelfde als de realiteit. Ze geven maar een klein stukje weer van wat er rondomrond allemaal te zien is... Enerzijds vond ik het wel wat spijtig dat ik zo rap heb moeten gaan, want anders was ik misschien wel drie kwartier op de top van Asahidake gebleven om te genieten van het fantastische uitzicht. Maar uiteindelijk ben ik vandaag gewoon moe en content! Vannacht zal ik wel weer eens in hetzelfde internetcafe slapen en morgenochtend mss naar een soort van Ainu (oorspronkelijke bewoner van Noordelijk Japan) museum gaan en dan zal ik proberen te liften, eerst richting Sapporo, wat rap zou moeten zijn met een beetje geluk en dan richting Toya of Muroran, zodat ik nog eens een dagje rond het meer Toyako kan spenderen. Ik zal wel zien hoever ik morgen uiteindelijk geraak... Mijn quadriceps waren al ferm stijf en na vandaag zal het er niet op gebeterd zijn, dus mss zou het best zijn om eens een paar daagjes niet meer te hiken of te fietsen en een beetje te recuperen...
Vele groeten,
Christophe
Abonneren op:
Posts (Atom)